Birgit Donker blogt

Heerlijk helder honorarium

Matthijs Munnik, Luminal, 2016 (uitsnede). Foto Gert Jan van Rooij. Munniks werk is momenteel te zien in Kranenbrugh en in het najaar in TETEM, beide instellingen ontvingen hiervoor een bijdrage via het experimenteerreglement.

Wat jammer is dit nou weer. Een serie misverstanden volgde op een bericht dat we eind vorige week postten op social media. De post ging over ons zogeheten experimenteerreglement kunstenaarshonoraria. Deze bijdrage is bedoeld voor instellingen die de begin dit jaar ingevoerde richtlijn voor kunstenaarshonoraria toepassen. Veel instellingen, met name kleinere, hebben moeite hun begroting rond te krijgen en kunnen daarom gedeeltelijke compensatie vragen voor het betalen van een honorarium. Op deze manier wil het fonds stimuleren dat de o zo noodzakelijke kunstenaarshonoraria daadwerkelijk toegekend worden. Het ministerie van OCW heeft hiervoor 600.000 euro beschikbaar gesteld.

Onze posts op social media waren bedoeld om de mogelijkheid van die relatief nieuwe compensatie nog eens onder de aandacht te brengen. Naast de talloze likes was een van de reacties: ‘Blijft het fonds mede bepalen wie er voor deze kunstenaarshonoraria in aanmerking komen… hoe experimenteel is dit?’ Er werd direct maar gepleit voor afschaffing van respectievelijk het fonds en alle beeldende kunstsubsidies – enerzijds door een kunstenaar die vermoedt dat er dan meer topkunst tot stand komt en anderzijds door een criticaster die subsidie voor kunst sowieso verspild geld vindt. Ook was er de opmerking dat het betalen van honoraria hoort bij de basiskosten van ieder museum. Tot slot was er wat aan te merken op de manier waarop de eerste zin van het bericht was geformuleerd want die was onhelder: ‘hoe onduidelijk kun je zijn’.

Dat laatste hebben we onmiddellijk aangepast, want daar hadden de reageerders een punt. Ook de opmerking dat honoraria zouden moeten horen bij de basiskosten van een museum is terecht. Maar deze instellingen, en zeker de presentatie-instellingen en kunstenaarsinitiatieven, hebben vaak moeite om rond te komen. Daarom wil het fonds in ieder geval in het begin de toepassing van de richtlijn stimuleren met een speciale bijdrage. Om te bepalen wie hiervoor in aanmerking komt wordt niet gekeken naar de kwaliteit van de kunstenaar, aanvrager of expositie. Het fonds toetst alleen of er daadwerkelijk sprake is van een voorgenomen publiekstoegankelijke expositie van een beeldende kunstinstelling in Nederland en of sprake is van een honorarium conform de richtlijn. Zoals een aanvrager opmerkte: ‘De procedure is eenvoudig en goed in onze activiteiten te incorporeren.’ En ‘De richtlijn biedt een handig hulpmiddel om tot betere afspraken te komen. Maar de budgetten staan onder druk. De bijdrage kunstenaarshonorarium is cruciaal om de contract- en prijsafspraken op peil te houden.’ Om welke kunst het gaat hangt geheel af van de aanvrager.

Fransje Killaars, Colours first, 2017. Foto: Mike Bink. Killaars werk was te zien bij Kunsthal KAdE.

Fransje Killaars, Colours first, 2017. Foto: Mike Bink. Killaars werk was te zien bij Kunsthal KAdE.

De honorariumrichtlijn is tot stand gekomen na jaren overleg door het veld – van kunstenaars tot kunstinstellingen, groot en klein. Het is uniek dat de verschillende partijen zelf met deze richtlijn kwamen en de Sociaal Economische Raad ziet deze dan ook als voorbeeldstellend voor de hele arbeidsmarkt.

In het buitenland wordt het Nederlandse voorbeeld gevolgd. Inmiddels hebben meer dan honderd musea en presentatie-instellingen in Nederland de richtlijn ondertekend. Verschillende overheden en private partijen hebben aangegeven de richtlijn te hanteren.

Nog een misverstand dat ik deze week hoorde: het Mondriaan Fonds heeft dit jaar plotseling een honorarium verplicht gesteld voor instellingen die een aanvraag doen voor een expositie of opdracht, om zo op slinkse wijze de richtlijn op te dringen. Die verplichting van een honorarium bestond al veel langer. Alleen kwamen we tot nu toe niet verder dan de gewenste omvang van het honorarium te definiëren als ‘reëel’. Nu kunnen we verwijzen naar de richtlijn die in unieke gezamenlijkheid tot stand kwam. En waarvoor vervolgens in ieder geval nu een compensatie kan worden aangevraagd. Dat deden onder meer het Watersnoodmuseum, Garage Rotterdam, Nest Den Haag, Museum Arnhem, Tetem Enschede, Buitenplaats Kranenburgh, Museum De Domijnen en Kunsthal KAdE. Alleen al deze week hebben we weer drie aanvragen voor het experimenteerreglement kunstenaarshonoraria kunnen toekennen. Showroom MAMA ontving bijvoorbeeld een bijdrage voor het honorarium van Geo Wyeth. Hij zal daar een nieuwe uitvoering van zijn meerdelige performance CrossxxSing uitwerken. We kijken reikhalzend uit naar wat nog volgt!

Geo Wyeth, Juice CrosxxxSing, bij FLAM Forum of Live Art. Foto: Thomas Lenden
Geo Wyeth, Juice CrosxxxSing, bij FLAM Forum of Live Art. Foto: Thomas Lenden

De richtlijn en het experimenteerreglement zijn een eerste begin, de uitdaging is te zorgen voor het bestendigen van een nieuwe praktijk waarbij het normaal is kunstenaars te betalen voor hun werk. En dat lukt alleen als er gezamenlijk wordt opgetrokken (met zo weinig mogelijk misverstanden – dat trekken wij ons ook aan). Dat is in het belang van kunstenaars én de rest van het veld en daarmee van iedereen.

Lees ook andere blogs van Birgit Donker over dit onderwerp: Bij de geboorte van een richtlijn, Honoraria, die droom kan waarheid worden, SER schrikt van financiële positie kunstenaars, Honoraria: de Denen lopen alweer voorop, Honorarium: het onderzoek en Honorarium: volg de Denen.