Birgit Donker blogt

Ruim baan voor de Prix

Wie wint de Prix de Rome 2013? Over die vraag buigt zich deze week een internationale jury van curatoren, kunstenaars en critici. Dat wil zeggen: de juryleden selecteren uit de vijftig door scouts voorgedragen kandidaten vier talentvolle en veelbelovende kunstenaars. Na een werkperiode, waarin ze nieuw werk maken, zullen die vier begin november in de finale staan. Geen gemakkelijke klus, die de jury nu te wachten staat. Aan mij als voorzitter om de discussie in goede banen te leiden.

Broad Sense (2011), Pilvi Takala
Broad Sense (2011), Pilvi Takala

Het is de eerste keer dat gewerkt wordt met zo’n systeem van met argumenten onderbouwde voordrachten door scouts. Bij de vorige Prix in 2011, gewonnen door Pilvi Takala, werd nog gewerkt met open inschrijving. Met de voordrachten door scouts hopen we de juryleden een breed en goed beargumenteerd palet voor te schotelen. De lijst is in ieder geval gevarieerd – van kunstenaars die al (inter-)nationaal zijn doorgebroken tot pril talent.
Over onze schouders kijken velen mee, ook uit het verleden. De Prix de Rome is een prijs vol allure met lange traditie. In 1808 werd hij in het leven geroepen, tijdens de Franse bezetting, door Lodewijk Napoleon. Toen waren er nog verschillende categorieën: historie, landschap, grafiek, beeldhouwkunst en architectuur. Kunstenaars moesten vroeger een examen doen om te worden toegelaten.

Avondlandschap aan het Gein (1907), Piet Mondriaan (collectie Gemeentemuseum Den Haag)
Avondlandschap aan het Gein (1907), Piet Mondriaan

Piet Mondriaan werd niet eens toegelaten tot de Prix de Rome. In 1901 deed hij voor de tweede keer een poging, maar hij kwam niet verder dan de eerste ronde. Hij zakte op het onderdeel anatomie. Vervolgens schilderde hij een tijd lang vooral landschappen en af en toe een portret. Eerder was Jozef Israëls hetzelfde overkomen; niet goedgekeurd door de examencommissie.

Twee vrouwen die elkaar omhelzen (1905), Jan Sluijters
Twee vrouwen die elkaar omhelzen (1905), Jan Sluijters

Jan Sluijters had weer andere problemen met de Prix de Rome. Hij won in 1904 de prijs en de bijbehorende studiereis naar Rome. Maar de jury zette zijn toelage na twee jaar  stop omdat hij zich onderweg, in Parijs, te veel had laten beïnvloeden door de Franse fauvisten en impressionisten én door het Parijse uitgaansleven. Zijn Femmes qui s’embrassent, twee nachtvlinders die in elkaars armen hangen, is in een veel vrijere stijl geschilderd dan het klassieke Eliza en de zoon der Sunamitische vrouw waarmee hij twee jaar eerder de juryleden overtuigde. Nu spraken zij schande en betreurden dat ”den maker zich zoo licht laat mêeslepen door wat de Jury meent te moeten noemen een vulgairen valschen smaak bij de ultra-moderne schilder.”

Eliza en de zoon der Sunamitische vrouw (1904), Jan Sluijters
Eliza en de zoon der Sunamitische vrouw (1904), Jan Sluijters

De huidige jury zal op andere zaken letten dan anatomie of vulgaire smaak. De kwaliteit van het oeuvre, bijvoorbeeld, en het belang ervan voor de hedendaagse kunst. Maar ook de finesse en haalbaarheid van het werkplan. Eind deze week maken we de vier namen bekend van de kunstenaars die naar de finale gaan. Nu aan de slag met al die plannen, argumentaties, en vooral ook dat beeld!

Birgit Donker