Cinema Olanda: Platform bij Witte de With

Performance Holland Mijn Mars van Charl Landvreugd Performance Holland Mijn Mars van Charl Landvreugd

Witte de With Center for Contemporary Art in Rotterdam organiseert van 17 juni tot 20 augustus 2017 het programma Cinema Olanda: Platform. Dit programma maakt deel uit van het publieksprogramma behorende bij de Nederlandse inzending naar de Biënnale van Venetië.

Lees hier de samenvatting van het publieksprogramma in Witte de With:

Welke stem wordt gehoord?
door Julia Mullié

Het publieksprogramma bij de Nederlandse presentatie op de Biënnale van Venetië vond niet plaats in Italië, maar grotendeels in Rotterdam. Om precies te zijn bij Witte de With. Nog voordat het daadwerkelijk begonnen was, barstte een discussie los omtrent de naamgeving van het instituut middels een open brief. Maar dat was niet het enige dat in Witte de With gebeurde. Anderhalve maand lang nodigde Wendelien van Oldenborgh gasten (activisten, kunstenaars, filmmakers en onderzoekers) uit die ieder een week voor hun rekening namen. Er waren twee constanten: het publiek werd telkens gevraagd actief deel te nemen aan de discussie en de gast van iedere week stond vrij in de keuze voor wat betreft de invulling van diens programma. Er volgden vele persoonlijke verhalen, die allemaal een sterk universeel karakter hebben. Denk aan de verhalen van André Reeder en Ernestine Comvalius over activistische Surinaamse bewegingen in de jaren 70 en 80 tegen racisme en ongelijkheid of de documentaire over de Surinaams-Nederlandse dichter Edgar Cairo (1948-2000), pionier in het denken over een zwarte identiteit. In de slotperformance van Charl Landvreugd (kunstenaar, onderzoeker) kwamen allerlei elementen rond migratie die gedurende voorgaande weken voorbijkwamen, bijeen.

Uit de gesprekken die tijdens Cinema Olanda: Platform gevoerd werden, bleek onder andere hoe moeilijk het is om kritiek te hebben op dingen die zich in Nederland afspelen, zoals de onderdrukking van minderheden, waaronder mensen met een migranten-achtergrond. ‘In Nederland, een land dat zichzelf beschouwt als tolerant en liberaal, is weinig ruimte om het gebrek aan gelijkheid en vrijheid aan te kaarten’, aldus Lucy Cotter (curator Cinema Olanda). In de talkshow Roet in het eten van Quinsy Gario (kunstenaar en dichter) komt onder andere het bedrag ter sprake dat door de Nederlandse overheid beschikbaar wordt gesteld voor het herdenken van de afschaffing van de slavernij. De talkshow-gasten menen dat scheve verhoudingen als deze aantonen aan welke mensen belang wordt gehecht; blijkbaar verdient niet iedereen dezelfde aandacht. Ook actiegroep De Grauwe Eeuw stelt dat het in de strijd om werkelijke gelijkheid vooral de witte instituten zijn die bereid moeten zijn hun eigen macht op te geven. Zoals onder andere David Dibosa (schrijver, curator) onderstreept: het verleden bepaalt niet hoe het heden eruit moet zien. Verandering is mogelijk én noodzakelijk.

De gelaagdheid van Cinema Olanda: Platform zorgt ervoor dat alle onderdelen iedere week meer betekenis krijgen dankzij andere elementen binnen het programma; ze versterken elkaar. Mitchell Esajas (New Urban Collective) vertelt over The Black Archives, dat hem in staat stelt (bewust) verborgen verhalen aan de kaak te stellen en dominante narratieven te bevragen en bekritiseren. Kunstenaar Grada Kilomba spreekt na afloop van haar performance over kennisproductie. Zij laat zien dat degene die kennis produceert ook bepaalt wat ertoe doet en wat niet. Kilomba acht het zinvoller kennis te produceren middels het stellen van vragen in tegenstelling tot het in de academische context gebruikelijke geven van antwoorden.

In zijn lezing over zwart activisme gaat professor Kehinde Andrews (Birmingham City University) in op het veranderen van bestaande structuren waarvoor volgens hem een radicale politiek nodig is. Als voorbeeld geeft hij het feit dat er in Amerika zwarte mensen ongegrond worden neergeschoten door de politie. Hij stelt dat dit niet het systeem is dat faalt, maar precies is hoe het systeem werkt. Deze problemen zijn niet op te lossen omdat ze in het systeem besloten liggen. Er moet dus een nieuw systeem voor in de plaats komen. Gario haalt in zijn talkshow net als Andrews de brand in Grenfell Tower in Londen aan waarbij een groot aantal mensen (vooral arm en zwart) om het leven kwam. Volgens Gario een gevolg van ‘institutioneel neglect’. Weer gaat het om mensen die het blijkbaar niet waard zijn aandacht aan te besteden. Dibosa stelt dat de eerste stap in de richting van gerechtigheid een analyse is van je eigen positie. Pas wanneer iedereen weet waarvoor hij staat en welke punten hij wel en niet wil opgeven, is beweging en dus vooruitgang mogelijk. Kilomba benadrukt de noodzaak van een zekere flexibiliteit in ieders denken. Volgens haar is ieder mens onderdeel van een continue veranderend systeem. Als mens moet je dus ook steeds verantwoordelijkheid nemen voor je plaats binnen dat systeem. Wanneer je weet dat iets uit het verleden in het heden niet (meer) klopt, moet je open staan voor veranderingen. Als voorbeeld noemt Kilomba de naamgeving van het instituut Witte de With: ‘When you’re in a power position within an institution, you have a huge responsibility, you have to risk, you have to transgress the normativity: than you touch people.’

Dat Zwarte Piet nog steeds onderdeel is van het Sinterklaasfeest en overal door het land nog ‘Zeeheldenbuurten’ zijn, wordt vooral verweten aan de blinde vlek binnen de maatschappij. Tessa Boerman, die onder meer de documentaire Painted Black maakte over de representatie van zwarte mensen in de kunstgeschiedenis, stelt dat mensen door een persoonlijk bewustwordingsproces moeten. Het feit dat het binnen instituten nog steeds niet is gelukt de blinde vlek kwijt te geraken, is tekenend voor wie onderdeel uitmaken van die instituten. Valika Smeulders (onderzoeker aan het KITLV/Royal Netherlands Institute of Southeast Asian and Caribbean Studies) bespreekt in deze context ook het gebrek aan zwarte kunsthistorici: ‘als je op school niet leert over geschiedenis op een manier waarin je jezelf gerepresenteerd ziet, krijg je ook geen affiniteit met die geschiedenis’, aldus Smeulders. Maar erkennen dat Rembrandt en Rubens en ook beeldhouwers in de Klassieke Oudheid al zwarte mensen afbeeldden, blijkt voor velen te moeilijk. Tijdens Roet in het eten #14 wordt een artikel op Hyperallergic besproken waarin wordt beschreven hoe al eeuwenlang op een verkeerde manier naar de antieke oudheid wordt gekeken. Naar aanleiding hiervan stelt panellid Tirza With: ‘Mensen hun afgunst van het inkleuren van beelden uit de klassieke oudheid laat zien hoe hypocriet ze zijn: ze doen er alles aan om hun eigen wereldbeeld in stand te houden, ondanks dat de feiten die ze ontkennen gebaseerd zijn op wetenschappelijk onderzoek.’

Het bespreken van de blinde vlek die heerst en hoe deze (bewust) in stand wordt gehouden, keerde afgelopen weken veelvuldig terug. Een programma als Cinema Olanda: Platform lijkt eraan bij te dragen de blinde vlek langzaam kwijt te geraken.

Klik hier voor de videoregistraties. Van onderstaande onderdelen is een verslag gemaakt door Julia Mullié (winnaar basisprijs Recensie – Prijs voor de Jonge Kunstkritiek 2016).