Birgit Donker blogt

Hart voor het erfgoed van nu én dat van de toekomst

Universiteits Museum Utrecht Universiteits Museum Utrecht

Cultureel erfgoed is veel meer dan een begrip; het ligt de mensen na aan het hart omdat het onderdeel van onszelf uitmaakt. Dat werd aangrijpend zichtbaar toen begin deze maand het Nationaal Museum van Brazilië werd verwoest door een verzengende brand, waarbij kostbaar erfgoed verloren ging.
Onthutste inwoners van Rio de Janeiro stroomden toe, klampten zich aan elkaar vast, huilend, en deden hun beklag voor de camera’s over het achterstallig onderhoud; het tekort aan publieke investeringen in de eigen cultuur en nu dan het verlies van de eigen geschiedenis. ‘Onze nationale identiteit is in vlammen opgegaan’, zei João Carlos Nara, directeur van de afdeling collectie en onderzoek. Hij sprak over twee eeuwen werk en naar schatting 20 miljoen historische objecten en documenten, uniek archeologisch en antropologisch materiaal, plus de grootste natuurhistorische collectie van Zuid-Amerika.
Zeker: een meteoriet kon worden gered. Die is nu niets minder dan een toetssteen voor het geweten. Het museumpersoneel wond er geen doekjes om. ‘Nu is iedereen geschrokken en vloeien de tranen; wij als museum roepen al jaren dat de situatie onhoudbaar is, maar worden genegeerd. Er worden wel miljoenen gestopt in de bouwsector, maar niet in ons eigen historisch erfgoed’, aldus adjunct-directeur Luiz Duarte. Het museum kampte al jaren met een tekort aan (publieke) middelen.
Het is geen mooi, wel een hard voorbeeld: publieke investeringen in cultureel erfgoed en beeldende kunst, het erfgoed van de toekomst, zijn essentieel.

 DEN HAAG - Minister Wopke Hoekstra van Financien en premier Mark Rutte na het aanbieden van het koffertje met de rijksbegroting en miljoenennota. ANP BART MAAT

Minister Wopke Hoekstra van Financiën en premier Mark Rutte na het aanbieden van het koffertje met de rijksbegroting en miljoenennota. ANP Bart Maat

Toch is het draagvlak voor deze investeringen niet vanzelfsprekend – in Brazilië niet maar in Nederland al evenmin. Toen de grote bezuinigingen op kunst en cultuur werden aangekondigd in 2010 klonk er behalve een schreeuw uit de kunstwereld nauwelijks verontwaardiging uit de rest van de samenleving. Daarom is het ook zo’n goed signaal dat dit kabinet extra geld uittrekt voor kunst en erfgoed. Op Prinsjesdag werd bekend dat in 2019 en 2020 een jaarlijks bedrag van 800.000 euro wordt geïnvesteerd in het stimuleren van betaling van honoraria aan beeldend kunstenaars, de makers van ons erfgoed van de toekomst. Met dit bedrag kan het Mondriaan Fonds ook de komende twee jaar musea en andere kunstinstellingen stimuleren de vorig jaar ingevoerde honorariumrichtlijn te volgen. Daarnaast krijgt het fonds extra geld voor talentontwikkeling, voor het stimuleren van Nederlandse kunst in het buitenland en voor archeologische projecten.

Erfgoed telt voor dit kabinet: in de periode 2018-2021 gaat extra aandacht uit naar grootschalige publieksactiviteiten voor archeologie, zodat de toegankelijkheid van archeologie wordt vergroot en het publieksbereik toeneemt. Het ministerie van OCW heeft met het oog hierop extra middelen uitgetrokken die via het Mondriaan Fonds geïnvesteerd zullen worden: een bedrag van 500.000 euro in 2018 en 750.000 euro per jaar in 2019 tot en met 2021. In het bijzonder presentaties op het gebied van archeologie met een bovenregionale uitstraling komen hiervoor in aanmerking. Daarvoor moet soms ook werk worden verricht áchter de schermen en ook dat wordt gehonoreerd: het restaureren van archeologische objecten voor aantrekkelijke en informatieve publiekspresentaties behoort tot de mogelijkheden. Verder geldt samenwerking, in het bijzonder met wetenschappelijke partijen, als een pre: dat is immers een krachtenbundeling die zowel professionals als leken ten goede kan komen. Hetzelfde geldt voor het inzetten van vernieuwende presentatiewijzen, die met een prikkelende uitstraling doelstellingen bevorderen ten aanzien van diversiteit, het bereiken van jongeren en het betrekken van vrijwilligers. Lees ook het interview met Wim Hupperetz (Allard Pierson Museum) over ArcheoHotspots waarin een brug wordt geslagen tussen archeologisch erfgoed en het publiek. We kijken reikhalzend uit naar nieuwe aanvragen op dit gebied.

Vergroting van het draagvlak voor kunst – dat is precies datgeen waarvoor ik me wilde inzetten, toen ik in 2012 aantrad als directeur van het Mondriaan Fonds: mensen laten zien dat ze wel degelijk houden van kunst en erfgoed. En dat hier investeringen voor nodig zijn. Niet eens zo veel, als je naar de totale overheidsbegroting kijkt: zo’n 250 miljard. Maar meer dan politici en vele anderen vaak geneigd zijn ervoor te willen uittrekken. Ja, als het om portretten van Rembrandt gaat, dan komen die investeringen er wel. Maar ze zijn ook nodig voor minder bekend erfgoed én voor het erfgoed van de toekomst.
Daarom is het zo belangrijk dat de betrokkenheid van de burger bij kunst en erfgoed wordt vergroot. Of beter gezegd, dat het besef groeit hoe groot die betrokkenheid feitelijk al is: kijk maar naar het groeiend aantal museumbezoekers. En dat om kunst en erfgoed levend te houden er die – relatief kleine – investering nodig is. Enigszins geruststellend is in ieder geval dat een nieuwe grote bezuiniging na de laatste verkiezingen is uitgebleven; hoopgevend is wellicht dat er dus zelfs meer geld voor kunst en erfgoed is vrijgemaakt.

Birgit Donker tijdens Reinwardt Memorial Lecture 2013. Foto Hanne Nijhuis

Birgit Donker tijdens Reinwardt Memorial Lecture 2013. Foto Hanne Nijhuis

In de faciliterende rol van fondsdirecteur heb ik me met hart en ziel en veel plezier voor (het draagvlak voor) kunst en erfgoed ingezet. Binnenkort trek ik zelf het veld in. Na ruim zes jaar Mondriaan Fonds maak ik de overstap naar het Nederlands Fotomuseum. Een fantastische kans; het Nederlands Fotomuseum is tenslotte hét nationale Fotomuseum van Nederland. Het beheert een schat aan foto’s van onder anderen Ed van der Elsken, Vincent Mentzel, Viviane Sassen, Bertien van Manen. Plus het heeft een dynamisch expositiebeleid. Dat alles mag nog meer voor het voetlicht worden gebracht, zodat het museum nog bekender wordt als hét Nederlands fotomuseum dat ons erfgoed beheert en schatten toont, dat verbindt en verwondert.
Het sluit ook zo mooi aan bij mijn ervaringen bij NRC Handelsblad en bij het Mondriaan Fonds: enerzijds is er immers de documentaire kant van fotografie, waar Nederland zo bekend om is, en anderzijds de beeldende kunstkant waarin we ook uitblinken, zie bijvoorbeeld de carrière van Rineke Dijkstra of Anouk Kruithof – om er maar twee te noemen.

Folly, 2017 © Anouk Kruithof

Folly, 2017 © Anouk Kruithof

Voor het Mondriaan Fonds komt dit op een goed moment. Het staat er prima voor. Er is een heldere visie rond ontwikkeling en verbinding van kunst en erfgoed, die gedragen wordt door de medewerkers en door het veld. Er is extra budget gekomen voor talentontwikkeling, kunstenaarshonoraria, archeologische projecten, presentatie-instellingen en mobiel erfgoed. We hebben sinds een jaar regiomakelaars in het land, die instellingen en kunstenaars nog nauwer bij het fonds betrekken. En dit is het moment dat het nieuwe beleid voor de jaren na 2020 moet worden geformuleerd. Dat laat ik graag over aan mijn opvolger, zodat deze weer eigen accenten kan leggen.

Toen ik aantrad ruim zes jaar geleden stond het fonds voor een lastige klus: er was een derde bezuinigd op het budget. Dit moest worden verwerkt in nieuw beleid rond de bijdragen. En ook intern moest er worden bezuinigd, gefuseerd en gereorganiseerd. Ik heb me toen als doel gesteld dat het fonds een nieuwe eenheid werd, open naar alle mogelijke aanvragers. En naar publiek en politiek, voor een grotere betrokkenheid bij erfgoed en kunst, van de alleroudste oudheden tot en met, het kan niet vaak genoeg worden gezegd, het erfgoed van de toekomst, dat uit handen van hedendaagse kunstenaars komt. Daarom licht ik hier zo graag de honorariumrichtlijn voor beeldend kunstenaars uit, die is ontwikkeld en wordt gedragen door het veld zelf.

Presentatie website kunstenaarshonorarium.nl

Deze richtlijn werd vorig jaar gelanceerd, in aanwezigheid van de minister, de voorzitter van de SER en de voorzitter van de Raad voor Cultuur. Nu, een jaar later, is het aantal betalingen aan exposerende kunstenaars verdubbeld. De richtlijn werkt en geldt als voorbeeldstellend voor andere sectoren en voor de praktijk in het buitenland. Er is nog meer voor nodig, maar dit is in ieder geval een bijdrage aan de financiële positie van makers die de belangrijkste last van de bezuinigingen hebben moeten dragen. Erkenning van de honorariumrichtlijn heeft er bovendien aan bijgedragen dat eindelijk het beeld kantelt van kunstenaars als BKR-profiteurs. Er zijn nog steeds enkele mensen die zich de dér-tig jaar geleden afgeschafte regeling nog herinneren als de dag van gisteren, maar accurater is het actuele beeld van kunstenaars als onderbetaalde professionals. Wat me hier nog van het hart moet is dat het van ongelofelijk veel lef getuigde dat vrijwel alle presentatie-instellingen vanaf dag één de richtlijn volgen. Ook veel musea doen dat, maar voor hen zijn de gevolgen iets gemakkelijker te dragen.

Kunst en erfgoed zijn bij uitstek publiek goed. Zoals we het in de visie van het Mondriaan Fonds verwoorden: ‘Ze zijn een oefening in pluriformiteit; zorgen voor variaties op de werkelijkheid; zijn van nature kosmopolitisch en grenzeloos.’