Birgit Donker blogt

Nederlands trots voor Venetië

Wendelien van Oldenborgh, Supposing I love you. And you also love me, 2011 Architectural setting with bench and projection: Montage of still images with dialogue, English subtitles, 13 minutes Wendelien van Oldenborgh, Supposing I love you. And you also love me, 2011 Architectural setting with bench and projection: Montage of still images with dialogue, English subtitles, 13 minutes. Courtesy Wilfried Lentz Rotterdam and the artist.

De jury is eruit: Wendelien van Oldenborgh en Lucy Cotter zullen volgend jaar het Nederlands paviljoen in Venetië vullen. De verhalen die Van Oldenborgh er wil gaan vertellen en die een deel van de postkoloniale Nederlandse geschiedenis zullen blootleggen, zijn bijzonder en relevant. Ze heeft gekozen voor een opstelling en indeling, die het gebouw zullen ontregelen. De jury waardeert ook het dramatische in de films die ze wil gaan maken en waarmee Van Oldenborgh een nieuwe kant zal laten zien.

Wendelien van Oldenborgh en Lucy Cotter tijdens de presentatie van hun plan aan de jury.

Het voorstel van Wendelien van Oldenborgh werd gekozen uit vijf eerder geselecteerde plannen, van ook Renzo Martens, Erik van Lieshout, Melanie Bonajo en Jennifer Tee. Het klinkt misschien als een obligaat compliment maar dat is het niet: alle vijf de voorstellen waren goed uitgedachte en aantrekkelijke voorstellen voor het Nederlands paviljoen in Venetië. Ze getuigen van de vitaliteit en de actualiteit van de beeldende kunst in Nederland, die met gemak op het allerhoogste wereldniveau kan meedoen. De selectiemethode voor het paviljoen door middel van een open oproep haalt ook dit keer weer het beste naar boven.

Erik van Lieshout. Foto: Jhoeko Schets installatie voorstel Mirror Plane ~ Twin Plane, Jennifer Tee, 2016 Melanie Bonajo. Night Soil - Fake Paradise_hdvideo 2014. Courtesy: Akinci Renzo Martens. The Art Collector by Djonga Bismar en Jeremy Mabiala

Met grote inzet organiseert het Mondriaan Fonds iedere twee jaar de Nederlandse inzending voor Venetië. Hiervoor ontvangt het fonds speciaal budget uit de internationaliseringsgelden van het ministerie van OCW. Dat geld gaat voor een klein deel naar kunstenaar en curator. Daarnaast is het goed voor de huur van het Rietveldpaviljoen; productiekosten; de bewaking gedurende de zeven maanden dat het paviljoen open is; transport en verzekering van de werken, et cetera.

De Biënnale vormt daarmee een belangrijk onderdeel van het geld dat het Mondriaan Fonds van OCW ontvangt voor internationalisering. Waar dit toe leidt, is onder andere iedere twee jaar te zien ter plekke in Venetië en daarnaast in de internationale en de Nederlandse media. De Franse krant Le Monde schreef vorig jaar naar aanleiding van de expositie van herman de vries over diens ‘elegante lofdicht van stenen, planten, Damascus rozen en puur water’. ‘Nederlands trots in Venetië’ kopte intussen de Telegraaf.

Kunstenaars wel succesvol in buitenland, NRC Next 12.05.2016

Het is dan ook vreemd dat zowel de Telegraaf als NRC Handelsblad vorige week berichtte dat het niet duidelijk is waar de zes rijkscultuurfondsen, waaronder het Mondriaan Fonds, zijn internationaliseringsgelden aan besteden en wat dat vervolgens oplevert. De kranten baseerden zich op een evaluatie van de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie (IOB) van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Helaas bevatte dat rapport onjuistheden die door de media werden overgenomen en uitvergroot. Zie hiervoor het artikel dat de zes fondsen in reactie samen schreven. Zoals de onjuiste conclusie dat de oriëntatiereis van het Mondriaan Fonds geen structurele samenwerking tot gevolg zou hebben. Deze jaarlijkse werkreis voor curatoren en kunstenaars leidt niet alleen naar interessante internationale plekken in opkomst maar ook wel degelijk naar langdurige samenwerking, zoals die van het Bonnefantenmuseum in Maastricht met een Chinese curator en kunstenaar – het gevolg van een reis van drie jaar geleden, die onder meer resulteerde in een tentoonstellingsprogramma.

Nederlands Paviljoen. Foto: Judith Jockel

Evalueren en effect meten zijn van groot belang en een publiek fonds moet kunnen aantonen waar zijn geld naar toe gaat. Maar van nog groter belang is kunst zien, meemaken, geraakt worden en ervaren wat ze anderen doet – ook op het internationale toneel. En hoe kunst uit Nederland bijdraagt aan de prestige van ons land. Dat kan op de Biënnale van Venetië, waar het zo evident is dat Nederland misschien een klein land is in omvang maar niet op het gebied van beeldende kunst.
Hierbij nodig ik iedereen uit, en in het bijzonder de IOB-onderzoekers die het rapport over het internationaal cultuurbeleid samenstelden, volgend jaar het Nederlands paviljoen in Venetië te bezoeken. Zodat ze met eigen ogen kunnen zien en ervaren waar het internationaliseringsgeld naar toe gaat en hoe dat wordt gewaardeerd. Meer dan op papier is samen te vatten.