Birgit Donker blogt

Van Rembrandt tot haalbaarheidsstudie

Willem Drost, Een jonge man in zijn studeervertrek, ca. 1652, doek, Kopenhagen, Statens Museum for Kunst

,,Wij hopen dat musea nu vast nieuwe plannen gaan smeden’’, schreef ik eind november vorig jaar op deze plek. Ik doelde op de Bijdrage Meerjarenprogramma’s Musea en overige Erfgoedinstellingen, voor experimentele en voorbeeld stellende programma’s op het gebied van beeldende kunst en cultureel erfgoed. Inmiddels hopen we dat musea die plannen bijna klaar hebben, want de deadline is in zicht: tot 20 maart kunnen de aanvragen nog worden ingediend. Doel van deze ondersteuning van het fonds is instellingen te stimuleren met een reeks inhoudelijk samenhangende activiteiten kunst en erfgoed op een inspirerende manier aan het publiek te tonen.

Een voorbeeld van wat er met zo’n bijdrage gebeurt, is de serie tentoonstellingen waar Museum Het Rembrandthuis net mee is begonnen rond de relatie meester-leerling door de kunstgeschiedenis heen. Vorige week ging de eerste expositie van start, ‘Rembrandts late leerlingen – in de leer bij een genie’, over de invloed van Rembrandt, zijn onderwijsmethodiek en de relatie met zijn leerlingen. De tentoonstelling toont dit aan de hand van schilderijen, tekeningen en prenten van Rembrandts leerlingen zoals Nicolaes Maes, Willem Drost, Abraham van Dijck, Jacobus Leveck, Heyman Dullaert, Arent de Gelder, aangevuld met werken van de meester zelf.

In reactie op ‘Rembrandts late leerlingen’ ontwikkelde Non-fiction, een bureau voor culturele innovatie, een presentatie getiteld ‘Studio R’. Hierin wordt de relatie belicht tussen meesters en leerlingen van de zeventiende eeuw, toen schilders nog werden opgeleid in een zeer hiërarchische structuur, tot nu. In Studio R spreken kunstenaars en andere deskundigen over de actuele betekenis van meester-leerlingrelaties. De gesprekken zijn live bij te wonen en (terug) te beluisteren in de studio.

Dit is het soort programma’s waar de Bijdrage Meerjarenprogramma’s voor is bedoeld: er wordt een interessant verband gelegd tussen zeventiende eeuwse opleidingen en de huidige (post)academische opleidingen; er zijn diverse samenwerkingen aangegaan (waaronder die met het Rijksmuseum waar tegelijk de expositie ‘Late Rembrandt’ begon en met een rederij die rondvaarten organiseert langs voor Rembrandt belangrijke plekken) en er is veel aandacht besteed aan educatie voor jong en oud. Een ander voorbeeld is het programma ‘Erfgoed en nieuwe stedelijke ambachten’ van Museum Rotterdam, dat aan de hand van bijna tweehonderd interviews onderzocht en documenteerde wat Rotterdammers maken en wat dit doet met de stad.

Omdat we signalen uit het veld krijgen dat musea niet altijd de tijd en de middelen hebben om zulke goeddoordachte programma’s te ontwikkelen, hebben we een nieuwe mogelijkheid gecreëerd: de bijdrage kan vanaf heden ook worden aangevraagd voor de ontwikkeling van visie en concepten voor experimentele en voorbeeld stellende programma’s, in de vorm van een haalbaarheidsonderzoek. Daarbij kan worden gedacht aan het inhuren van specifieke expertise die leidt tot een beter plan of aan het onderzoeken van goede voorbeelden en het aangaan van intensieve samenwerking. De maximale bijdrage voor zo’n studie is 15.000 euro en de maximale bijdrage van het Mondriaan Fonds is 70 procent van de totale projectkosten. De bedragen voor meer concrete plannen voor programma’s worden per aanvraag vastgesteld tot een maximum van 40 procent.

Uit rapport 'Uitlenen is een kans' van Museumvereniging. Foto: Maarten van Haaff

Bij de Bijdrage Samenwerking Musea bestond overigens al de mogelijkheid voor zo’n haalbaarheidsonderzoek en dat werpt vruchten af. Zo liet de Museumvereniging onderzoek doen naar het slechten van barrières voor het uitlenen van collectie-onderdelen en doen Nationaal Monument Kamp Amersfoort, Nationaal Monument Kamp Vught en Herinneringscentrum Kamp Westerbork gezamenlijk onderzoek naar beelden van bewaking en bevrijding van de drie belangrijkste concentratiekampen in Nederland.

We ruimen graag ook binnen de Bijdrage Meerjarenprogramma’s de extra mogelijkheid voor haalbaarheidsstudies in. Want met alle ontwikkelingen en bezuinigingen die spelen is het niet zo verwonderlijk dat veel aandacht van musea gaat naar de kortere termijn, terwijl juist reflectie zo nodig kan zijn voor de toekomst.