11 juli 2017: Dekoloniale Opties – Ontkenning, Schuld, Schaamte

Dekoloniale Opties: De toekomst van het dekoloniseren Dekoloniale Opties: De toekomst van het dekoloniseren

Witte de With organiseert van 17 juni tot 20 augustus 2017 het programma Cinema Olanda: Platform. Een van de onderdelen is Dekoloniale Opties: De toekomst van het dekoloniseren, een programma samengesteld door First Things First.

Cinema Olanda: Platform maakt deel uit van het publieksprogramma bij de Nederlandse inzending naar de Biënnale van Venetië.

Ontkenning, Schuld, Schaamte
Dinsdag 11 juli 2017, 18.30-21.30 uur
Locatie: Witte de With
Verslag: Julia Mullié
Deelnemers: Pravini Baboeram, First Things First, Grauwe Eeuw, Mercedes Zandwijken

Vertrekkend vanuit de vraag: ‘Wat betekent het om te dekoloniseren en wat zijn de ethische vraagstukken die ten grondslag liggen aan dit project?’, opent First Things First (Katayoun Arian, Louise Autar, Max de Ploeg) met Ontkenning, Schuld, Schaamte de discussie over de actualiteiten rondom dekolonisatie in Nederland.

De avond begint met een introductie over de totstandkoming van dit programma, gevolgd door een paneldiscussie met drie genodigden die actief zijn binnen de Nederlandse debatten en acties op het gebied van dekolonialiteit: Mercedes Zandwijken, Pravini Baboeram en De Grauwe Eeuw. Dit programma belicht de manieren waarop verdedigingsmechanismen van het ego – ontkenning, schuld en schaamte – gestalte krijgen binnen de dekoloniale praktijk.

Daarbij is het werk van Grada Kilomba significant voor de kaders van deze discussie. In haar boek Plantation Memories (2008) beschrijft Kilomba de ‘vijf verschillende verdedigingsmechanismen van het ego waar het witte subject doorheen gaat om in staat te zijn te luisteren, om zich bewust te worden van de eigen witheid en van zichzelf als de uitvoerder van racisme: onkenning / schuld / schaamte / erkenning / herstel (Kilomba, 2008: 22). Met Ontkenning, Schuld, Schaamte zet First Things First Kilomba’s eerste drie stadia van bewustwording in als instrumenten om kolonialiteit zichtbaar te maken.

In Ontkenning, Schuld, Schaamte zal tevens de vraag centraal staan: ‘Wat betekent het om te spreken in het centrum’ (in dit geval, Witte de With), wanneer de afwezigheid van de stem van het gekoloniseerde subject gelezen kan worden als emblematisch voor de moeilijkheid om de stem van het koloniale subject te vertegenwoordigen,en als bevestiging van het feit dat er geen ruimte is waar het gekoloniseerde subject kan spreken?’ (vertaald uit: Kilomba, 2008: 27).

Opgeven van de macht

Deze eerste avond staat in het teken van het proces van dekolonialisatie. Katayoun Arian (First Things First en onderzoeker, onafhankelijk curator, schrijver) benadrukt dat de betekenis van dekolonialisatie zeer divers is; iedere vorm ervan kent zijn eigen paradoxen en spanningen. Daarnaast onderstreept Arian het verschil tussen kolonialism en koloniality. Het eerste fenomeen is beëindigd, terwijl het tweede betekent dat we na 500 jaar van kolonialism nog steeds leven met de gevolgen hiervan. Voordat de panelleden in discussie treden over hun bijdrage aan het proces van dekolonialisatie licht Louise Autar (First Things First en activist en organisator) een selectie van theorieën toe die voor haar van belang zijn voor de betekenis van dekolonialisatie. Nogmaals wordt onderstreept dat de betekenis ervan niet vast ligt en voor iedereen in iedere situatie anders kan zijn. Het panel van vandaag bestaat uit Pravini Baboeram (activist en musicus en betrokken bij het Sarnamihuis), Michael van Zeijl (De Grauwe Eeuw) en Mercedes Zandwijken (sociaal activist en oprichter van Keti Koti Dialoog tafels) en wordt gemodereerd door Max de Ploeg (First Things First en activist, politiek en cultureel programmamaker). Alledrie de gasten zijn actief binnen Nederland om dekolonialisatie in praktijk te brengen en zichtbaar te maken. Zo heeft Zandwijken de herdenking van de afschaffing van slavernij in Nederland op de kaart gezet. Middels bijeenkomsten die zij organiseert probeert ze zichtbaar te maken wat de gevolgen zijn van slavernij voor de hedendaagse samenleving. ‘Pas vijftien jaar geleden werd het eerste monument in Nederland opgericht om het slavernijverleden te herdenken, terwijl er meer dan drieduizend monumenten zijn voor de Tweede Wereldoorlog’, aldus Zandwijken. Ze spreekt haar verontwaardiging uit over het feit dat alhoewel het een shared history is, er maar weinig witte mensen zijn die de herdenking van de afschaffing van de slavernij bijwonen. Tijdens 24-uurs sessies op 1 juli, creëert Zandwijken jaarlijks een moment om mensen met elkaar te verbinden door hen persoonlijke verhalen te laten uitwisselen. De Ploeg vult aan dat deze manier van elkaar leren kennen erg belangrijk is. Door in te zoomen op persoonlijke verhalen, krijgen ook grotere, meer complexe verhalen meer betekenis.

De Grauwe Eeuw is door First Things First uitgenodigd in verband met de controverse omtrent de naamgeving van het instituut Witte de With. Eerder trok De Grauwe Eeuw straatnamen in twijfel met als doel deze te veranderen. Hierbij gaat het volgens Van Zeijl om de bereidheid van witte instituten om hun macht op te geven ten gunste van gelijkheid. Maar dat is precies hoe racisme volgens Van Zeijl werkt: aan het bestaan van sommige mensen wordt wel waarde gehecht en aan dat van anderen niet.

Behalve het aanpakken van white supremacy waar Van Zeijl over spreekt, is het volgens Baboeram essentieel ook de reproductie van koloniality aan te kaarten, ook binnen gemarginaliseerde groepen. Onbewust worden gevolgen van kolonialisme nog altijd overgenomen en zodoende in stand gehouden. Baboeram acht hiervoor een bewustwordingscampagne nodig zodat het begrip van de gevolgen van kolonialisme onderdeel worden van het collectief bewustzijn. Volgens haar is het belangrijk mensen ervan bewust te maken dat er geen dergelijke hiërarchie bestond tussen zwart en wit in het prekoloniale tijdperk. Wanneer mensen hiervan bewust zijn, zullen zij zich gesterkt voelen in hun eigen positie die niet minder is dan die van iemand anders. Pas wanneer dit bewustzijn is gecreëerd is echte verandering mogelijk. Baboeram onderstreept tevens de wil die nodig is van witte instituten om hun macht op te geven ten gunste van gemarginaliseerde groepen.

Uit het publiek komt een vraag van Natasha Hoare, curator Witte de With. Ze vertelt dat ze binnen het instituut momenteel veel gesprekken voeren over de naamsverandering ervan. Hieruit blijkt dat er een verschil van mening bestaat wat betreft de (nieuwe) naamgeving: is het beter de naam volledig te verwijderen, of om de huidige naam te voorzien van de echte context om de verborgen geschiedenis bloot te leggen? Van Zeijl en Baboeram verschillen hierover eveneens van mening, maar zijn het eens dat er ten minste iets moet veranderen. Wanneer je eerst de verborgen geschiedenis onthult, kun je daarna altijd nog volledig afzien van de naam, aldus Van Zeijl. Baboeram sluit zich hierbij aan en stelt dat educatie essentieel is: ‘we zouden nooit een Hitlerplein hebben, omdat iedereen weet wie dat is, maar het slavernijverleden is kennelijk niet voldoende aanwezig in ieders bewustzijn’.