Birgit Donker blogt

Meesterlijke portretten

Hollandse Meesters van de 21e eeuw

Een ‘impulsje van angst’ voelt hij nog altijd voor ieder nieuw werk. ”Als je begint, is er die angst dat je het niet kan; het vullen van het witte vlak.” Cornelius Rogge, 82 jaar, vertelt het in zijn werkplaats, halverwege het filmportret dat Jacqueline van Vugt van hem maakte en dat op 23 januari in première gaat.

Cornelius Rogge. Foto Michiel van Nieuwkerk

Vervolgens legt de kunstenaar uit hoe hij van een glasplaat die eerst nog heel was, en een duidelijke functie had in het raam, een lijdzaam voorwerp heeft gemaakt door het kapot te slaan. De scherven ”die eigenlijk in de prullenbak moeten” zette hij vervolgens op troontjes van glas. Behalve dat ene rebellerende scherfje dat niet mee wil werken. ”In de veelheid van scherven is er altijd een afwijking. Dacht ik. Maar het kan ook zijn dat het anders in elkaar zit natuurlijk.”

Maria Barnas. Foto: Michiel van Nieuwkerk

Cornelius Rogge is een van de honderd ‘Hollandse Meesters’ die de afgelopen vijf jaar zijn gemaakt en waarvan de laatste twintig nu in première gaan. Het zijn filmportretten van prominente kunstenaars door prominente regisseurs. Van Henk Visch door Frans Weisz tot Falke Pisano door Katelijne Schrama. Alle honderd meesterportretten zijn op 23 januari te zien in filmmuseum EYE, tijdens een marathonvertoning van ’s ochtends tien tot middernacht. Ook die over Maria Barnas: ”Ik regisseer toeval.” En Renzo Martens: ”Ik ben het type kunstenaar dat wil weten hoe kunst zich tot de wereld verhoudt – alleen maar kunst maken is het niet voor mij.”

Renzo Martens. Foto: Michiel van NIeuwkerk

Het bijzondere van de films is dat het geen complete van a-tot-z levensbeschrijvingen zijn, maar impressies. Ze kijken niet terug op carrières, maar staan midden in de praktijk. Kunstenaars zijn gefilmd op de plek waar hun werk wordt gemaakt. Ze worden aan het woord en vooral aan het werk gelaten. In de atelierportretten voert het beeld de boventoon en wordt soms zelfs letterlijk geen woord gesproken. Wel is er altijd muziek, vaak speciaal voor de gelegenheid gecomponeerd.

Het Mondriaan Fonds heeft de serie, die is geproduceerd door Interakt, samen met het Mediafonds mede mogelijk gemaakt omdat ze op een inspirerende manier kunstenaars onder de aandacht brengen. De films worden via allerlei kanalen verspreid (via televisie, maar ook via minibioscoopjes in bijvoorbeeld (buitenlandse) musea en in hotellobby’s) en ze betrekken een grote groep mensen bij wat kunst te bieden heeft. Dat is belangrijk, want kunst verdient publiek en publiek verdient kunst. Grotere zichtbaarheid van kunstenaars is noodzaak omdat we ons in Nederland te weinig realiseren hoeveel goede kunstenaars we in huis hebben. Deze serie draagt eraan bij dat voor het voetlicht te brengen.
Aan de portrettenreeks is een website gekoppeld die eveneens op 23 januari wordt gelanceerd. Via deze site zijn de films te bekijken en wordt extra informatie gegeven over de kunstenaars. Ook op deze manier wordt bijgedragen aan de zichtbaarheid van kunstenaars uit Nederland.

Je ziet in de Hollandse Meesters hoe verschillend de honderd geportretteerde kunstenaars zijn – in hun aanpak, hun materiaalgebruik, hun ideeën over kunst en als persoon. En toch loopt er een rode draad door al die portretten, en dat is de bevlogen weg die ze allemaal bewandelen. Of het nou is door het bouwen van een ‘white cube’ in Congo (Renzo Martens) of door het versplinteren van een oud kastje met herinneringen om er papier van te maken om verhalen op te schrijven en dat uiteindelijk toch niet te doen (Maria Barnas).

De filmportretten wemelen van prachtige beelden en quotes. Een van de mooiste uitspraken uit de honderd meesters is wel die van Cornelius Rogge: ‘’Ik ben bang dat ik een beetje filosofische kunstenaar aan het worden ben. Wat niet de bedoeling is.”