nieuws

overzicht

Rijksmuseum koopt topcollectie Meissen-porselein terug op veiling met steun van het Mondriaan Fonds

Servies met het wapen van de familie Morosini, Meissen, 1731. Servies met het wapen van de familie Morosini, Meissen, 1731.

Het Rijksmuseum heeft gisteren op de veiling een groot deel van een belangrijke collectie Meissen-porselein kunnen kopen, waaronder de 2 hoogtepunten: een klok en koffie- en theeservies. Het gaat om een deel van de Meissen-verzameling van het Joods-Duitse echtpaar Franz en Margarethe Oppenheimer, dat zich sinds 1952 in het Rijksmuseum bevond en behoort tot een van de belangrijkste verzamelingen Meissen ter wereld. De verzameling Oppenheimer werd in 2019 gerestitueerd aan de erfgenamen. Gisteren is de collectie bij Sotheby’s in New York geveild.

Taco Dibbits, directeur Rijksmuseum: “Het is belangrijk dat op deze manier wordt bijgedragen aan rechtsherstel aan de nabestaanden van de familie Oppenheimer. Het is fantastisch dat we zo’n groot deel van deze topcollectie Meissen-porselein kunnen verwerven en blijvend kunnen laten zien. Het stelt ons bovendien nu in staat in het museum aandacht te besteden aan het persoonlijke verhaal van dit echtpaar en de lotgevallen van hun collectie in en na de Tweede Wereldoorlog. Wij zijn de begunstigers bijzonder dankbaar dat zij dit mogelijk hebben gemaakt.

Klokkast met Arachne en Athene, Meissen, 1727.

Klokkast met Arachne en Athene, Meissen, 1727.

Meissen-porselein
Meissen-porselein vormt één van de belangrijkste momenten uit de geschiedenis van de Europese toegepaste kunst. Aan het hof in Dresden werd in 1708 onder patronaat van de Saksische keurvorst Augustus de Sterke het eerste Europese porselein gemaakt. Tot dan toe was het geheim van de productie van het ‘witte goud’ alleen in Azië bekend.  De verzameling van het echtpaar Oppenheimer bevatte vrijwel uitsluitend voorbeelden van de allerbeste beschildering en vergulding.

Herkomstgeschiedenis verzameling Oppenheimer
Onder druk van vervolging door het naziregime, vluchtte het Joodse echtpaar Oppenheimer in 1936 van Berlijn naar Oostenrijk en in 1938 uiteindelijk naar de Verenigde Staten. Bij hun vlucht van Duitsland naar Oostenrijk namen zij een deel van hun verzameling mee. Hiervan werd een groot deel tussen 1936 en 1939 als geheel verkocht aan Fritz Mannheimer. Deze in Amsterdam woonachtige Joods-Duitse bankier verzamelde op vrijwel ongeëvenaarde wijze Europese kunstnijverheid.

Na het overlijden van Mannheimer werd zijn nalatenschap failliet verklaard. De curator heeft de collectie vervolgens onder dwang aan de nazi’s verkocht om de schuldeisers van de bank te kunnen betalen. Na de oorlog is de collectie gerecupereerd en in beheer gekomen van de Nederlandse Staat. Een groot deel daarvan maakt sinds 1952 deel uit van de kunstnijverheidverzameling van het Rijksmuseum. 

Restitutie
In 2015 hebben de erven van Franz en Margarethe Oppenheimer een claim op ruim 100 objecten uit de Rijkscollectie ingediend bij het ministerie OCW.  Na zorgvuldig onderzoek heeft de Restitutiecommissie de minister geadviseerd tot teruggave van de objecten aan de erfgenamen en heeft de minister hier in december 2019 mee ingestemd.

Dankzij de aankoop is een deel van de collectie weer in het bezit van het Rijksmuseum. De aankoop was mogelijk dankzij steun van het Mondriaan Fonds, het Nationaal Aankoopfonds van het ministerie van OCW, de Vereniging Rembrandt, de VriendenLoterij en een particuliere schenker via het Rijksmuseum Fonds.