Birgit Donker blogt

Honorarium: volg de Denen

Voor de Prix de Rome 2013 maakte Remco Torenbosch een werk met als uitgangspunt de Europese vlag. Hij verzamelde materiaal uit de verschillende lidstaten, die ieder een eigen interpretatie aan de eenheidsvlag bleken te geven. Het leidde tot een rijke schakering aan stoffen en kleuren.
Dat Europa uitblinkt in eenheid in verscheidenheid blijkt ook als het gaat over het kunstenaarshonorarium. Het was één van de onderwerpen die ter tafel kwamen op een bijeenkomst in Helsinki met een zestal organisaties voor beeldende kunst in Europa, waaronder het Mondriaan Fonds. In Denemarken hebben kunstenaars en musea onlangs een contract gesloten over het honorarium. In Zweden bestaat het al langer. En in Polen doen steeds meer musea er aan.

In Nederland springen musea er nogal wisselend mee om. Het ene museum betaalt kunstenaars een dagvergoeding, terwijl een ander niets betaalt en soms zelfs een werk voor de collectie verwacht als dank. Helaas zijn kunstenaars in Nederland vaak sluitpost op de begroting. Vanuit de redenering dat ze blij mogen zijn met een expositie, krijgen ze dikwijls niet betaald voor het werk dat ze doen. Het resultaat is dat kunstenaars moeten toeleggen op een expositie. Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Zeker niet nu we van kunstenaars vragen dat ze cultureel ondernemer zijn – alsof ze dat vroeger niet waren, maar dat terzijde. Het Mondriaan Fonds probeert op verschillende manieren bij te dragen aan het broodnodige besef dat het normaal is ook kunstenaars te betalen voor hun werk. Door een reëel honorarium verplicht te stellen bij onze bijdragen voor opdrachtgeverschap – of de opdrachtgever nou een museum is, een school of twee boerinnen. Door erop te letten dat musea in een begroting voor een projectinvestering bij de post ‘honoraria’ ook de uren opnemen die de kunstenaar in de expositie steekt. En tot slot door zelf het goede voorbeeld te geven: de kunstenaar die werkt voor de Biënnale van Venetië krijgt een honorarium, bijvoorbeeld, en ook de drie kunstenaars die het staatsieportret van Koning Willem-Alexander maakten en daarmee  bovendien hun auteursrechten van dit werk opgaven, krijgen daarvoor betaald.

Het zou goed zijn als we in Nederland het voorbeeld zouden volgen van landen als Zweden en Denemarken. Met een algemene afspraak tussen instellingen en kunstenaars. Waar die instellingen in sommige gevallen dan wel een bijdrage krijgen van de overheid om het honorarium te kunnen betalen. Zodat kunstenaars niet meer het kind van de rekening zijn.