Birgit Donker blogt

Honoraria, die droom kan waarheid worden

Down and out in the South, Jan Banning

‘Maar hoe moet ik dan mijn vrouw en kinderen onderhouden?’ Zo reageert Zoro Feigl, maker van ongepolijste bewegende installaties, als hij weer eens wordt gevraagd om voor niets te werken. En dan blijkt er opeens wel ruimte voor een honorarium. Hij vertelde het vorige week in een programma van NPO Radio 1. Fotograaf Jan Banning vertelde in hetzelfde programma dat hij vorige maand nog geweigerd had om gratis zijn werk te exposeren. Maar hij kwam terug op zijn kloeke besluit. Het was nu eenmaal te belangrijk dat zijn foto’s van Amerikaanse daklozen getoond werden.


Video: Zoro Feigl, Poppy Giant Flower (installatie)

Het zijn schrijnende gevallen en helaas exemplarisch voor de praktijk. Iedereen krijgt betaald, van curator tot cateraar. Behalve de kunstenaar. Maar nu lijkt er dan toch iets te veranderen. Het veld had zich al verenigd achter de wens een honorariumrichtlijn te ontwikkelen. Bovendien heeft minister Bussemaker 2 miljoen uitgetrokken voor de financiële positie van kunstenaars in de hele kunstsector. In haar adviesaanvraag aan de Raad voor Cultuur hoe dit geld precies in te zetten, schrijft ze nadrukkelijk dat de raad aandacht moet schenken aan het versterken van het honorarium van beeldend kunstenaars. En aan een ontwikkelingsimpuls voor honoreringsrichtlijnen.

De raad is nu dus aan zet en dan de minister. Beeldende Kunst Nederland, waarin alle partijen in de beeldende kunst zijn verenigd, stelt voor dat een derde van de 2 miljoen wordt ingezet voor honoraria in de beeldende kunst waar het hoogst aantal zelfstandigen werkt (negentig procent) en het minst wordt verdiend (gemiddeld nog geen 14.000 euro bruto per jaar). Tien procent van dat bedrag zou gaan naar het ontwikkelen van een richtlijn, het implementeren ervan en het onderzoeken van de werking. En de rest zou dan kunnen worden ingezet voor het betalen van honoraria. Zo’n richtlijn zou ook als inspiratie kunnen dienen voor andere sectoren waar geen cao geldt.

Uit het veld klonk vorige week enige kritiek: moet dat nou, geld besteden aan een richtlijn? Hoe moeilijk kan het opstellen daarvan zijn? Nou, best lastig, anders was die richtlijn er allang geweest. Het gaat om vragen als: Welke criteria gaan er gelden? Hoe zorg je ervoor dat een richtlijn voldoende flexibel is? Hoe zorg je dat de richtlijn bestendigd wordt zonder dat het ten koste gaat van bijvoorbeeld productiekosten of de kwaliteit van de inrichting of het aankoopbudget van het museum? Allemaal vragen die nog beantwoord moeten worden en door alle partijen onderschreven.

Dat alle partijen, van musea tot BBK, zich nu hebben geschaard achter de noodzaak van een richtlijn, dat is de doorbraak waar al jaren op werd gewacht. En het komt goed uit dat minister Bussemaker net heeft besloten extra geld uit te trekken voor de financiële positie van kunstenaars. Dat maakt dat die droom nu ook waarheid kan worden.

 

Beeldende Kunst Nederland (BKNL) is een informeel overleg van organisaties die opkomen voor het belang van beeldend kunstenaars, musea, presentatie-instellingen en galeries in Nederland. Bij BKNL zijn aangesloten Platform BK, Museumvereniging, FNV Kiem, Kunsten ‘92, de Beroepsvereniging van Beeldend Kunstenaars (BBK), de Nederlandse Galerie Associatie (NGA) en de belangenvereniging voor presentatie-instellingen De Zaak Nu.