nieuws

overzicht

Netwerkbijeenkomst over talent dat geen leeftijd kent – een verslag

Woody van Amen in Nest

Oud worden begint al jong – Bewaar je open blik
Leeftijd is een waardeloos criterium, stelde Noraly Beyer vast. Ze maakte daarmee het punt van de dag. In een afgeladen huis vol kunstenaars, museummedewerkers, kunstcritici en -theoretici bij Nest in Den Haag was Beyer één van de sprekers over gevorderd kunstenaarschap op een netwerkbijeenkomst van het Mondriaan Fonds. De tweehonderd bezoekers van Nest, sprekers en publiek, werden omringd door het uitbundige, soms met neonlicht aan- en uitflitsende werk van de 81-jarige Woody van Amen uit Rotterdam. Mister Pop Art, zoals de bijnaam luidt die hij in de jaren zestig verwierf, beschouwde het ook zelf als passend decor: hij verwees naar zijn fameuze Time Capsules, nu bovendien te zien op een tentoonstelling bij Museum Beelden aan Zee, ‘Ga kijken!’, en op de geometrische vorm Taxat die hij bedacht – ‘een lijn zonder begin of einde’.

Birgit Donker, Marineke van der Reijden en Woody van Amen in Nest, Den Haag
In haar inleiding op de middag pleitte Noraly Beyer met een waaier aan voorbeelden voor talent dat geen leeftijd kent. Beyer is auteur, acteur en bekend als oud-presentator van het NOS Journaal. Sinds kort is zij lid van de raad van toezicht van het Mondriaan Fonds. Ze riep de onlangs op 88-jarige leeftijd gestorven kunstenaar Erwin de Vries in herinnering, ‘koning van het borstbeeld’, die onder anderen Willem Sandberg en Toon Hermans portretteerde en naam verwierf als maker van het Nationaal Monument Slavernijverleden in Amsterdam. Een inspirator, aldus Beyer. Ook toen hij op zijn 80ste tot ereburger van Amsterdam werd benoemd piekerde De Vries er niet over op zijn lauweren te gaan rusten; hij bleef, zowel in Nederland als het laatste kwart van zijn leven in zijn geboorteland Suriname, nieuwsgierig en actief, door geen grens gebonden.

‘Elke stap is een volgende,’ zei Beyer en citeerde daarmee de titel van het proefschrift dat Leo Delfgaauw wijdde aan gevorderd kunstenaarschap. ‘En hij was op zijn zestigste niet te oud om het te schrijven’, stipuleerde Beyer fijntjes. Delfgaauw, lachend: ‘Ouder worden begint uiteraard al heel erg jong.’ Het idee dat jongere kunstenaars voortdurend afrekenen met voorgaande generaties is achterhaald, of minstens aan het kantelen en dat is een meer dan wenselijke ontwikkeling, lichtte hij toe in een interview met Alex de Vries. Delfgaauw wees op het onvoldoende benutte ‘kenniskapitaal’ in de kunst en bepleitte het doorgeven van ervaring en expertise van generatie op generatie.

Leo Delfgaauw in gesprek met Alex de Vries
Aanleiding voor de bijeenkomst in Nest was de presentatie van het essay Oude Meesters – de actualiteit van het gevorderde kunstenaarschap. Delfgaauw schreef dit essay in opdracht van het Mondriaan Fonds. Een noodzakelijke correctie op doorgeslagen puppy adoration, aldus directeur Birgit Donker. ‘Niet alleen jongeren hebben de toekomst in pacht. Nieuw, nieuwer, nieuwst is een hol misverstand als het volle wasdom uitsluit. Daarom is gevorderd talent één van de pijlers van het Mondriaan Fonds en investeren wij welbewust 4,8 miljoen euro per jaar in Werkbijdragen Bewezen Talent (versus €1.259.000 aan Werkbijdragen Jong Talent). En daarom treedt het fonds ook op als relatiemakelaar en stimuleren wij de verbinding tussen jonge en gevorderde collega’s met initiatieven tot samenwerking zoals de meester-gezelregeling.’

In een duo-gesprek voor de camera brachten Anton Henning en Jasper Hagenaar hun ervaringen als meester en gezel naar voren. ‘Sterke, soms confronterende ontmoetingen waren het,’ voegde Hagenaar daar dinsdagmiddag in eigen persoon aan toe. ‘Ben je daar beducht voor: niet aan beginnen. Maar als je de kans krijgt én een goed vertrouwen kunt hebben in elkaar: doen! Voor mij was het verrijkend bij het vinden van mijn eigen stem. Beter gezegd, bij het bevrijden daarvan. De concentratie in het atelier is soms verraderlijk en beperkend – ik werd op zeker moment claustrofobisch van mijn eigen schilderijen. De verruiming van mijn blik was essentieel. Ik was blij verrast toen het Mondriaan Fonds de kans bood in te schrijven op de meester-gezelregeling, nota bene bij Anton Henning.’

‘We waren elkaars kompanen. Meer dan meester en gezel’. Aldus Henning in het filminterview. Hagenaar: ‘It’s like a love story’. Twee jaar keken beide kunstenaars over elkaars schouder. En samen keken ze naar de kunstgeschiedenis. Van het Prado Museum in Madrid tot de Gemäldegalerie in Berlijn. Want: de oude meesters zijn ieders mentor. ‘Bewaar je open blik,’ raadt Henning aan. En: ‘Verschuil je niet achter één manier van schilderen of van doen; elke keer biedt een nieuw begin.’

Hollen galeries en musea achter de jongste garde aan of blijven ze eenmaal gelanceerde talenten trouw? Moderator Marlies Leupen, regiomakelaar voor het Mondriaan Fonds, stelde vele gewetensvragen. Kunstenaar Ad de Jong ageerde tegen hijgerigheid. Conservator Colin Huizing pleitte voor vertraging en reflectie. Voormalig galeriehouder Francis Boeske vertelde over haar plannen voor een gloednieuwe locatie exclusief voor mid-careerkunstenaars. En Benno Tempel, directeur van het Haags Gemeentemuseum, legde een vinger op een zere plek. ‘Kunstenaars gaan nooit met pensioen. Museummedewerkers wel. Met het verschuiven van generaties valt soms een netwerk uiteen. Zorg dat je zichtbaar blijft!’ Maar hij had ook een belangrijke opsteker voor de gevorderde kunstenaar. Hij dropte de term signature style. ‘Die krijgt meestal pas gestalte rond je 50ste. Denk aan Rothko. Of beter nog: aan die meesterschilder en vernieuwer wiens signatuur van strakke lijnen en primaire kleuren uit de tweede helft van zijn leven stamt: Mondriaan.’

Lees hier de blog Omhels al het veelbelovende van Birgit Donker, geschreven naar aanleiding van de netwerkbijeenkomst.