Birgit Donker blogt

Ongemakkelijk dubbelportret

Ferdinand Bol, portret van admiraal Cornelis Tromp, circa 1667, olieverf op doek, ongesigneerd en ongedateerd, 148,5 x 131 cm. Ferdinand Bol, portret van admiraal Cornelis Tromp, circa 1667, olieverf op doek, ongesigneerd en ongedateerd, 148,5 x 131 cm.

Vorige week werd bekend dat Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam een portret heeft aangekocht van de zeventiende-eeuwse luitenant-admiraal-generaal Cornelis Tromp, vervaardigd door de eveneens zeventiende-eeuwse schilder Ferdinand Bol. De reden dat het schilderij nu wordt opgenomen in de Collectie Nederland is niet omdat één van Nederlands beroemdste schilders het werk heeft gemaakt en ook niet omdat het een van de meest bekende admiraals uit de zeventiende-eeuw portretteert. Het schilderij is artistiek gezien ook niet het beste ooit in Nederland gemaakt, maar het is des te belangrijker als historisch artefact.

Een belangrijk onderdeel van het schilderij is de aanwezigheid van een jonge bediende van Afrikaanse herkomst, die Tromp een rood-wit gepluimde helm aanreikt. Dat maakt het schilderij tot meer dan alleen een portret, tot een spiegel van de tijd. Wat zien we en wat leert het ons misschien, met terugwerkende kracht?

Het bestaan van het portret werd al vermoed, maar het werd lang verloren gewaand. Onlangs is het teruggevonden in een Portugees kasteel. Het schilderij wordt nu gerestaureerd en vanaf volgend jaar in Het Scheepvaartmuseum gepresenteerd. Het Mondriaan Fonds droeg bij met een Bijdrage Incidentele aankopen.

De reden dat het fonds bijdroeg aan deze aanschaf is zoals gezegd niet het feit dat Tromp erop staat; hij is de meest geportretteerde Nederlandse admiraal, in vijfentwintig jaar tijd werden elf portretten van hem naar het leven geschilderd waarvan er enkele al in de Collectie Nederland zijn opgenomen. Maar het gaat vooral om het cultuurhistorische belang van het werk. Het door Ferdinand Bol geschilderde portret is door de aanwezigheid van een zwarte man een belangrijke toevoeging aan zowel de collectie van Het Scheepvaartmuseum als de Collectie Nederland. In de zeventiende eeuw werden regelmatig mensen van Afrikaanse afkomst afgebeeld. Deze werken zijn echter maar mondjesmaat terug te zien in musea.

Het afbeelden van zwarte bedienden in schilderijen past in een Europese traditie die via Italië naar Nederland kwam. Bol spiegelde zich hier aan ‘buitenlandse’ kunstenaars. Ofwel: hij voegde zich mogelijk naar de opdracht van Tromp, die zich weer spiegelde aan andere buitenlandse óf binnenlandse opdrachtgevers. Bol schildert in die periode ook Michiel de Ruyter met een zwarte jongen en de twee admiraals waren met elkaar in competitie.

Ook de vrouw van Tromp, Margaretha van Raephorst liet zich ongeveer tegelijkertijd portretteren met een zwarte bediende of tot slaaf gemaakte en jaren later nog een keer.

Historisch is het interessant uit te zoeken of de Tromps daadwerkelijk tot slaaf gemaakten of zwarte bedienden in dienst hadden. Het is de vraag of de zwarte jongen daadwerkelijk bestond of door de schilder is toegevoegd. Interessant is ook uit te zoeken in hoeverre tot slaaf gemaakten en vrije mensen van Afrikaanse afkomst op de oorlogsschepen van de admiraliteit werkten.

Werd de jongen op het portret van Bol alleen afgebeeld als een symbool van status en welvaart? Welk verhaal vertelt hij? En wat zegt dit over Tromp als persoon? Het is in ieder geval duidelijk dat de admiraal zich graag liet portretteren als veroveraar. Naar vast gebruik werd een geportretteerde omringd door attributen die ons iets vertellen over zijn leven, werk, status en persoonlijkheid. De manier waarop de jongen verdwijnt achter Tromps elleboog, als ware hij een zuiltje, en naar hem opkijkt is een manifestatie van onverholen machtsvertoon. Vergelijk dit met het zelfportret dat Bol maakte waarop hij, met een zekere tederheid, leunt op een marmeren engeltje: een sculptuur van de slapende cupido. Het is tergend dat we Ferdinand Bol niet meer kunnen vragen wat hij ervan vond.

Portret van Cornelis Tromp, Lambert Visscher, after Ferdinand Bol, 1665 - 1702, etching, 564 mm × 442 mm.  Zelfportret, Ferdinand Bol, ca. 1669, olieverf op doek, 127cm × 102 cm. Collectie Rijksmuseum

Zoals uit de bijdrage van het Mondriaan Fonds aan deze aankoop blijkt: Het fonds hanteert een ‘inclusief’ kwaliteitsbegrip waarbij ook context en maatschappelijke waarde een rol spelen. Het glorieuze verhaal van Nederland als maritieme natie had zo zijn schaduwzijden. Daarom is dit schilderij belangrijk als dubbelportret, terwijl het helemaal niet als dubbelportret werd geschilderd. Het speelt een rol in een maatschappelijk én academisch urgent debat. Als dubbelportret kan het meerdere verhalen vertellen: over de Gouden Eeuw, over onderwerpen als slavernij, de aanwezigheid van vrije en niet vrije Afrikanen in de Republiek, over de invloed van buitenlandse kunstenaars op Nederlandse kunstenaars met betrekking tot het afbeelden van leiders met een zwarte jongen die een helm aanbiedt, exotisme en culturele uitwisseling.

Op dit schilderij is de zwarte man nogal karikaturaal geschilderd; in elk geval duidelijk in het nauw gebracht. Als toonbeeld van onderdanigheid is hij eerder een attribuut dan een individu. Rembrandt, Ferdinand Bols leermeester, pakte dat anders aan. Hij portretteerde zwarte mannen en toonde ze waardig en in hun individualiteit en daarmee gelijkwaardig. Ook Peter Paul Rubens verbeeldde individualiteit toen hij rond 1615 een ‘Studie van het Hoofd van een Zwarte Man’ maakte, dat nu is te zien in het Museum voor Schone Kunsten in Brussel. Zo zijn er meer voorbeelden van mannen van Afrikaanse afkomst op zeventiende-eeuwse schilderijen, zij het meestal als bijfiguur. Als bedienden van rijken die zo hun rijkdom etaleerden of in Bijbelse taferelen en ook dan vaak als bediende. Mooi contrapunt is overigens dat het meest voorkomende Bijbelse tafereel met zwarte mensen de zwarte koning is, het Christuskind aanbiddend.

Het portret van Tromp en verwante doeken vertellen een veelzeggend verhaal dat historisch is, maar dat nu nog zijn sporen nalaat en waarmee we nog lang niet klaar zijn. Zoals Tom van der Molen onlangs schreef in zijn artikel ‘Zwart in Amsterdam’: ‘Er is veel meer onderzoek in de archieven nodig om een echt goed beeld van de zwarte aanwezigheid in Amsterdam te krijgen. Misschien leren we in de toekomst een aantal van de zwarte aanwezigen in Bol en Flinck nog eens echt goed kennen en worden ze meer dan anonieme bijfiguren. Het is dan ook tergend dat we de zwarte man niet meer kunnen vragen wat hij ervan vond.

Portret Willem Hendrik, Romeyn de Hooghe, 1655 - 1708, prent. Collectie Rijksmuseum. Portrait of Michiel Adriaensz. de Ruyter (1607-1676), with a servant. Vervaardiger: Reinier Vinkeles naar Ferdinand Bol uitgegeven door Johannes Allart. Bron: Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie.

Het herontdekte ‘dubbelportret’ van Bol representeert op het eerste gezicht het tegenovergestelde van de inclusiviteit op basis van gelijkwaardigheid die wij in onze open democratie beogen. Door het schilderij op te nemen in de Collectie Nederland maken we zichtbaar hoe erfgoed pluriform is en kan blijven zorgen voor variaties op de werkelijkheid. En hoe we met zijn allen de verantwoordelijkheid hebben niet alleen het verhaal van Nederland als maritieme natie te vertellen, maar ook al die andere verhalen. Naar veel daarvan moet nog onderzoek worden gedaan. Voor nu is het belangrijk dat zwarte mensen op Nederlandse kunstwerken zichtbaar worden in musea.