6 juli 2017: Black Figures, Black Voices – Edgar Cairo

Charl Landvreugd leest Dat Boelgedicht voor van Edgar Cairo Charl Landvreugd leest Dat Boelgedicht voor van Edgar Cairo

Witte de With organiseert van 17 juni tot 20 augustus 2017 het programma Cinema Olanda: Platform. Een van de onderdelen is Black Figures, Black Voices, een programma samengesteld door deelnemers van de Amsterdam School for Cultural Analysis (ASCA), Universiteit van Amsterdam.

Cinema Olanda: Platform maakt deel uit van het publieksprogramma bij de Nederlandse inzending naar de Biënnale van Venetië.

Black Figures, Black Voices – Edgar Cairo
Donderdag 6 juli 2017, 19.00-22.00 uur
Locatie: Witte de With
Verslag: Julia Mullié

Deelnemers Amsterdam School for Cultural Analysis (ASCA) , Cindy Kerseborn, Charl Landvreugd

De tweede sessie van Black Figures, Black Voices focust op het werk van de Surinaams-Nederlandse dichter Edgar Cairo (1948-2000). De avond begint met een vertoning van de documentaire Edgar Cairo: ‘Ik ga dood om jullie hoofd’ (2011) van Cindy Kerseborn over het leven en werk van deze schrijver, dichter, schilder en performer. De film belicht Cairo als pionier in het denken over een zwarte identiteit en een zwart bewustzijn in de context van de Nederlandse koloniale geschiedenis en het postkoloniale heden. Tijdens dit event zal Charl Landvreugd (kunstenaar, onderzoeker) gedichten van Cairo voorlezen en een performance-lezing geven die de studie van Cairo’s oeuvre als theorie uitdraagt. Het programma eindigt met een vragenronde en een dialoog tussen het publiek, Landvreugd en Kerseborn.

Trouw blijven aan jezelf

Edgar Cairo, Dat Boelgedicht, 1980

Me vriend zegt zonder apekuur:
“Swietje, laat ons gaan boelen, no?”
Hij schuurt me schouder, met zijn kool
die kras is. Aaj!, dat lot der kontenaren!
Me tussenvoet begint d’rvan te spieren

Dan schreeuwt die telefoon zo: pppprrring!
Me dame is aan de lijn gekomen. Ze roept
me geest, om te gaan komen bij d’r thuis,
om schóón “dat ding” met haar te doen.

Me vriend zegt: “Nee!” (met alle kracht
der krasheden) “Blijf hier! We boelen!”
Me dame eist: “Kom dan skat! Me baarmoer
maakt reeds bed fo jou met zoete pret!
Ik nat net!”

Ikzelf voel me zo bebedeld door dit leven
van man met man, en vrouw met mij.
Ze willen allemaal jolijt weglenen,
fo tussen bil of tussen dij

Ma’ vóórdien ben ik hun foefoeroeman,
hun dief, die liefde van ze tracht te stelen.
Kijk no: tussen de liefde en de seks,
tussen dat vlees van mij en velen,
ben ik met eenzaamheid ruimer bedeeld,
dan boelleven of hetero me scheelt.

Charl Landvreugd introduceert dichter en kunstenaar Edgar Cairo als ‘De Nederlandse James Baldwin’ waarna hij Cairo’s Dat Boelgedicht voordraagt. Voordat Landvreugd dieper ingaat op de betekenis van het gedicht en Cairo’s oeuvre, wordt de documentaire vertoond die Cindy Kerseborn) over Cairo maakte. Deze is onderdeel van een reeks documentaires die Kerseborn maakte over ongeziene zwarte kunstenaars en schrijvers. Patricia Pisters (directeur Amsterdam School of Cultural Analysis) vraagt Kerseborn naar haar motivatie om deze documentaire te maken. Wat volgens Kerseborn het belangrijkste is, is dat deze schrijver iets betekende voor zowel het land van herkomst, als het land van aankomst. ‘Cairo zette thema’s neer die voortkwamen uit een zwarte buik, maar die heel universeel zijn’, aldus Kerseborn. Deze thema’s waren niet alleen belangrijk voor Suriname, maar ook voor het Nederlandse literaire landschap. Dat een zo belangrijke schrijver niet op tv is terug te zien, stoorde Kerseborn, dus besloot ze zelf deze documentaire te maken.

De film laat zien hoe Cairo zich inzette verschillen tussen Nederlanders en Surinamers en Surinamers onderling te overwinnen. De negatieve connotaties die zwart heeft, werden door Cairo in trots omgezet. Zo ontwikkelde hij een eigen taal die een mix is van het Sranantongo en het Nederlands. Volgens Kerseborn is Cairo een taalvirtuoos die het Surinaams-Nederlands introduceerde. Surinamers vonden het vaak niet wenselijk dat Cairo Sranantongo gebruikte en het ook nog vermengde met het Nederlands. In plaats van de eigen taal te bedekken, werd deze door Cairo expliciet ingezet. Kerseborn vertelt dat de invloed die het Jiddisch ooit had op de taal in de grote Nederlandse steden inmiddels is overgenomen door het Sranantongo. ‘Denk aan woorden als doekoe, Damsko en Mocro’, aldus Kerseborn.

Na de filmvertoning presenteert Landvreugd zijn interpretatie van Dat Boelgedicht dat hij voorafgaand aan de documentaire voordroeg. Volgens hem handelt het gedicht over iets dat we tegenwoordig queerness zouden noemen. Queer Theory is volgens Landvreugd ‘a powerful tool to understand other areas of life that deal with hidden histories, emancipation and self discovery.’

Verwijzend naar W.E.B. Du Bois stelt Landvreugd dat een zwarte persoon in een witte gemeenschap zichzelf altijd eerst ziet door de lens van die witte gemeenschap. De constante in Cairo’s werk is het trouw blijven aan jezelf, aldus Landvreugd. Maar daarvoor moet je eerst weten wie je zelf bent. Volgens Landvreugd kan Dat Boelgedicht worden gelezen als het proces dat vooraf gaat aan ‘staying true to yourself’. Het gedicht bestaat uit vijf strofen die een voor een door Landvreugd als volgt worden geïnterpreteerd:

  1. Loving what looks like you.
  2. Being called by what one also loves and is supposed to love.
  3. Both loving sides fighting for your attention.
  4. Reflecting on what both parties desire from you.
  5. Self-reflection.

Volgens Landvreugd is Cairo’s positie representatief voor iedereen met een migrantenachtergrond. Hij stelde dat je trouw moest blijven aan jezelf en aan je eigen taal. Het lezen van Cairo’s werk is een manier om ‘the contemporary Afro-Dutch condition’ te begrijpen, aldus Landvreugd. Volgens Landvreugd wordt er in het huidige afro-bewustzijn teveel gekeken naar Amerikaanse voorbeelden, terwijl wij onze eigen helden hebben. ‘Het is onze taak onze eigen mensen uit de vergetelheid te trekken en onze eigen mensen te theoretiseren’. Als we onszelf willen begrijpen, moeten we Cairo lezen omdat hij schrijft vanuit de Nederlandse context. We moeten onze eigen manier van Afro-zijn dan ook vormgeven op basis van Cairo, en niet op basis van Amerikaanse of Britse modellen. Zodra je die modellen namelijk importeert en eigen maakt, neem je ook problemen en concepten mee die niet van jou zijn. ‘We moeten voor onszelf denken over hoe we onszelf vormgeven’. Waar Landvreugds voordracht al indrukwekkend was, wordt na afloop van zijn presentatie nog een geweldige voordracht gehouden door Arthur Cairo, de broer van Edgar Cairo. Hij vertelt dat het zijn roeping is geworden het werk van zijn broer voor te dragen nadat hij zich na diens dood, in zijn werk is gaan verdiepen.