Birgit Donker blogt

Samenwerken in exotische luxe

Kendi in de vorm van een olifant, versierd in onderglazuur blauw, anoniem, 1580 – 1620, China.

In het Rijksmuseum Amsterdam opent op 17 oktober de expositie Azië in Amsterdam. Exotische luxe in de Gouden Eeuw. De tentoonstelling laat zien hoe in de zeventiende eeuw Aziatische schatten werden ontvangen. Gemaakt van bijzondere, kostbare materialen en versierd met exotische motieven veroorzaakten ze grote opwinding in Amsterdam. De objecten kleurden en verrijkten de wereld van de Nederlanders en prikkelden hun fantasie.

Kist aan alle zijden voorzien van rijke decoraties in lakwerk, Koami-werkplaats (ca. 1635- ca. 1645), Kyoto.

Flinterdun wit porselein met blauwe motieven uit China, dozen van lakwerk en zijden stoffen uit Japan, sieraden met edelstenen uit India en Indonesië, gesneden ivoren voorwerpen uit Ceylon (Sri Lanka), bizar gevormde schelpen, zwart ebbenhout, filigrein uit India. De Hollanders vergaapten zich er aan en namen het enthousiast op in hun tot dan toe veel ingetogener interieurs. Het bijzondere was bovendien dat niet alleen de allerrijksten zich deze voorwerpen konden veroorloven, maar ook een groot deel van de groeiende middenklasse. De tentoonstelling zal nog tot en met 17 januari 2016 te zien zijn.
Voor de expositie heeft het Rijksmuseum nauw samengewerkt en kunsthistorisch onderzoek gedaan met het Peabody Essex Museum (Massachusetts, VS), dat is gespecialiseerd in Aziatische exportkunst. De samenwerking werd door het Mondriaan Fonds ondersteund via de Bijdrage Internationale Samenwerkingsprojecten Erfgoedinstellingen. Met deze relatief nieuwe regeling stimuleert het fonds Nederlandse erfgoedinstellingen om samen te werken met buitenlandse partners in onderzoeksprojecten, bijvoorbeeld op gezamenlijk collectiegebied. Uitgangspunt is dat een instelling samenwerkt met een vergelijkbare buitenlandse erfgoedinstelling en dat het onderzoeksproject zowel door de Nederlandse als de buitenlandse samenwerkingspartner(s) zichtbaar wordt gemaakt.
De bijdrage kan in de ontwikkelfase gebruikt worden voor reis- en verblijfkosten van onderzoekers en conservatoren, maar ook voor de kosten van het presenteren van de onderzoeksresultaten in Nederland. Zo kunnen nieuwe inzichten en internationale perspectieven toegankelijk worden gemaakt voor een publiek.

Joachim Wtewael, Mars, Venus en Cupido (detail), ca. 1610. Stichting P. en N. de Boer, Amsterdam

Met dezelfde bijdrage werd bijgedragen aan de internationaal geprezen tentoonstelling over Joachim Wtewael, die eerder dit jaar bij het Centraal Museum te zien was en tot begin deze maand in The National Gallery in Washington. De tentoonstelling Liefde & Lust (in het Amerikaans kuis vertaald als Pleasure and Piety: the Art of Joachim Wtewael) toont bezoekers ‘de geest’ van deze Utrechtse schilder en meesterverteller. Wie was deze schilder? Hoe zag zijn leven er uit? Wat bewoog hem? Voor wie schilderde hij? Ook dit project is een schoolvoorbeeld van internationale samenwerking: de tentoonstelling kwam tot stand in samenwerking met de National Gallery of Art in Washington, de Sarah Campbell Blaffer Foundation en het Museum of Fine Arts in Houston. The New York Times schreef naar aanleiding van deze expositie: ,,Wtewael was een van de grote Nederlandse kunstenaars in de periode voorafgaand aan de Gouden Eeuw […] een man die kon denken als een duivel en schilderen als een engel.’’

Wervelstroommetingen aan de kop van keizer Trajanus uit Nijmegen. Foto: Museum Het Valkhof

Nog een voorbeeld van vruchtbare internationale samenwerking is die van Museum Het Valkhof Nijmegen, dat een bijdrage ontving voor een onderzoeksproject naar de overblijfselen van grote bronzen beelden uit de noordelijke grensprovincies van het Romeinse Rijk langs de Rijn en de Donau, van de Noordzee tot de Alpen. Het ging om een samenwerking waarbij universiteiten en onderzoeksinstituten en musea in Duitsland en Nederland betrokken waren. Het resultaat was de expositie Van hun voetstuk, die tot afgelopen zomer te zien was. Honderden restanten van levensgrote Romeinse bronzen beelden stonden centraal, gevonden langs de noordgrens van het Romeinse Rijk. Van hun voetstuk liet de verborgen pracht van de bronzen beelden zien en de destructie die later volgde. Eén van de topstukken in de tentoonstelling was een bijna twee meter hoog beeld van keizerin Agrippina, dat in Herculaneum is gevonden.
Constant Nieuwenhuys - Diorama II - 1962 (New Babylon, Collectie Gemeentemuseum Den Haag)
In het Haagse Gemeentemuseum wordt op dit moment gewerkt aan een tentoonstelling over de kunstenaar Constant Nieuwenhuys (1920-2005), waarin verschillende bijdragen van het fonds elkaar versterken. Eerder dit jaar kon het museum met een investering van het Mondriaan Fonds twee diorama’s van Nieuwenhuys aankopen. De twee werken zijn een aanvulling op de stukken die het museum al in bezit heeft. Samen met het Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofia in Madrid realiseert het museum nu een grote tentoonstelling over New Babylon, die volgend jaar zomer te zien zal zijn in Nederland. Voor het (voor-)onderzoek kreeg het museum een Bijdrage Internationale Samenwerkingsprojecten Erfgoedinstellingen.

Heksenbijeenkomst, Frans Francken II, Kunsthistorisches Museum Wenen

En tot slot is vanaf half september de expositie De Heksen van Brueghel in Museum Catharijneconvent, dat hiervoor samenwerkte met Musea Brugge. Dit tentoonstellingsproject heeft als uitgangspunt het proefschrift van Renilde Vervoort, dat aantoont dat het huidige heksbeeld zijn oorsprong vindt in het werk van Pieter Brueghel. De tentoonstelling toont de kunsthistorische ontwikkeling van de weergave van heksen en laat zien hoe het beeld van de heks, aanvankelijk een puur schrikbeeld van vrouwen die een pact met de duivel waren aangegaan, zich ontwikkeld heeft tot de sprookjesfiguur van nu. De tentoonstelling zal te zien zijn van 19 september 2015 tot 31 januari 2016 in Utrecht en van 10 maart 2016 tot 26 juni 2016 in Brugge.

Ook aan de heksenexpositie droeg het Mondriaan Fonds bij met een Bijdrage Internationale Samenwerkingsprojecten Erfgoedinstellingen. Voor deze mogelijkheid kan twee keer per jaar worden aangevraagd, tijdens een op de website van het fonds aangekondigde ronde. De eerstkomende deadline is 23 oktober aanstaande. We verheugen ons nu al op de nieuwe aanvragen voor vruchtbare internationale samenwerking die we nog gaan krijgen – of het nu gaat om heksen, schilders, exotische luxe of al die andere onderwerpen die tot de verbeelding spreken.