Birgit Donker blogt

Rembrandt als boegbeeld: en doorpakken nu!

Foto: Amsterdam Museum, Fred Ernst

Na het Nederlands Openluchtmuseum komen nu ook kunstmusea in het geweer. Kinderen moeten niet, zoals het aanstaande kabinet wil, verplicht naar het Rijksmuseum, maar naar de Canon van de Nederlandse geschiedenis betoogde de directeur van het Openluchtmuseum toen anderhalve week geleden het nieuws uitlekte van verplicht naar het Rijks. Nee, nee, zeggen nu vier musea van beeldende kunst vandaag in de Volkskrant: ze moeten naar een museum dat de school zelf uitkiest. The battle of the museums…

Waarom ontstaat er nou toch een strijd tússen musea wie het meest belangrijk is voor kinderen? Laat het toch én-én zijn. Hoe meer plaatsen van verbeelding kinderen bezoeken hoe beter het is. Laten we daar als kunst- en cultuursector gezamenlijk op inzetten. Of liefst als samenleving als geheel; het komt immers ten goede aan ons allemaal, kinderen die kennis hebben van kunst en cultuur. Verbeelding en creatief talent zijn belangrijker dan ooit in onze kennissamenleving die steeds internationaler, digitaler en interactiever wordt.
Het getouwtrek tussen musea doet denken aan de ophef twee jaar geleden toen bekend werd dat het kabinet bereid was 80 miljoen uit te trekken voor Rembrandts schilderij Marten (van Oopjen). Ook toen werd gezegd dat dit geld beter aan andere takken van kunst besteed kon worden. Maar nee: die Rembrandt was een aanwinst van jewelste en hoe mooi zou het zijn als dat het begin is van meer investeringen op allerlei gebied van cultuur en kunst, ook in de eigentijdse Rembrandts binnen- én buiten de musea. Kleurrijk, divers en dynamisch als de samenleving zelf.

Laten we ons gelukkig prijzen dat kunst en cultuur überhaupt een rol spelen in het regeerakkoord. En nu doorpakken graag. Rijksmuseum op het schoolcurriculum, én het museum op de hoek, én het hedendaags kunstmuseum, én dans, én muziek, én film, én literatuur. Al die sectoren zijn veel te urgent om níet te ontsluiten voor kinderen. Ze hebben er recht op.
Na de 80 miljoen voor Marten kwam er de afgelopen twee jaar onder meer geld voor de arbeidsmarkt in de kunstsector, voor podiumkunsten, voor aankopen van musea. Het is allemaal nog veel minder dan de grote gaten die de bezuinigingen van voormalig staatssecretaris Zijlstra onder Rutte I hebben geslagen. Maar het is wel tekenend voor een andere houding ten opzichte van kunst.

Laten we als sector die belangstelling voor kunst nou niet gebruiken om elkaar de loef af te steken wie het aller-allerbelangrijkst is voor kinderen. De investeringen in kunst en cultuur moeten op alle fronten omhoog. En wat het oplevert is zo veel meer waard dan financieel gewin. Het Rijksmuseum is een begin – en niet het minste! Laat Rembrandt meer zijn dan een naam; het Rijks is geen straf, maar een schatkamer; de Nachtwacht een boegbeeld. Die erkenning en kennismaking leiden tot een generatie die weet dat juist kunst en cultuur het leven de moeite waard maken.