Regio Noord – Andrea Möller

Andrea Möller is per 1 september door het Mondriaan Fonds benoemd als regiomakelaar Noord. Haar werkterrein beslaat de provincies Groningen, Friesland en Drenthe. Lees hier haar biografie. Andrea Möller is te bereiken via: a.moller@mondriaanfonds.nl.

Meer dan een kort brandend kaarsje – interview met Andrea Möller

Andrea Möller, regiomakelaar kunst en erfgoed voor het Mondriaan Fonds in Noord-Nederland,  woont in Leeuwarden, de stad die in 2018 Culturele Hoofdstad van Europa is en zich nu vast sterk maakt als pleitbezorger van de kunsten. ‘Kunst geeft het leven kwaliteit en verdient erkenning,’ zei Arno Brok (VVD), de Friese Commissaris van de Koning, onlangs in het tv-programma Buitenhof. Hij riep het Rijk op verantwoordelijkheid te nemen voor de kunsten, zowel via extra investeringen als door het aanstellen van een minister in plaats van een staatssecretaris voor cultuur. ‘Ik hoop dat het Rijk inziet hoe belangrijk een vitale culturele infrastructuur is, landelijk én regionaal.’

Andrea Möller, foto: Harrie Muis.

Foto: Harrie Muis

‘Dringend noodzakelijk, bevestigt Andrea Möller, ‘om in te zetten op wederzijds begrip. Daar zie ik als regiomakelaar ook een kans, als bemiddelaar tussen de partijen. Het komt nog wel eens voor dat wij uit het Noorden als exoten bekeken worden, terwijl we op anderhalf uur rijden van de Randstad een omvangrijk deel van Nederland vertegenwoordigen,  waar ontzettend veel moois gebeurt. Het is prachtig wanneer dat nu beter zichtbaar wordt; Leeuwarden Culturele Hoofdstad kan een uitkomst zijn, waar ook Groningen en Drenthe wel bij varen. Maar wat we nodig hebben is meer dan een kort brandend kaarsje. Opvlammen is mooi, maar het wordt nog beter wanneer  het enthousiasme een langdurig vervolg krijgt. Put your money where your mouth is! Hier ligt een taak voor de regio: om behalve vandaag ook morgen te investeren in de kunsten. Over het belang van kunst en erfgoed wil ik graag praten met de gedeputeerden die cultuur en erfgoed in hun portefeuille hebben. Hopelijk kan ook Arno Brok aanschuiven.’

Möller weet uit ervaring hoe kwetsbaar de culturele infrastructuur is. Zij begon in de jaren negentig te werken in de kunst- en cultuursector in Noord Nederland. Vlak daarvoor waren alle kunstopleidingen naar Groningen verhuisd. Het aanbod in Leeuwarden was flink verschraald. ‘Groningen is een kunsteiland in de wijde omgeving,’ zegt ze, verwijzend naar het Groninger Museum, de Rijksuniversiteit inclusief kunsthistorische faculteit en Academie Minerva, maar ook de vele onafhankelijke projectruimtes en initiatieven. ‘Eén tak van Minerva, de Academie voor Popcultuur, is in 2003 gelukkig alsnog in Leeuwarden gevestigd, waardoor alles een beetje aantrok. Opleidingen brengen jongeren met zich mee die het klimaat verlevendigen.’

Zelf stond Möller, directeur van Media Art Friesland dat met een jaarlijks festival mediakunst stimuleert, mede aan de wieg van instellingen zoals VHDG in Friesland en Stichting Kik in Drenthe. Zij bieden een podium aan vernieuwende kunst, ook dankzij bijdragen van het Mondriaan Fonds. Vluchtheuvels, noemt Möller dit. Want: ‘Aan de productiekant hebben de bezuinigingen van de laatste jaren rampzalige gevolgen gehad. Kunstenaars kunnen amper meer overleven. Voor mezelf zie ik als taak het gesprek op gang te brengen en gaande te houden, met overheden, kunst- en erfgoedinstellingen en kunstenaars. De makers wil ik informeren via subsidiecafés of open avonden over de kansen die het Mondriaan Fonds biedt. Maar ook op openingen, symposia, en presentaties “in het wild” ben ik direct aanspreekbaar: voel je vrij, geen vraag is te gek!’

‘Wat hier gemaakt wordt, beter zichtbaar maken’, dat is de missie. ‘Het platteland heeft zijn aantrekkingskracht op het toerisme, maar een zekere ruigheid, die dat landschap kenmerkt, tekent zich ook af in de kunsten’, zegt Möller. ‘Er kan een wezenlijk verschil zijn tussen dat wat ertoe doet in de Randstad en in het Noorden, terwijl het allebei belangrijk is voor Nederland. Vergeet dat niet: ook de context telt. En hier werken relatief veel eenlingen: stoere, dwarse karakters, die sterk, onafhankelijk werk maken, maar zichzelf nog onvoldoende in de etalage zetten.’

Interview: Wilma Sütö