Bemiddelaar of lobbyist?

Lieselot van Damme en Andrea Möller op Academie Minerva Lieselot van Damme en Andrea Möller op Academie Minerva

Mijn favoriete tijdschrift in de jaren negentig was het Duitse satireblad Titanic. Titanic kon mij tot de vaste abonnees rekenen, maar naast fans had dit blad ook vijanden: politici, kortzichtigheid, knulligheid, maatschappelijke misstanden, en niet in de laatste plaats: het makelaarsgilde. Makelaars zijn immers per definitie gulzig, slecht van karakter en vooral: overbodig. Uit egoïstisch winstbejag ‘bemiddelen’ zij tussen partijen door informatie mondjesmaat door te sluizen en daar uiteindelijk gepeperde rekeningen voor te sturen. Tot zover de gonzende vooroordelen die mijn opvoeding vormden betreffende het makelaarschap.

En nu ben ik er zelf één. In opdracht van het Mondriaan Fonds mag ik sinds medio vorig jaar bemiddelen tussen het hoofdkantoor in Amsterdam en kunstenaars, overheden en instellingen op het gebied van beeldende kunst en erfgoed in de drie Noordelijke provincies. Gezien mijn opvoeding was ik van begin af aan erg scherp op mijn rol als makelaar. Om een goed beeld te krijgen van wat er leeft bij verschillende doelgroepen bracht ik tal van bezoeken aan instellingen, galeries, musea en beleidsmakers. Ook nodigde ik een ieder die liep met de gedachte om een bijdrage van het fonds aan te vragen uit om ‘op spreekuur’ te komen. Daar was ruimte voor vragen, om te brainstormen, om aarzelingen te bespreken. Zo kwam er een wereld aan informatie, deels zeer persoonlijk of nieuwsgevoelig, op me af.

Informatie op maat maken

Parallel aan de vragen van anderen, zadel ik mezelf op met de mijne: voorzie ik die vele gesprekspartners uit de regio voldoende van informatie? Wanneer is het handig aanvragers te attenderen op projecten van anderen die een interessante match zouden kunnen zijn?

Bijvoorbeeld: als de ene erfgoedinstelling en het andere archief niet weten wat te doen met de enorme schat aan kunstenaarslegaten in de regio, moet ik ze dan aan elkaar voorstellen opdat ze gezamenlijk een plan smeden, of op zijn minst ervaringen kunnen delen? Het antwoord hierop is: zeker, voor het Drents Archief en Tresoar, het Fries Historisch Centrum, heb ik als ‘koppelaar’ een rol op me genomen. De toekomst zal uitwijzen hoe ze elkaar kunnen versterken.

Gewetensvragen van een andere orde zijn: maak ik geen egoïstisch gebruik van kennis en contacten? Regiomakelaar ben je immers maar voor één dag in de week; de rest van de tijd speel ik zelf prettig mee als producent in de sector.

En: wat doe ik met bedenkingen, klachten, kritiek op het fonds? Moet ik ook een lobbyist van de ‘periferie’ worden, die in Amsterdam de deur intrapt met rapportages over de afstand tussen stad en regio?

Doorgaans is er niet één helder, laat staan alomvattend, antwoord op zulke vragen. Ik maak het specifiek: ga in op datgene waarmee een aanvrager worstelt en snijd informatie individueel toe. Op den duur, merkte ik, voel je steeds beter aan hoe ver je kunt gaan in het buiten de zuivere rol van adviseur te treden. Écht resultaat is er pas als je samen iets uitspint. Je kunt je op de vlakte houden en formeel informeren, maar als ik dat zou doen zou mijn aangeleerde makelaarsalarm gauw keihard gaan loeien. Daarbij komt dat het Mondriaan Fonds ook een aardig duidelijke website heeft – eenmaal de drempel over om hem te openen, stellen veel aanvragers vast dat die mooi vormgegeven en goed leesbaar is.

Andrea Möller bij Het Resort in Groningen

Andrea Möller bij Het Resort in Groningen

Vrolijk door met de persoonlijke ste

Wat van mij komt, is de persoonlijke stem. En, heel belangrijk: het is niet dat ik zelf zeg dat die stem ertoe doet. Uit reacties en cijfers valt op te maken dat kunstenaars en instellingen het waarderen dat het Mondriaan Fonds een gezicht in het Noorden heeft. En ‘op kantoor’ kunnen ze er kennelijk goed tegen dat er soms ook minder gunstige geluiden uit de regio worden doorgesluisd. Als ik enerzijds de makers in het Noorden kan helpen om tot meer en betere aanvragen te komen en anderzijds zie dat er bij het fonds ruimte is voor opbouwende kritiek, waar ook echt iets mee gedaan wordt, dan wil ik uiteindelijk best een makelaar zijn. Het kunnen kleine wijzigingen zijn in het reglement zoals een nét iets andere formulering van de opleidingseis voor jong talent, waardoor kunstenaars uit Fryslân opeens wel in aanmerking komen, terwijl tot nu toe geen een studie in de provincie in aanmerking kwam. Zo ben ik toch ook een beetje lobbyist, dat kunnen wij Noorderlingen nog steeds wel gebruiken. Vrolijk door naar de tweede ronde!