Birgit Donker blogt

Verborgen Vrouwen

Charlott Markus, 'Partition #3 (Markus&I)', detail, 2018, onderdeel van tentoonstelling 'Some Things Hidden' bij Framer Framed. Charlott Markus, 'Partition #3 (Markus&I)', detail, 2018, onderdeel van tentoonstelling 'Some Things Hidden' bij Framer Framed.

‘De mediatop is male dominated’ verzuchtte ik in 2010 tijdens een lezing met de titel Vrouwen aan de top.Ik wist niet dat je dat kon’. De voordracht was ter gelegenheid van het 75-jarig jubileum van Atria, kennisinstituut voor vrouwengeschiedenis. Ik had er zelf net elf jaar hoofdredactie van NRC op zitten als een van de weinige topvrouwen in medialand en constateerde: ‘Zelf heb ik helaas soms ook moeten vaststellen: ze willen er geen meisjes bij. Mannen benoemen nog altijd gemakkelijker mannen, want die kennen en herkennen ze. Toen ik in een bestuur een derde vrouw wilde benoemen, was de reactie: nee hè, toch niet weer een vrouw. Terwijl die vrouw gewoon de meest geschikte kandidaat was en ze is dus ook benoemd.’

Op het eerste gezicht ziet mijn professionele wereld er acht jaar later tegenovergesteld uit. Onze directe opdrachtgever is een vrouw (minister van Engelshoven), net als de secretaris-generaal bij OCW (Marjan Hammersma) en de directeur-generaal (Barbera Wolfensberger). Mijn collega-directeuren bij de andere publieke cultuurfondsen, van Fonds Podiumkunsten tot Amsterdams Fonds voor de Kunst: merendeel vrouw. De Europese zusterfondsen voor beeldende kunst worden vrijwel zonder uitzondering door vrouwen geleid. Vrouwen voeren ook al jaren de vaste lijstjes aan met internationaal meest succesvolle beeldend kunstenaars uit Nederland. En waar een jaar of tien geleden opvallend weinig vrouwen aan het hoofd stonden van musea, namen zij steeds meer de leidinggevende posities in. Zie Cathelijne Broers, directeur van de Hermitage en de Nieuwe Kerk die de hoofdrol speelt in de televisiedocumentaire Hollandse meesters retour, die de afgelopen weken was te zien.

Marlene Dumas, Het Kwaad is Banaal, 1984 © Marlene Dumas, foto: Peter Cox.

Nog meer vrouwen: deze week rolt ons jaarverslag 2017 van de drukpers. De drukproef doorbladerend zie ik een schare hoogtepunten: de Nederlandse inzending voor de Biënnale van Venetië, het project Cinema Olanda van Wendelien van Oldenborgh en curator Lucy Cotter. En natuurlijk de vier genomineerden voor de Prix de Rome 2017: allemaal talentvolle – vrouwelijke – kunstenaars met als winnaar Rana Hamadeh. Minister Van Engelshoven, van cultuur én emancipatie, zei bij de uitreiking van de prijs ‘Dames, ik vind het zo fijn dat ik dames kan zeggen.’ Niet in ons jaarverslag en ook vrouw: de winnaar van de Volkskrant Beeldende Kunstprijs 2018, Anne Geene. Zij kreeg haar prijs overhandigd door juryvoorzitter en oud-cultuurminister Jet Bussemaker.

Melanie Bonajo, Saskia Noor van Imhoff, Katarina Zdjelar, Rana Hamadeh en Birgit Donker bij de opening van de Prix de Rome tentoonstelling in de Kunsthal Rotterdam. Foto: Bas Czerwinski

Bij de toekenning van prijzen en van bijdragen geldt uiteraard de kwaliteit van het werk en wordt er niet op gelet of de maker man of vrouw is. Dat gezegd hebbende: bij het Mondriaan Fonds was van de kunstenaars en bemiddelaars die in 2016 en 2017 een aanvraag gehonoreerd kregen iets minder dan de helft vrouw. Waar we wel op selecteren is een evenwichtige samenstelling van onze adviescommissies die dezelfde bovengenoemde bijdragen beoordeelden: 57 procent is vrouw.

Goed verdeeld dus, lijkt het zo op het eerste oog. Helaas. Een artikel over het aandeel vrouwen in de internationale kunstmarkt op artnet jaagt me van mijn roze wolk. Het artikel The 4 Glass Ceilings: How Women Artists Get Stiffed at Every Stage of Their Careers geeft een samenvatting van een gezamenlijk onderzoek van artnet Analytics en de Universiteit Maastricht. De conclusie: internationaal wordt het werk van vrouwen structureel (veel) lager gewaardeerd. Letterlijk en figuurlijk. Het artikel geeft een deprimerend beeld. De verborgen grenzen waar vrouwen in de kunstwereld tegenaan lopen komen aan bod. Aan de opleidingen, ook topopleidingen als Yale, ligt het niet: evenveel talentvolle vrouwelijke als mannelijke kunstenaars studeren af. Dat beeld herkennen we bij het Mondriaan Fonds: het aandeel vrouwen dat bij het Mondriaan Fonds een aanvraag indient (en gehonoreerd krijgt) is al vrij lang vrij precies de helft. Maar vanaf het moment dat de kunstenaars van jong talent doorgroeien naar een (internationaal) gevestigde positie, en het moment dat hun werk niet alleen via een galerie, maar ook via veilinghuizen wordt verkocht, domineren volgens het onderzoek mannelijke kunstenaars grotendeels de kunstmarkt.

Of het nu de (vooral mannelijke) grote verzamelaars zijn die liefst kunst van een man kopen, de internationale instellingen die vooral werk van mannen laten zien of misschien zelfs de vrouwen zelf die voortijdig een andere loopbaan dan het onzekere kunstenaarsbestaan verkiezen; de wereld van de beeldende kunstenaar blijft een ongelijke.

Ook daarom is het vandaag, en niet alleen vandaag, een goede dag om vrouwelijke kunstenaars een extra duwtje in de rug te geven bijvoorbeeld door een tentoonstelling met vrouwelijke kunstenaars te bezoeken. Bijvoorbeeld in het Bonnefantenmuseum Maastricht, waar de internationaal gevierde portretten van Robin de Puy te zien zijn. Of ga naar de spiegelkamer van Yayoi Kusama in Museum Boijmans Van Beuningen. Of voor wie in Amsterdam is: bij Framer Framed in de Tolhuistuin is de expositie te zien Some Things Hidden samengesteld door Nina Folkersma en Charlott Markus die de perspectieven van een groep vrouwelijke kunstenaars toont – van Charlott Markus zelf tot Femmy Otten en Lynn Hershmann Leeson. Al die werken vertellen verhalen over verbergen en het verborgene. De tentoonstelling bewijst eens te meer dat vrouwen geheel ten onrechte nog relatief onzichtbaar blijven.