17 juni 2017: Paneldiscussie Wat is het belang van een Platform?

Paneldiscussie Wat is het belang van een Platform in Witte de With Paneldiscussie Wat is het belang van een Platform in Witte de With

Witte de With organiseert van 17 juni tot 20 augustus 2017 het programma Cinema Olanda: Platform. Onderstaande paneldiscussie over het belang van een Platform maakt hiervan deel uit.

Cinema Olanda: Platform maakt deel uit van het publieksprogramma bij de Nederlandse inzending naar de Biënnale van Venetië.

Zaterdag 17 juni, 16.30 – 18.30 uur
Locatie: Witte de With
Verslag: Julia Mullié

Wat is het belang van een Platform, nu er binnen het Nederlandse artistiek en culturele klimaat zoveel aandacht is voor herziening? Onder welke omstandigheden krijgt kritiek vorm, en zeggenschap en solidariteit? Deze kwesties ontvouwen zich tijdens een paneldiscussie over ‘de condities voor kritiek’, ingeleid en gemodereerd door curator Lucy Cotter. Onder de sprekers zijn: Amandla Awethu! (schrijver, community organizer, verbonden aan ‘First Things First’), Charl Landvreugd (kunstenaar, curator, schrijver), David Dibosa (schrijver, curator) en E.C. Feiss (schrijver). Performance van Patricia Kaersenhout (kunstenaar).

Positie bepalen

Zoals zovelen geloofde curator van het Nederlands paviljoen Lucy Cotter lange tijd in de vrijheid van kunst. Het ontdekken en erkennen van deze onwetendheid kan worden gezien als de eerste stap in de richting van een werkelijk vrije kunst. Dat blijkt uit de eerste editie in de reeks Cinema Olanda: Platform, het publieksprogramma dat aansluit op de Nederlandse presentatie op de Biënnale van Venetië.

Dat Cinema Olanda Platform plaatsvindt binnen de muren van een instituut waaraan verleden week een open brief werd geschreven omtrent de discutabele naamgeving ervan, bleef uiteraard niet onbesproken. Zowel Cotter als panellid David Dibosa (schrijver, curator) pleitten voor de blik van een buitenstaander die met afstand kan wijzen op de mogelijkheden die achter iets dat men kent verscholen zouden kunnen liggen. ‘In Nederland, een land dat zichzelf beschouwt als tolerant en liberaal, is er echter weinig ruimte om het gebrek aan gelijkheid en vrijheid aan te kaarten’, aldus Cotter.

Dibosa stelt dat de open brief wijst op de mogelijkheid van gerechtigheid. Maar dat is niet op te eisen. De eerste stap in de richting van gerechtigheid is een analyse van wat jouw positie is. De eventuele aanpassing hiervan hangt af van het begrip van en eerlijkheid over a-symmetrische machtsrelaties. Dit kan betekenen dat er kleine aanpassingen moeten worden gemaakt. Hierdoor zullen ook punten worden blootgelegd waarvan we niet bereid zijn ze aan te passen. Maar als er volgens jou geen beweging mogelijk is, stelt Dibosa, moet je dat kenbaar maken zodat iemand anders dit kan bevragen. Dat is politiek: punten kunnen bediscussieerd worden. De vraag is: ‘waar sta jij?’ Amandla Awethu (schrijver, community organizer en verbonden aan ‘First Things First’) is het eens met iemand uit het publiek die stelt dat niet iedereen in dezelfde mate zijn eigen positie hoeft te herzien omdat er wel degelijk al mensen mee bezig zijn. Awethu vergelijkt het proces van dekolonisatie daarom met een ui: iedere laag moet weer opnieuw geconfronteerd worden met de problemen die spelen. Een laag is niet voldoende: het moet tot de kern doorgevoerd worden.

Het innemen van een positie keert terug wanneer iemand in het publiek betuigt dat kunstenaars verantwoordelijk zijn voor het in stand houden van een instituut. Charl Landvreugd (kunstenaar, curator, schrijver) is het hier niet mee eens: juist het instituut moet stappen maken om te overleven. De kunstenaar hoeft hier niet onderdanig aan te zijn. Het enige dat ertoe doet is het aangeven van je eigen positie. Als die niet past bij de positie van een instituut is het wellicht beter niet samen te werken. Awethu vult dit aan: ‘we moeten ons realiseren op welke fundamenten instituten zijn gebouwd. Waarom zijn ze ooit opgericht en rijmt dit nog met wat kunstenaars nu doen?’ Dibosa beaamt dit door te onderstrepen dat het verleden niet bepaalt hoe het heden eruit moet zien.

Alhoewel kunstinstituten zich open lijken te stellen voor dekolonisatie is deze schijn vaak bedrieglijk. De panelleden spreken van een zekere ‘hospitaliteit’ jegens niet-blanken en niet-Nederlanders. Dit betekent dat zij worden verwelkomd als gast en er dus zeker mogen zijn, maar ook weer zullen vertrekken. Een van de andere regels van hospitaliteit is dat ‘de gast’ geen kritiek uit op diens gastheer. Cotter stelt dat dit hospitaliteitsmodel moet worden vervangen om daadwerkelijk vooruit te komen. ‘Jouw eigen positie bepaalt immers ook welke esthetische keuzes je maakt’, aldus Cotter. Dibosa vult aan: ‘Je moet bereid zijn je white privilege op te geven. Je moet het namelijk niet alleen erkennen, maar ook begrijpen.’

Juanita Lalji (andragoge, activist), gesprekspartner van Wendelien van Oldenborgh en Andre Reeder in het voorgaande onderdeel van Cinema Olanda: Platform en nu onderdeel van het publiek, vat het belang van het platform samen. ‘Al jarenlang komen en gaan deze vragen en discussies. Cinema Olanda en de schrijvers van de open brief brengen ons samen om opnieuw deze ontzettend belangrijke discussiepunten te bespreken’, aldus Lalji. Ze vervolgt: ‘Ik hoop erg dat deze beweging die nu weer op gang is gekomen niet meer eindigt in stilte, maar daadwerkelijk iets bereikt. Tot nu toe is het zo geweest dat wanneer het confronterend wordt, het gesprek eindigt, maar nu moeten we proberen een goede samenwerking tot stand te brengen. Stap voor stap zodat iedereen betrokken blijft.’ Na luid applaus sluit Dibosa af met de vraag: ‘Sometimes it doesn’t matter so much what you think, sometimes it doesn’t matter so much what you say, but it always matter what you do. My question is: what do we do now?’