Birgit Donker blogt

De burgemeester, kunst en de wereld

‘Hebben we door dat we maar zo’n klein dorpje zijn en cultuur hebben van wereldniveau?’ Burgemeester Eberhard van der Laan maakte deze opmerking gisteren in VPRO’s ‘Zomergasten’. Als voorbeeld haalde hij aan het Rijksmuseum, het Concertgebouworkest, danseres Igone de Jongh en Toneelgroep Amsterdam.

Het is o zo waar. Nederland, toch niet een van de allergrootste landen ter wereld, blinkt internationaal uit in kunst en cultuur. Van Toneelgroep Amsterdam tot Rineke Dijkstra – ze zijn in het buitenland veel gevraagd. Sla de NRC Top 100 er maar op na, of de publicatie ‘Buitengaats’ van DutchCulture. De vraag is of wij in Nederland dit succes voldoende naar waarde weten te schatten – letterlijk en figuurlijk. Op kunst en cultuur hebben we immers als samenleving de afgelopen jaren flink bezuinigd.

Een Tweet met Van der Laans opmerking leidde tot een honderdtal likes en enerzijds de reactie ‘En dat ondanks het afbraakbeleid van Halbe…’ en anderzijds ‘Dankzij Hallo (sic) Zijlstra die o.a. musea gedwongen heeft ondernemend te worden.’ Om iets over dat laatste te zeggen: ook als dat waar zou zijn, die musea moeten toch ergens mee worden gevuld? Met schilderijen van Rembrandt bijvoorbeeld en met foto’s van Rineke Dijkstra. En met werk van nieuw talent.

Rembrandt werd voor zijn werk destijds betaald door zijn opdrachtgevers. Rineke Dijkstra ook, maar daarnaast ontving zij aan het begin van haar carrière een werkbijdrage van het Mondriaan Fonds waarmee ze tijd had voor vrij werk. Op eenzelfde manier krijgen op dit moment vele talentvolle beginnende kunstenaars een werkbijdrage om te investeren in tijd en materiaal. Én wordt nieuw opdrachtgeverschap gestimuleerd; ook u kunt opdrachtgever zijn.

Rineke Dijkstra, Amy, Liverpool, 23 december 2008, 2008, collectie kunstenaar.

En om nog terug te komen op de musea: het werk van Rembrandt was vroeger alleen te zien door zijn vermogende opdrachtgevers en hun vrienden, terwijl het werk van Rineke Dijkstra (godlof) ook publiek toegankelijk is, bijvoorbeeld op de expositie ‘Rineke Dijkstra – een ode’, nog tot 6 augustus te zien in het Stedelijk Museum Amsterdam. Dat kan omdat wij als samenleving investeren in musea. Die musea worden inderdaad steeds ondernemender. En dat is goed, maar kent ook zijn grenzen. Want doordat ze zo zuinig moeten opereren, hebben musea vaak niet eens voldoende geld beschikbaar om kunstenaars te betalen. Terwijl in het bedrijfsleven steeds meer wordt gekeken naar maatschappelijke criteria als sociaal ondernemen, rekenen we musea en andere culturele instellingen af op keiharde zakelijke criteria als eigen inkomsten en bezoekersaantallen.

Kortom, laten we er met elkaar voor zorgen dat we als klein land groot kunnen blijven op het gebied van kunst en cultuur en goed blijven omspringen met waardevol talent en met instellingen als het Rijksmuseum en het Concertgebouworkest. Zodat we ook in de toekomst in het buitenland bekend blijven staan om onze kunst en cultuur van wereldniveau.