Birgit Donker blogt

De premier, zijn liefde en de noodzaak

Minister-president Mark Rutte bij Zomergasten, 4 september 2016.

Wat mooi, hoe onze minister-president gisteren in Zomergasten verschillende voorbeelden leverde van het belang van (experiment in) kunst. Hij begon de uitzending met een liefdesverklaring aan Johann Sebastiaan Bach en vertelde hoe visionair deze was en hoe hij in zijn tijd en zeker nog een eeuw daarna alleen bij experts bekend was als componist en hoe hij toch zo van grote invloed was op velen na hem en hoe hijzelf nu nog altijd ontroerd raakte als hij Bach beluistert.

Dat is precies de reden waarom binnen de kunst ruimte moet zijn voor het experiment. Het experiment is immers de kraamkamer van relevante kunst en toekomstig erfgoed. Daar hoeft echt niet onmiddellijk een zo groot mogelijk publiek voor te zijn. Innovatief en experimenteel zijn kan betekenen dat een kunstenaar een select publiek aanspreekt en een belangrijke voortrekkersrol heeft. En daarmee van groot belang is voor het publiek van de toekomst. Zoals J.S. Bach. Of Van Gogh, om nog maar eens zo’n kunstenaar te noemen.

Jammer, dat de interviewer van Zomergasten daar niet op inging. Want juist ruimte bieden aan kwetsbaar experiment is één van de pijlers van het kunstbeleid in Nederland, dat de laatste jaren zo onder druk is komen te staan. Nederland kent van oudsher groot talent (van Rembrandt tot Rineke Dijkstra) én een fijnmazig stelsel van publieke en private kunstfinanciering. Dat heeft geresulteerd in kunst op wereldniveau en dat zien ze in het buitenland ook. En dat wereldniveau was niet bereikt als er geen ruimte was voor het inslaan van nieuwe wegen.

Kortom, niet alle kunst heeft onmiddellijk een groot publiek nodig.

Rineke Dijkstra, The Krazy House, 2009.

Nog zo’n misvatting: dat iedereen alles ogenblikkelijk zou moeten begrijpen. Dat hoeft helemaal niet. Je kunt het ook gewoon ondergaan. Of je erin verdiepen. Bijvoorbeeld in de ideeën achter conceptuele kunst. Nog afgelopen zaterdag werd deze in de Telegraaf afgedaan als ‘doorgeslagen onzinkunst’; ‘nieuwe kleren van de keizer’; en ‘gekkigheid’. En met de boude stelling: ‘Een idee is geen kunst’. Mag ik even weten: sinds wanneer is dat zo? Ideeën brengen kunst juist verder. Om te spreken met P.M. Cochius, directeur van de legendarische Glasfabriek Leerdam van 1912 tot 1933: ‘Het is onmogelijk de fantasie fris te houden wanneer men geen gelegenheid heeft tot experimenteren.’ Of zoals Bas Heijne het vorige week formuleerde in De Staat van het Theater: kunst levert een bijdrage aan ‘een wereld waarin allerlei krachten zijn losgewoeld die schreeuwen om duiding, inzicht en bewustwording’. Het gaat niet alleen om ‘dingen’ maar juíst om ideeën die ons weer aan het denken zetten, die leiden tot nieuwe ontwikkelingen.
Dat is ook waar Rutte het over had: we moeten vooruit!

Naast het belang van experiment is meer nodig om als samenleving van kunst te blijven profiteren. Om nu nog naar uitvoeringen van Bach te kunnen luisteren – wat de premier zegt zo graag te doen; uit hoofde van zijn functie ieder jaar naar de Matthäus-Passion – zijn investeringen namens de samenleving nodig. Anders zou zo’n entreekaartje veel te duur zijn en kunst mag geen luxe-artikel worden; iedereen heeft er recht op. Om nog maar te zwijgen van het belang van fatsoenlijke betaling van de musici die de werken van Bach tot leven weten te wekken. Uit onderzoek van de SER en de Raad voor Cultuur bleek eerder dit jaar hoe slecht zij worden betaald.

Volkskrant, 22 januari 2016.

Trouwens, ook op ander vlak gaf de minister-president een voorbeeldig voorbeeld van wat kunst vermag. Om de mechanismen in de politiek uit te leggen had hij speelfilm nodig; ‘Heat’ en ‘House of Cards’. Daarin zie je immers respectievelijk hoe je inhoudelijk van mening kunt verschillen en toch als persoon met elkaar overweg kunt en hoe je ‘macht vergaart’. Daarmee illustreerde hij prachtig dat kunst verhalen weet te vertellen en verschillende werelden bij elkaar brengt; verbindingen legt. En ook daarom van onschatbare waarde is.