Birgit Donker blogt

Van kunst langs de lijn tot in de TBS-kliniek

Krijn de Koning, ontwerp voor schoolplein in Utrecht

Het begon op een voetbalveld, waar twee vaders op een zaterdagochtend verzuchtten; waarom staat hier eigenlijk geen kunst langs de lijn? Het eindigde met een elftal kunstenaars, dat werk maakte in de kantine (Pauline Oltheten), rond het voetbalveld (onder anderen Erik Kessels en Peter Stel) en in de kleedkamers (Erik van Lieshout en Hans van der Meer).

Dit was tevens het begin van de Bijdrage Opdrachtgeverschap van het Mondriaan Fonds. Het fonds had bij wijze van pilot bijgedragen aan het project van de Amsterdamse voetbalclub Arsenal. En wegens het succes werd deze pilot in 2013 omgezet in regulier beleid.

Sindsdien is het mogelijk voor alle denkbare opdrachtgevers, publiek of privaat, om een bijdrage te vragen voor het laten maken van nieuw werk. Voorwaarden zijn dat het werk kwaliteit heeft en dat het publiek toegankelijk is. En dat er bovendien een reëel honorarium is voor de kunstenaar. Zo draagt het fonds bij aan initiatieven die in samenwerking tot stand komen en waarbij het maken van beeldende kunst nadrukkelijk wordt verbonden aan het tonen ervan. Doel is ook dat er een nieuwe geldstroom richting beeldende kunst op gang komt; het fonds betaalt maximaal de helft van het totaalbedrag.

Krijn de Koning, ontwerp voor schoolplein in Utrecht     Beeldend kunstenaar Marieke van der Lippe in gesprek met bezoeker van de Pauluskerk in Rotterdam

Sinds 2013 heeft het fonds bijgedragen aan ruim 73 opdrachten, variërend van een videotriptiek in de Rotterdamse Pauluskerk van Marieke van der Lippe tot een opdracht van de Gemeente Utrecht en de STIP VSO school voor een kunstopdracht aan Krijn de Koning. De Koning maakte een totaalontwerp voor het schoolplein, dat aansluit bij de doelgroep van moeilijk lerende kinderen van deze school voor speciaal onderwijs. Het is een functionele ruimtelijke installatie geworden; een beweeg- en speelsculptuur met gescheiden speelzones voor kinderen die alleen, of juist samen, willen spelen wat leidt tot minder ruzies in de pauzes. De verschillende zones worden gemarkeerd door kleuren en vormen. Een medewerker van de gemeente zegt hierover dat een kunstenaar veel eerder tot deze oplossing komt dan traditionele ontwerpers en dat ze inmiddels met twee andere scholen in gesprek is voor kunst op het schoolplein.

Anno Dijkstra, Reconstruction 0 (work in progress). Foto: Rik van Eijk

Nog een voorbeeld is de opdracht van de provincie Utrecht aan Anno Dijkstra om in één van de leegstaande shelters op Park Vliegbasis Soesterberg nieuw werk te maken. Reconstruction 0, is een liggend schaalmodel van de bekende paddenstoelwolk die zichtbaar is na de explosie van een atoombom, en zal vanaf morgen gedurende drie weekends te zien zijn op de expositie Embedded Art. Andere opdrachtgevers waren onder meer ziekenhuizen, musea, de Nationale Opera en Ballet en een boerenbedrijf.

De Bijdrage Opdrachtgeverschap is nu geëvalueerd, door onderzoeksbureau Urban Paradoxes. De conclusies zijn dat de regeling resulteert in allerlei vormen van samenwerking die vaak interdisciplinair is. Opdrachtgevers en kunstenaars evalueren de projecten overwegend positief. De projecten droegen volgens hen bij aan de artistieke ontwikkeling van de kunstenaars; realiseerden de beoogde bezoekersaantallen en in verschillende gevallen leidde het project tot nieuwe opdrachten van andere opdrachtgevers. De werken blijven veelal permanent zichtbaar voor het publiek. En door de matchingconstructie genereert de regeling de beoogde extra middelen voor beeldende kunst. Klik hier voor het rapport.

Natuurlijk deed Urban Paradoxes ook aanbevelingen. Zo is het aandeel opdrachtgevers van buiten de cultuursector vooralsnog minder vertegenwoordigd. Om meer niet-culturele opdrachtgevers te verleiden, hebben we inmiddels verschillende acties ondernomen. We benaderen onder meer scholen en woningcorporaties en we hebben de mogelijkheid ingevoerd voor opdrachtgevers die niet tot het museale bestel of het circuit van presentatie-instellingen en kunstinitiatieven behoren, zoals sociale en maatschappelijke organisaties of instellingen, bedrijven en particuliere opdrachtgevers, om een ontwikkelbijdrage aan te vragen. Deze bijdrage is bedoeld voor de eerste fase van opdrachtgeverschap en kan bijvoorbeeld gericht zijn op de ontwikkeling van een visie, het inhuren van expertise die leidt tot een voldragen plan of het financieren van de schetsfase. De maximale ontwikkelbijdrage is 70 procent van de totale kosten, met een plafond van 15.000 euro.

Verder is er voor degenen die nog niet zo thuis zijn in het opdrachtgeverschap de digitale helpdesk opdrachtgeverschap ontwikkeld met een bijdrage van het fonds door het Lectoraat Art & Public Spaces LAPS, en de Gerrit Rietveld Academie. Deze helpdesk geeft praktische informatie over standaard procedures voor opdrachtgeverschap; het geeft profielen van bemiddelaars en voorbeeldprojecten van beeldende kunst in de publieke ruimte. Dit moet er toe leiden dat er nog meer relevante opdrachten mede mogelijk worden gemaakt. De eerstkomende deadline voor aanvragen Opdrachtgeverschap is 4 september aanstaande.

Henk Hage. Mus 1

Het opdrachtgeverschap kan voor een project van korte duur zijn, maar ook voor een langer lopend traject. Zo heeft de Pompestichting, een Long Stay TBS kliniek in het Brabantse dorp Zeeland, Henk Hage gevraagd 88 portretten te maken van de patiënten. De geportretteerde mannen worden uit het zicht van de samenleving begeleid en behandeld. Het Ministerie van Justitie stelt als voorwaarde dat de portretten niet herkenbaar mogen zijn. Hage maakt meerdere abstracte portretten: een voor de publieke presentatie en een voor de bewoner zelf. De 88 portretten worden getoond in Museum Het Valkhof in Nijmegen. Tevens verschijnen een boek, een film en houdt Hage een blog bij. Het blog schetst een prachtig beeld van geportretteerden en kunstenaar. Zo schreef Hage afgelopen juli: ,,Als Francis Bacon portretten schilderde, moest hij daar de geportretteerde nooit bij hebben. Hij vond de confrontatie van zijn getormenteerde portretten voor zijn modellen te pijnlijk. Mus 1, geportretteerde van twee weken geleden, deed me aan het werk van Bacon denken. Ik maakte me dan ook zorgen over de reactie die mijn werk bij het model zou oproepen. Daags na het portretteren vroeg ik hem ernaar, of hij geen probleem had met het ‘verknipte’ van zijn portret. Welnee, helemaal niet. De werkelijkheid is nog veel erger.’’