nieuws

overzicht

Interview met Marie Griffay, directeur FRAC Champagne-Ardenne

Marie Griffay. Photo by: Vincent Moncorgé

Jaarlijks nodigt het Mondriaan Fonds zo’n dertig curatoren en critici uit het buitenland uit, die geïnteresseerd zijn in kunst uit Nederland. Naast groepsprogramma’s rond bijvoorbeeld Art Rotterdam en Prospects & Concepts zijn er op maat gemaakt programma’s voor individuele gasten met bezoeken aan kunstenaars en kunstinstellingen. Als relatiemakelaar versterkt het fonds zo de internationale positie van Nederlandse kunst. Marie Griffay was te gast in het bezoekersprogramma van 26 tot en met 30 maart.

In het teken van het spel

‘De rode draad in mijn beleid is het spel’, zegt Marie Griffay, sinds enkele maanden directeur van FRAC Champagne-Ardenne in Reims, één van de regionale centra voor actuele kunst in Frankrijk. ‘De kunstenaars die we uitnodigen hier te exposeren, uit binnen- en buitenland, krijgen ruim baan bij het maken van nieuw werk, vaak met een productiebudget en de gelegenheid om als artist in residence een tentoonstelling voor te bereiden, maar die tentoonstelling, hoe vrij ook, plaats ik in het teken van het spel. De kunst stelt haar eigen regels. In die zin opent de kunst een parallelle werkelijkheid die enigszins op afstand staat van de vele wetmatigheden in het alledaagse leven. In mijn beleid leg ik de nadruk op dat spel: een spel met veranderlijke regels.’

Plein jeu #1, FRAC Champagne-Ardenne

Klinkt spannend. Hoe werkt dat in de praktijk?

‘We hebben twee prachtige etages die als white cube geschikt zijn gemaakt in een oud Jezuïetenklooster in Reims, terwijl we tot voor kort zonder vaste expositieruimte werkten, altijd op zoek naar geschikte, gastvrije locaties her en der in de stad. Dat heeft een traditie gevestigd van shows die op de locatie inspelen. Mijn eerste tentoonstelling, hier op onze eigen thuisbasis, is een groepstentoonstelling die op dit moment gaande is, met tien kunstenaars. Titel is Plein Jeu #1. Beneden exposeren zes kunstenaars die elkaar kennen; boven drie die elkaar niet eerder hadden ontmoet. Essentieel is hun samenspel: zij richtten zelf de ruimten in, zonder regie van een curator, met hun eigen werken in de mix. Of: remix. Die mix bleek zich ineens uit te strekken tot in de trappenhuizen. No chief? No Rules! De tiende kunstenaar, Remy Drouard, heeft een geluidsinstallatie gemaakt van het werk-in-uitvoering; door het pand heen weerklinkt het samenspel. Ik denk dat dat ook het publiek bij dat samenspel betrekt.’

Deze week bezoek je op uitnodiging van het Mondriaan Fonds kunstenaars en kunstinstellingen in Nederland. Waar let je dan op?

‘Het is een oriëntatiereis, maar ook meer dan dat. Namen van kunstenaars met wie ik zou willen samenwerken kan ik gemakkelijk noemen, als dat niet te tricky was zolang er geen afspraken vastliggen. Wat ik wel kan verklappen is dat dit bezoek concrete uitkomsten krijgt. Het programma was ook zorgvuldig voorbereid, in nauw overleg tussen het Mondriaan Fonds en mij en mijn team. Er zijn drie gedachten steeds bepalend bij mijn blik. Zo ook hier. Ik denk aan de actualiteit van onze collectie, aan groepstentoonstellingen en aan solo- of duo-presentaties voor de nabije toekomst. De kunstenaar staat aan de bron van alles, atelierbezoeken zijn daarom het belangrijkst. Maar super-inspirerend was ook het bezoek aan kunstinstellingen zoals MAMA: Showroom for Media and Moving Art in Rotterdam. MAMA is gratis toegankelijk, net als wij. De drempel voor het publiek is er laag, de deur staat er open in een levendige straat en je voelt dat ze dichtbij de kunstenaar staan; bij de sfeer van het atelier.’

Opening van de tentoonstelling 'Care Bare' bij MAMA. Foto: Hilde Speet

Daar waar de regels van het spel steeds weer opnieuw worden gedefinieerd?

Zeker, en wat daarbij opvalt is dat de Nederlandse kunstwereld zo divers is. Ik geloof niet in het vastpinnen op regionale of nationale kenmerken en dit klinkt misschien weer erg algemeen, maar toch viel het me wel op. En de kunstenaars met wie ik sprak waren zeer sterk in het toelichten van hun praktijk, of het nu ging om autobiografisch gekleurd werk of om werk met een uitgesproken esthetisch of maatschappelijk engagement. Zij zijn in staat tot een mooi en diepgaand discours. Het spel is daarbij nooit een letterlijke toetssteen, al zijn er ook kunstenaars die gebruik maken van het spel als metafoor, net als de socioloog Roger Caillois in zijn boek uit 1961: Man, Play and Games, mijn bron van inspiratie.

Misschien is ‘de spelende mens’ in Nederland sterker dan wij in Nederland zelf soms zien, met dank aan historicus Johan Huizinga en zijn beroemd geworden boek Homo Ludens uit 1938. En aan de kunstenaar Constant, die in zijn werk een utopische wereld voor de spelende mens heeft gebouwd.

‘Ha! Ja! Roger Caillois schrijft meermaals over Huizinga, misschien schuilt daarin de geest die hier zo aantrekkelijk is. Dus ik kom nog wel eens terug naar Nederland!’