De commissie was enthousiast over de opbrengst van de Open Oproep Werkbijdrage Kunstinitiatieven en het inzicht dat dit heeft verschaft in het kunstenveld. Uit de aanvragen bleek dat de initiatieven zich herkennen in het beeld dat eind 2014 door Maaike Lauwaert werd beschreven in haar onderzoek Initiatieven, onderzoek naar het Nederlandse initiatief in de beeldende kunst. De aanvragen geven een rijk en gelaagd beeld van de ontwikkelingen in de sector en van de kracht en behoeftes van de kleinere kunst- en kunstenaarsinitiatieven.

Geconstateerd werd dat de initiatieven dynamisch en divers van aard zijn. Er bestaan veel initiatieven die de moeite waard zijn en een goede rol en positie hebben. De urgentie van de initiatieven zit steeds ergens anders: experiment, onderzoek, netwerk, productie of presentatie.
Uit de aanvragen is een enorme vitaliteit zichtbaar geworden en het is overduidelijk dat deze groep kleinere kunstinitiatieven van levensbelang is voor de infrastructuur van de beeldende kunsten in Nederland.

De kleinere initiatieven zorgen voor de basiscondities voor veel kunstenaars (niet alleen jonge kunstenaars), waarbinnen zij nieuw werk kunnen maken en presenteren, en kennis en ervaring kunnen uitwisselen met collega kunstenaars, hun werk in samenwerking kunnen aanscherpen en verdiepen, zich als kunstenaar kunnen positioneren in de maatschappij, een eerste contact kunnen leggen met curatoren en galeriehouders. Naast de programma’s van de grotere presentatie-instellingen hebben de kleinere kunstinitiatieven een belangrijke functie. Zij hebben een wendbare houding en werkwijze, die dicht bij de kunst en kunstenaars staat. Zij zorgen met risicovolle en vernieuwende projecten, voor de ontwikkeling van talent, voor nieuwe vormen van presentatie, voor debat en netwerkvorming, voor interdisciplinaire en internationale samenwerking.

Wat de commissie is opgevallen is dat er weinig tot geen nieuwe ‘verdienmodellen’ naar voren zijn gekomen in de aanvragen. Naar idee van de commissie waarschijnlijk simpelweg omdat die er niet zijn. Deze sector lijkt artistiek-inhoudelijk onmisbaar, is bovendien enorm ondernemend, maar economisch ‘non-existent’: “dit is het precariaat”. De financiële mogelijkheden voor de kunstinitiatieven zijn zeer beperkt en zijn door de bezuinigingen soms geheel afwezig, waardoor de initiatieven onder grote druk komen te staan.

Honoraria worden nauwelijks betaald, investeringen in tijd en ruimte of communicatie kunnen niet worden gedaan. Dit heeft naar idee van de commissie direct effect op de productie en presentatie van beeldende kunst door het land. De commissie constateert dat er veel financiële problemen zijn die het voortbestaan van de initiatieven bedreigen. De meeste initiatieven draaien op “gedrevenheid en zelfuitbuiting”. Een gebrek aan financiële mogelijkheden weerhoudt de initiatieven om professioneler en beter zichtbaar te worden.

Onder de gehonoreerde aanvragen bevinden zich deels ‘oudere’ kunstenaarsinitiatieven, deels nieuwe, jongere of meer niche gerichte plekken. Er zijn actieve ‘broedplaatsen’ voor en door beeldend kunstenaars, en projectruimtes die door curatoren worden gerund en aangestuurd. Een aantal initiatieven werkt vanuit een bepaalde sociaal-politieke drijfveer of culturele thematiek, anderen handelen juist vanuit een specifiek netwerk of met een regionale functie. Bij veel initiatieven lopen de praktijken kriskras door elkaar, vanwege steeds wisselende samenwerkingsverbanden tussen curatoren en kunstenaars, of een interdisciplinaire werkwijze tussen beeldende kunst, muziek, theater, techniek, wetenschap, sport etc.

Een aantal aanvragen kreeg binnen het kader van de open oproep geen prioriteit om formele redenen, of omdat de aanvragen geen betrekking hadden op een kunstruimte of kunstenaarsinitiatief, maar eerder op een specifiek project van een stichting of organisatie. In een aantal gevallen kwamen de plannen niet verder dan de eigen beroepspraktijk van de kunstenaar die de aanvraag deed. Ook werd aangevraagd door recent opgestarte initiatieven, waarbij eerder ontplooide activiteiten (op cv of in plan) soms te summier waren om goed beoordeeld te kunnen worden door de commissie.

Bij de beoordeling van de aanvragen is contextualiteit een belangrijk gegeven geweest. In hoeverre kan de bijdrage van het Mondriaan Fonds een impuls betekenen voor het initiatief, die verder gaat dan een investering in materiaal of apparatuur? Hoe verhouden argumenten voor inhoudelijke versterking zich tot de meer praktische overwegingen? Een aantal aanvragen formuleerde naar idee van de commissie nog te weinig specifiek de mogelijke meerwaarde van een bijdrage van het Mondriaan Fonds. Daarnaast werd niet altijd even scherp onder woorden gebracht wat het eigen profiel of de betekenis is van het initiatief tot het ‘Umfelt’, de lokale context en/of andere initiatieven en instellingen binnen en buiten de beeldende kunst. De commissie miste in de motivering van de plannen daarnaast regelmatig een duidelijke uitspraak over het maken van inhoudelijke keuzes: op basis van welke overwegingen worden kunstenaars en curatoren uitgenodigd voor een project of tentoonstelling? Wie is het beoogde publiek voor een bepaalde activiteit?

De initiatieven waarover een positief advies is uitgebracht zijn vrij goed gespreid over Nederland; de spreiding van honoreringen is overeenkomstig met de spreiding die het totaal aan aanvragen liet zien. Hierbij speelt naar idee van de commissie tevens mee dat in sommige steden of regio’s de kunstenaarspopulatie groter is dan elders, maar ook lijkt de aanwezigheid van een kunstacademie een rol te spelen bij het aantal initiatieven in een bepaald gebied of een bepaalde gemeente. Ongeveer een derde van de aanvragen komt uit Amsterdam. Verder zijn Rotterdam, Den Haag en de provincies Brabant en Limburg goed vertegenwoordigd. Opvallend is ook het aantal kwalitatief goede aanvragen uit andere regio’s, zoals Oost- en Noord-Nederland. Dit heeft zich vertaald in de honoreringen. Het aantal kunstinitiatieven in deze regio’s blijft echter relatief laag.

Gezien het resultaat van de open oproep adviseert de commissie voortzetting van de oproep. Het Mondriaan Fonds neemt dit serieus in overweging.

juni 2015