Birgit Donker blogt

Bij de geboorte van een richtlijn

De minister van OCW is er bij, de voorzitter van de Raad voor Cultuur, de voorzitter van de Sociaal Economische Raad én de speciale commissie van SER en Raad die zich buigt over de toekomst van de arbeidsmarkt in de culturele sector. En natuurlijk kunstenaars, presentatie-instellingen en musea.

Deze oploop aan hoogwaardigheid morgen in presentatie-instelling Stroom geeft maar aan hoe bijzonder het is; de ondertekening van een richtlijn voor honoraria aan kunstenaars bij exposities zonder verkoopdoel. Jarenlang is erover gesproken en nu is de richtlijn een feit. Het is bijzonder dat deze uit het veld zelf is gekomen en zo breed wordt gedragen – van kunstenaar tot museum. Met de richtlijn moet een eind komen aan de praktijk dat kunstenaars voor niets meewerken aan een expositie van hun werk en ‘oh ja, kun je ook nog even de vloer aanvegen?’.

De lancering van en de steun voor de richtlijn tonen de kracht van het beeldende kunstenveld en de waarde van goed onderling overleg en samenwerking. Ik ben blij dat het Mondriaan Fonds in zijn rol als relatiemakelaar daar een bijdrage aan heeft kunnen leveren, onder meer door het faciliteren van Beeldende Kunst Nederland, het platform met vertegenwoordigers uit de hele BK-sector. Met de richtlijn toont de beeldende kunst haar verantwoordelijkheid en haar maatschappelijk ondernemerschap. En het mooie is: het ‘polderoverleg’ dat heeft plaatsgevonden binnen de beeldende kunst kan nu als inspiratie dienen voor andere sectoren met veel zzp-ers en waar geen cao geldt.

Het Mondriaan Fonds zal de richtlijn waar van toepassing hanteren bij de beoordeling van zijn aanvragen, bijvoorbeeld bij de bijdrage opdrachtgeverschap en bij projectinvesteringen voor exposities. Door de minister zijn we bovendien in de gelegenheid gesteld het gebruik van de richtlijn verder te stimuleren: er is 600.000 euro beschikbaar voor een zogenoemd experimenteerreglement, dat voorziet in gedeeltelijke compensatie van instellingen die honoraria betalen conform de richtlijn.  Publiekstoegankelijke organisaties – groot én klein – die het presenteren van kunst en erfgoed als kernactiviteit hebben kunnen een aanvraag indienen. Organisaties die de in de richtlijn genoemde honoraria toepassen, komen in aanmerking voor een financiële stimulans.

De experimenteerbijdrage bestaat sinds begin dit jaar en de eerste aanvragen en toekenningen zijn al gedaan – aan beeldende kunstinstellingen maar ook aan een erfgoedmuseum. De allereerste toekenning was voor het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk, dat een opdracht gaf aan Cynthia Boll voor een serie foto’s voor de tentoonstelling Jakarta, de mensen achter de muur over de invloed van water op de levens van de inwoners van Jakarta en op het materieel en immaterieel cultureel erfgoed. De foto’s tonen persoonlijke verhalen en laten zien hoe het leven is met de dreiging van het water.

Cynthia Boll, The People Behind the Seawall, 2014-ongoing.

Het Watersnoodmuseum en andere instellingen geven bij hun aanvraag aan dat de vergoeding van het fonds cruciaal is voor het toepassen van de richtlijn. Komend jaar zal nauwlettend worden gemonitord wat de effecten zijn van de richtlijn en van het experimenteerreglement en wat er gebeurt als de vergoeding straks niet meer bestaat. Ook wordt gekeken of er (wenselijke en onwenselijke) bijeffecten zijn van de richtlijn, bijvoorbeeld op de programmering van musea en presentatie-instellingen. Ook instellingen die de richtlijn niet willen ondertekenen worden bij dit onderzoek betrokken.

De richtlijn en het experimenteerreglement zijn een eerste begin, de uitdaging is te zorgen voor het bestendig en duurzaam maken van een nieuwe praktijk. Dat is zo cruciaal omdat de gedeelde verantwoordelijkheid die nu wordt aangegaan van groot belang is voor de arbeidsmarktpositie van kunstenaars, dat in de eerste plaats, maar daarnaast ook voor het algemene aanzien en de waardering – letterlijk en figuurlijk – van kunst en kunstenaars in onze samenleving. En dat is in ons aller belang.