Birgit Donker blogt

Geen wedstrijd, toch een uitslag

Stedelijk Museum Schiedam - Oogst: Evelyn Taocheng Wang

Een kunstprijs winnen; is dat goed of slecht voor een kunstenaar? Die vraag was de inzet van een debat gisteren in het Stedelijk Museum Schiedam. Niet voor niets had het debat hier plaats; het museum heeft een tentoonstelling rond de tiende editie van de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs. Ik mocht aan het debat deelnemen omdat ik voorzitter ben van de jury van de Prix de Rome, de oudste prijs voor jonge beeldend kunstenaars en architecten.

Talkshow kunstprijzen Stedelijk Museum Schiedam
Om me voor te bereiden had ik navraag gedaan bij diverse winnaars van prijzen. ‘Meedoen aan een prijs brengt het beste uit je naar boven’, zei de één. ‘Je wordt gedwongen weer net zo te presteren als tijdens je opleiding.’ Een ander noemde een prijs ‘een brug’, naar media-aandacht en naar meer brede publieke aandacht. Deze laureaat noemde prijzen in de kunsten met name in Nederland belangrijk ‘omdat wij geen cultuur hebben om trots te zijn op kunst. Het “eruit mogen springen”, en daarvoor uit mogen komen wordt al op scholen ontmoedigd.’ Een erfenis van het protestantisme en andere factoren, vermoedt zij.

Stedelijk Museum Schiedam - Oogst: Jay Tan      Stedelijk Museum Schiedam - Oogst: Evelyn Taocheng Wang
Er zijn ook wel bedenkingen bij prijzen. ‘Het competitie effect vond ik niet prettig’, zei een winnaar. ‘Hoe kan de jury trouwens de werken vergelijken? Iedereen heeft een andere praktijk.’ Maar ook voor haar was de eindbalans toch positief: ‘Het heeft me zelfvertrouwen gegeven en ik kon van het geld een computer kopen. In het buitenland werkt het in je voordeel: een prijs winnen is toch een soort keurmerk. En voor de kunst als geheel is positieve aandacht goed.’

Stedelijk Museum Schiedam - Oogst: Femmy Otten
Nederland telt liefst 36 prijzen voor beeldende kunst, volgens de website dutch heights, die als ondertitel ‘Eregalerij van de Nederlandse cultuur’ draagt. Bij elkaar zijn al die prijzen goed voor bijna 300.000 euro aan prijzengeld per jaar, berekende de Volkskrant in een artikel dat op 18 november verscheen. En nog eens eenzelfde bedrag in de vorm van natura: tentoonstellingen en publicaties bijvoorbeeld. Zo’n geldbedrag varieert van 100.000 euro voor de Heineken Prijs tot meestal tussen de 5 en 10.000 euro. De winnaar van de Prix de Rome ontvangt behalve eeuwige roem, 40.000 euro plus een residency van drie maanden in de American Academy in Rome. Kunstprijzen vormen daarmee een broodnodige aanvulling op verkoop en (teruggelopen) subsidiemogelijkheden.

Magali Reus, overzichtstentoonstelling Mustard in Stedelijk Museum, 2016
Ook aan de ontwikkeling van het werk van de kunstenaar kan deelname aan een prijs bijdragen. Bij de Prix bijvoorbeeld krijgen de vier genomineerden een werktijd en productiebudget en indien gewenst ook een coach die hen begeleidt. Dat leidt er toe dat ze zich even helemaal op hun werk kunnen richten en bijvoorbeeld meer productie kunnen uitbesteden, zoals Magali Reus dat deed vorig jaar bij de productie van haar Leaves. Voor architecten is de werkperiode van de Prix een van de weinige mogelijkheden om niet voor een concrete opdracht te ontwerpen maar de grenzen van het onmogelijke op te zoeken. De werkperiode werkt als vrijhaven van verbeelding.

Het debat gisteren leidde tot de conclusie dat de belangrijkste winst van een prijs de erkenning is. ‘Ik had eindelijk het gevoel dat mijn werk bij de beeldende kunst hoorde’, zei Floris Kaayk die in 2014 met zijn animaties de Volkskrant Beeldende Kunstprijs won. En het gaf zeker extra druk, het winnen van de prijs, zei hij in antwoord op een vraag uit het publiek. Maar dat werkte bij hem juist positief.