Birgit Donker blogt

Samen sterker IV

Een Triceratopsbot wordt na opgraving ingepakt met gipsverband. Foto: Esther Herberts, bron: Naturalis Een Triceratopsbot wordt na opgraving ingepakt met gipsverband. Foto: Esther Herberts, bron: Naturalis

Kennis en ervaringen delen – het loont. ‘Gezamenlijk optrekken heeft als voordeel dat je met elkaar kunt uitwisselen en kijken hoe de ander het doet. En het gezamenlijk presenteren op een website geeft een binding.’ Zo omschreef een aanvrager wat de meerwaarde was van een groot samenwerkingsproject voor musea.

Een andere aanvrager formuleerde dat toegevoegde belang weer net even anders: ‘Door samen te werken op inhoudelijk niveau is kennis over de eigen collectie in een breder perspectief geplaatst. De drie directeuren van de musea hebben vanaf het begin zeer intensief samengewerkt, elkaar geïnspireerd en aangevuld waar nodig. Plannen voor gezamenlijke projecten en/of thematentoonstellingen zijn in de maak.’

Beide uitspraken treffen me. Het lijkt op papier zo’n simpel voornemen, een uitwisseling tussen instellingen. Maar in de praktijk vergt samenwerken hard werken. ‘Samenwerken doe je ’t beste alleen’, zijn niet voor niets gevleugeld geworden woorden, afkomstig van een museumdirecteur.  Precies daarom, omdat het van alle partijen extra inspanning vraagt, is het zo belangrijk dat we hier als samenleving in investeren. Juist die brede samenwerkingsprojecten waar het fonds aan bijdraagt, maken een echt verschil in de sector.

Denk aan het alom gelauwerde project Modemuze, dat ervoor zorgt dat Nederlandse modecollecties uit verschillende windrichtingen met elkaar worden verbonden en worden opengesteld voor professionals en publiek. De website inspireert jonge erfgoedspecialisten, maar ook jonge modeontwerpers. En niet te vergeten, het algemene publiek.

Een vers voorbeeld van een bijdrage voor samenwerking is, in een internationale variant, een partnerschap tussen de Alte Pinakothek en het Centraal Museum Utrecht. Samen werken deze musea aan een tentoonstelling over de Utrechtse Caravaggisten in internationale context. Uitgangspunt is het werk van de schilders Gerard Honthorst, Hendrick ter Bruggen en Dick van Baburen en de effecten van een reis naar Rome op hun manier van schilderen en de voorstellingen die zij maakten. De tentoonstelling volgt de drie op hun reis, maakt inzichtelijk wat het met hen deed en toont hun mooiste werk te midden van Italiaanse, Franse, Spaanse en Vlaamse collega’s. Vorige week werd bekend dat het Vaticaan een monumentaal altaarstuk van Caravaggio in bruikleen zal geven aan het Centraal Museum Utrecht. Het is een van de belangrijkste werken uit de collectie van de Vaticaanse musea en wordt daarom zelden uitgeleend, maar voor deze omvangrijke tentoonstelling wordt een uitzondering gemaakt. Utrecht, Caravaggio en Europa is vanaf december dit jaar in Utrecht te zien.

Caravaggio, De Graflegging, Musei Vaticani, Città del Vaticano © Centraal Museum

Caravaggio, De Graflegging, Musei Vaticani, Città del Vaticano © Centraal Museum

Nog een mooi voorbeeld van internationale samenwerking is dat tussen twee natuurhistorische instituten: Naturalis Biodiversity Center in Leiden en het Statens Natuurhistorisch Museum in Kopenhagen. Beide musea proberen de reconstructies te perfectioneren van Triceratops-skeletten. Ze willen ervaring met en toepassing van 3D-scanning en 3D-printen uitbouwen. Zo kunnen beide musea hun presentaties verbeteren: met een volkomen natuurgetrouw Triceratops-skelet in de vaste presentatie van het nieuwe Naturalis en een 3D-kopie daarvan in Kopenhagen.

Beide initiatieven werden ondersteund via de Bijdrage Internationale Samenwerkingsprojecten Erfgoedinstellingen, waarvoor instellingen tweemaal per jaar kunnen aanvragen. Deze mogelijkheid is bestemd voor Nederlandse erfgoedinstellingen die samenwerken met buitenlandse erfgoedinstellingen. Doel van de bijdrage is onderzoeksprojecten op gezamenlijke collectiegebieden te stimuleren. De eerstkomende deadline is 22 oktober 2018. En voor gezamenlijke initiatieven binnen Nederland bestaat de Bijdrage Samenwerking Musea, waarvoor de deadline van 1 oktober 2018 geldt.

Helaas is het aantal instellingen dat in de afgelopen periode een samenwerkingsbijdrage heeft aangevraagd gedaald. En dat is jammer, want het zijn juist zulke overkoepelende projecten waarmee instellingen zorgen voor een nieuw elan, voor onverwachte impact, en daarmee voor breder draagvlak bij het publiek en bij andere financiers. Laat ik dat laatste illustreren met een opmerking van een aanvrager:

‘De belangrijkste meerwaarde van de samenwerking was het gezamenlijk optrekken richting gemeente. Deze gemeente kende nog geen structureel ondersteuningsbeleid richting musea. (…)  Inmiddels zijn er per museum toekomstplannen ingediend en is er een structurele subsidie toegekend, wat de toekomstbestendigheid van de musea ten goede komt. Dit versterkt de solide basis voor samenwerking die er reeds bestond en zal verder geïntensiveerd worden. Een zeer waardevolle meerwaarde!’