24 juni 2017: The Black Archives on Tour – LOSON: het verborgen verhaal

André Reeder en Ernestine Comvalius André Reeder en Ernestine Comvalius

Witte de With organiseert van 17 juni tot 20 augustus 2017 het programma Cinema Olanda: Platform. Een van de onderdelen is The Black Archives on Tour: Verborgen verhalen van zwart verzet in Nederland, samengesteld door New Urban Collective. Onderstaande discussiebijeenkomst maakt hiervan deel uit.

Cinema Olanda: Platform maakt deel uit van het publieksprogramma bij de Nederlandse inzending naar de Biënnale van Venetië.

LOSON: het verborgen verhaal van activistische Surinaamse bewegingen in de jaren 70 en 80
Zaterdag 24 juni, 13.30 – 16.30 uur
Locatie: Witte de With
Verslag: Julia Mullié

Wist je dat er in steden als Amsterdam en Rotterdam een (informeel) spreidingsbeleid was waardoor Surinamers uit bepaalde wijken werden geweerd? Wist je dat er in Amsterdam een (informeel) beleid was dat voorschreef dat er maximaal één Surinaams, Turks of Marokkaans gezin per portiek mocht wonen? Wist je dat er in de jaren 70 en 80 al activistische Surinaamse emancipatiebewegingen actief waren die zich tegen racisme en ongelijkheid verenigden en onder meer een flat in de Bijlmer kraakten? De kans is groot dat je dit niet wist omdat deze verhalen en geschiedenissen lang verborgen zijn gebleven. NUC heeft in the Black Archives een verzameling boeken en documenten gevonden die deze verborgen verhalen van zwarte emancipatiebewegingen zoals de Landelijke Organisatie van Surinamers in Nederland (LOSON) en de Surinaamsche Arbeiders en Werkers Organisatie (SAWO) weer aan het licht brengen.

André Reeder en Ernestine Comvalius waren in de jaren 70 en 80 actief in de LOSON, een landelijke strijdorganisatie van de Surinaamse gemeenschap die in de steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht actief was. Reeder maakte in 1973 de film Onderneming Onderdak over de erbarmelijke omstandigheden waarin vele migranten uit Suriname en de voormalige Antillen terecht kwamen vanwege het spreidingsbeleid van de gemeente Amsterdam. Na de vertoning van de film zullen Reeder en Comvalius verhalen delen over hun tijd als activisten bij de LOSON/SAWO.

Leren van een vorige generatie

Dankzij de door hemzelf opgerichte The Black Archives, leerde Mitchell Esajas (New Urban Collective) over de kraakactie van Surinamers in de Bijlmer. Het is vreemd dat vrijwel niemand in Amsterdam en Nederland weet van de problemen omtrent huisvesting in de jaren 70, terwijl het een belangrijk onderdeel is van onze recente geschiedenis, aldus Esajas. André Reeder maakte er destijds een film over: Onderneming Onderdak.

In 1973 deed de gemeente Amsterdam een oproep aan haar bewoners om Surinamers onderdak te bieden die hun eigen land verlieten omdat de regering geen geld meer had de armste delen van haar bevolking te onderhouden. De massaal migrerende Surinamers werden onder zeer slechte omstandigheden ondergebracht in pensions. In Onderneming Onderdak is te zien onder wat voor erbarmelijke omstandigheden deze mensen leefden. Het publiek reageert gelaten bij het zien van de beelden van vervallen, vervuilde huizen die worden bevolkt door een enorm aantal mensen.

Het onrecht dat deze mensen werd aangedaan en de wijze waarop zij werden uitgebuit is voor een groot deel van Nederland onbekend (gehouden). Zo werd het Reeder vrijwel onmogelijk gemaakt de film te ontwikkelen en werd deze pas in 2010 aan een groot publiek getoond toen hij werd uitgezonden op AT5. Nu pas, in 2017, krijgt het een podium, namelijk in Wendelien van Oldenborghs Cinema Olanda op de Biënnale van Venetië. Zodoende wordt een verborgen, onderdrukt verhaal langzaamaan onderdeel van ‘de geschiedenis’. André Reeder en Ernestine Comvalius (activisten LOSON en later SAWO) treden na de filmvertoning in gesprek over hun antiracisme- en anti-koloniale-strijd in de jaren 70. Zij achten het van groot belang hun eigen ervaringen te delen zodat ook een nieuwe generatie hiervan op de hoogte is en verder kan.

Zowel Reeder als Comvalius kwam vanuit Suriname naar Utrecht om daar te studeren met het idee na de studie weer terug te keren. Dit is de reden dat zij niet alleen voor de toestand in Nederland streden, maar ook voor die in Suriname. Daar ontstonden communistische, leninistische en marxistische bewegingen als gevolg van het bewustzijn van klassen in een klassenstrijd die was veroorzaakt door het imperialisme. Comvalius licht toe hoe de anti-racisme-strijd werd verbonden aan de klassenstrijd: ‘Deze strijd werd niet los gezien van sociale veranderingen. En dus zochten we bondgenoten op in de strijd tegen institutioneel racisme. We voelden en voelen ons verbonden met bijvoorbeeld de Turkse, Marokkaanse en Molukse gemeenschap.’ Door samen te werken met andere gemarginaliseerde groepen, slaagden ze erin enorme aantallen mensen te mobiliseren om deel te nemen aan demonstraties.

Zo werd er gestreden tegen het onrechtvaardige visumbeleid dat ervoor zorgde dat families uit elkaar werden gerukt en tegen het zogenaamde spreidingsbeleid. Als tegenreactie hierop werd de Bijlmer gekraakt. Comvalius laat krantenberichten en protestfoto’s zien en vertelt hoe het protest van de LOSON tegen het uitzetten van families effect heeft gehad: het leidde ertoe dat mensen konden blijven. ‘In die periode slaagden we erin de opkomst van nieuwe fascistische partijen met hun steeds openlijker racistische geluiden de kop in te drukken’, aldus Comvalius.

Surya Nahumury (New Urban Collective en dochter van Comvalius) spreekt kort over vormen van alledaags racisme en vergelijkt de strijd van haar moeder met de strijd die haar eigen generatie voert: die is geografisch gezien veel beperkter dan destijds. Ze vraagt zich daarom hardop af wat wij kunnen leren van de generaties voor ons. Nahumury pleit voor toegankelijk taalgebruik. Tegenwoordig worden er te veel moeilijke concepten gebruikt die lang niet iedereen begrijpt. Het hoeft niet laagdrempelig te worden, maar het moet op meerdere niveaus spelen. Nahumury oppert tevens dat door de afwezigheid van een sterk socialistische, marxistische analyse de nadrukt ligt op ras en niet op gedeelde problemen binnen een klasse. ‘Wellicht is er hierdoor ook minder internationale solidariteit?’ Iemand uit het publiek reageert: ‘Als we een antwoord hadden op de vraag hoe we verbinding moeten zoeken, zag het er allemaal héél anders uit nu. Onderwijs en kunst zijn de grote sleutel.’

Reeder stelt dat een goede organisatie in ieder geval essentieel is: ‘Het kapitalistisch instituut is verschrikkelijk goed georganiseerd. Denk je dat je daartegen iets kunt doen als je zelf niet net zo goed georganiseerd bent?’ Nahumury sluit daarom af met de wens meer van dergelijke evenementen te laten plaatsvinden zodat meerdere generaties samen kunnen komen en kennis kunnen uitwisselen. ‘We moeten luisteren en leren van elkaar, zodat we niet in een cirkel terechtkomen’.