Birgit Donker blogt

Op de grens van schuld en onschuld

Een van de adviezen van de werkgroep voor de Nationale Wetenschapsagenda

Waarom kan kunst ons zo diep raken? Hoe kunnen we creativiteit stimuleren? En: Waarom wordt technologie niet vaker ingezet voor de restauratie van kunstwerken?
Zo luiden drie vragen voor de Nationale Wetenschapsagenda. Iedereen kon suggesties indienen voor deze agenda waar de wetenschap zich de komende jaren op moet richten en dat leverde liefst 11.700 vragen op van burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen. Die zijn vervolgens ondergebracht in clusters waarvan er een luidt ‘kunst en zingeving’.

Gisteren werd een bijeenkomst gehouden waar vertegenwoordigers uit de maatschappij inbreng konden leveren voor de verschillende clusters. Ik mocht deelnemen aan de werkgroep kunst en zingeving, met onder meer kunstenaars, kunsthistorici en filosofen. Waar iedereen het al snel over eens was: kunst en zingeving vormen geen gezamenlijk cluster. Zingeving zou onderdeel moeten zijn van alle domeinen van de Wetenschapsagenda – of het nu gaat om innovatie en ICT, cultuur en identiteit, voedsel en water of gezondheid en zorg.

Minister Bussemaker op de conferentie van de Nationale Wetenschapsagenda       Inge Meijer, Carrousel (still), 2014-2015

Minister Bussemaker pleitte aan het begin van de bijeenkomst voor meer kruisbestuiving tussen kunst en wetenschap. ,,Zoals al gebeurt bij musea en door kunstenaars, die een andere blik kunnen bieden dan wetenschappers die heel diep in de materie zitten.” Een praktische vorm van kruisbestuiving heeft plaats in de vorm van de film die kunstenaar Inge Meijer – begin dit jaar nog te zien op Prospects & Concepts – maakt over het hele proces van samenstellen van de wetenschapsagenda. De film, in opdracht van de Nationale Wetenschapsagenda, wordt eind november getoond bij de presentatie van de thema’s waar de wetenschap zich over moet gaan buigen.

Discussie was er in de werkgroep over de vraag waarom in Nederland vaak zo wegwerperig wordt gedaan over kunst. Dat komt door het typisch Nederlands schuldgevoel-denken, opperde een wetenschapper. In Nederland moet iets nut hebben anders voelen we ons schuldig. Dat is interessant, reageerde een kunstenaar. Want kunst onderzoekt juist die grens tussen schuld en onschuld.

Ook de vraag ‘wat is kunst?’ kwam aan bod. Met antwoorden als ‘het is kunst als de kunstenaar het zegt’ en ‘kunst is in principe niet toegepast maar altijd onaangepast’. En er werd ook meteen een nieuwe vraag geformuleerd: hoe kan kunst, en trouwens ook wetenschap, onbevangenheid onderzoeken en borgen?

Met de vraag over meer inzet van technologie voor de restauratie van kunstwerken was de werkgroep snel klaar: dat gebeurt al. De vraag over het stimuleren van creativiteit mag ergens bovenaan staan, was de aanbeveling, want die is hard nodig om onbevangen te bekijken bijvoorbeeld hoe de wereld er over dertig jaar uit kan zien. Een deelnemer verzuchtte: Meer creativiteit is hard nodig want we zijn te saai en te safe geworden in de wetenschap. Lastiger was de vraag waarom kunst ons zo diep kan raken. Die werd gisteren nog even niet beantwoord.