Het belang van een rendierspoor

Onlangs woonde Eelco van der Lingen zijn eerste VAP (oftewel Visual Arts Platform) bij, dé jaarlijkse bijeenkomst van onze Europese partnerfondsen. Host was OCA (The Office for Contemporary Art Norway), de locatie werd het uiterste noorden van Noorwegen; het land van de Sámi. Tijdens de bijeenkomst kwamen onderwerpen voorbij die in alle landen spelen, zoals het kunstenaarshonorarium. Maar vooral was er veel aandacht voor de kunst en cultuur van de Sámi, en met name de manier waarop die onder druk staat. Titel van de bijeenkomst was dan ook: Decolonisation and transformation of the art world in the face of past and ongoing colonising mechanisms. Van der Lingen schreef een blog met zijn reflecties.

Het belang van een rendierspoor

Laat ik licht beginnen met een funfact: Nederlanders en de Sámi zijn elkaar ooit tegen het lijf gelopen op het kruispunt van immaterieel cultureel erfgoed; als de theorieën kloppen dan zijn ze samen verantwoordelijk voor het verhaal van de Kerstman.

De Sámi zijn de oorspronkelijke bewoners van Sápmi, een gebied rond Noord-Noorwegen, Noord-Finland, Noord-Zweden en Noordwest-Rusland. (De termen ‘Lappen‘ en ‘Lapland‘ wordt als beledigend beschouwd. Het zijn Sámi uit Sápmi.) Zij zijn verwant aan andere volken rond de poolcirkel, variërend van de Inuit in Groenland tot aan de oorspronkelijke bewoners van Noord-Japan en Alaska.

De figuur Santa Claus is een afgeleide van Sinterklaas die door Nederlandse emigranten zou zijn geïntroduceerd in Nieuw-Amsterdam, het huidige New York. Aan die kant van de oceaan kreeg hij gezelschap van rendieren, die in 1894 meekwamen toen Sámi naar hun Amerikaanse broeders en zusters in Alaska trokken. Roedels rendieren werden uitgezet in de toendra’s van Alaska. Zo werd het rendier een plaatselijke exoot die Alaska van de nodige voedseldiversiteit voorzag. Ergens tussendoor vormde zich het verhaal van de Sinterklaas van de Noordpool en zijn goede vriend Rudolf.

In de uitnodiging voor de VAP-bijeenkomst in Kárášjohka in Sápmi werd gevraagd naar de dieetwensen van de deelnemers en tegelijkertijd werd er gewaarschuwd dat het menu vooral zou bestaan uit rendiervlees. Eenmaal aangekomen in Sápmi komen we het beest ook echt werkelijk overal tegen. Ik neem enthousiast een foto van het rendiergordijn in mijn hotelkamer en ik geniet van de rendierstoofpot tijdens de eerste gezamenlijke maaltijd met de directeuren van de cultuurfondsen van Zwitserland, Denemarken, Noorwegen, België en Finland.

De volgende dag blijkt dat het rendier meer is dan een grappige feature, het rendier is ook een symbool voor de clash tussen de Sámi en de Noren uit Oslo en omstreken. De Noren uit het zuiden trekken in de 17e eeuw noordwaarts om daar ‘de wilden’ te overtuigen van het woord Gods. De Sámi verwelkomen de Noren en hun god. Ze hebben er zelf een hoop en nog eentje erbij is geen probleem. Daarnaast ervaren ze het land niet als eigendom en dus is iedereen vrij zich er te vestigen. Het verhaal doet denken aan de ontdekking en verovering van Amerika. De oorspronkelijke bevolking wordt na ontdekking stelselmatig onderdrukt en de cultuur wordt zo veel mogelijk bevochten. In het geval van de Sámi wordt een tactiek van assimilatie gebruikt. De oorspronkelijke talen (er zijn een stuk of acht verschillende Sámi-talen), de joiks: keelzang ter identificatie van een plek, persoon, dier of kudde, Sámi-hoofddeksels en geloofsuitingen worden verboden, bewoners worden verspreid en de Noren nemen het grondgebied over.

De Ládjogahpir van Outi Pieski

De Ládjogahpir van Outi Pieski

Het assimilatieproces is redelijk succesvol, in die zin dat de Sámi-bevolking wordt gemarginaliseerd. Enkele Sámi-talen zijn inmiddels volledig uitgestorven. Ongeveer 1 procent van de Noorse bevolking is nog Sámi.

Het rendier is de koe van de Sámi, maar anders dan een koe kun je ze blijkbaar slecht houden op een boerderij. Rendieren trekken langs vaste lijnen heen en weer door het Scandinavische landschap. De trekroutes zijn de basis voor de positionering van de verschillende Sámi-volken. Als de grenzen getrokken worden tussen Rusland, Finland, Zweden en Noorwegen worden de Sámi geconfronteerd met de gevolgen. Trekroutes worden afgesneden, volkeren opgesplitst.

Ook nu nog speelt dit, want ook de windturbines die de Noorse regering in Sápmi wil plaatsen gooien de trekroutes in de war. Al eerder deden rivierverleggingen en stuwdammen dat. De aanleg van een stuwdam eind jaren zeventig vormt de opmaat voor groot verzet van de Sámi-bevolking. Als Noorwegen besluit dat enkele Sámi-dorpen wel onder water mogen verdwijnen om de energievoorziening van Noorwegen te dienen, bezetten de Sámi het Noorse parlement. Een Sámi-kunstenaarsgroep speelt hierin een grote rol. Na lange tijd van actievoeren en enkele hongerstakingen wordt het stuwdamplan aangepast om het dorp Maze te sparen. Er wordt een Sámi-parlement opgezet en de Sámi gaan werken aan de herwaardering en restauratie van de Sápmi-cultuur.

Office for Contemporary Art Norway, de Noorse zus van het Mondriaan Fonds, maakt zich hard voor een betere vertegenwoordiging van de Sámi in het culturele veld en organiseert bezoeken van buitenlandse instellingen en curatoren aan het gebied. Dit wordt een groot succes als verschillende Sámi-kunstenaars worden opgenomen in de laatste Documenta. Ook bij het paviljoen van Finland in Venetië is momenteel een Sámi-kunstenaar betrokken.

Op bezoek bij het Sápmi-parlement

Op bezoek bij het Sápmi-parlement

De geschiedenis en context van de Sámi vormt de basis voor de VAP-meeting met als thema dekolonisatie. Naast een bezoek aan het Sápmi-parlement zijn er presentaties aan ons door Sámi-kunstenaars, activisten en musici en daarnaast wonen we een symposium bij van de kunstenaarsgroep van het Finse paviljoen in Venetië.
Met enige regelmaat worden gesprekken (gepland en ongepland) onderbroken voor een toepasselijk geachte joik, onder anderen door de beroemde joiker Marie Boine.

Outi Pieski, Marie Boine en Jenni Laiti

Outi Pieski, Marie Boine en Jenni Laiti

Hoewel de problematiek van de Sámi ver weg lijkt van de Nederlandse context zijn er opvallende overeenkomsten met de problematiek van inclusiviteit in Nederland. Institutioneel en maatschappelijk racisme, het probleem van eenzijdige narratieven in musea, de arrogantie van het heersende kunstveld dat wel welkom wil heten, maar eigenlijk ook niet echt van gedachten wil wisselen en de noodzaak tot een betere vertegenwoordiging in commissies en personeelsbestanden van culturele organisaties komen in de gesprekken voorbij.

Een belangrijk element is ook hier de bandbreedte (hoewel het hier ‘het kwaliteitsbegrip’ wordt genoemd). Hoe kunnen we kwaliteit bepalen als we niet openstaan voor criteria buiten onze eigen context? Als we daadwerkelijk open willen staan voor minderheidsgroeperingen, dan zullen we ook bereid moeten zijn om met en door hun ogen te kijken en een nieuw set aan criteria te formuleren dat ruimte biedt aan een andere en meer inclusieve beleving van kunst en erfgoed. Dat is een proces dat tijd kost en veel geduld vraagt. Van onszelf, maar ook zeker van de partijen die we zo graag willen betrekken. Een Sámi-activist verwoordt de gevoeligheden: “We have been colonialized, but we are still being colonialized, also by you. I could have been in my studio, but you colonise my time. Because you need to grow, I have to come to you and give you my time. I do it, because its necessary, but you need to understand, you colonise me right now as well.“

Neokolonialisatie en inclusiviteit is een ongemakkelijk proces dat vraagt om soms drastische stappen om tot een betere balans te kunnen komen. In de gesprekken bleek dat het onderwerp hoog op de agenda staat bij de verschillende VAP-landen en dat het Mondriaan Fonds voorloopt als het gaat om een betere maatschappelijke vertegenwoordiging binnen de eigen organisatie en de verschillende commissies. Tegelijkertijd is het duidelijk dat we er nog lang niet zijn.

Het was bijzonder zinvol om de eigen inzichten en ervaringen te kunnen spiegelen aan die van de verschillende Europese collegae. Het was ook verhelderend om naar de casus van de Sámi te kunnen kijken, want soms is het makkelijker om de problematiek op afstand te beschouwen, dan wanneer je er middenin zit.