Birgit Donker blogt

Verzameld werk van musea

Van abbemuseum. Installation view The Collection Now, second floor. 2013, photo Peter Cox cartJFA_183

Het mooie van een stimuleringsfonds is dat het anderen in staat stelt te doen waarvoor ze op aarde zijn. Dat merk je zo goed bij de tweejaarlijkse ronde waarin de Bijdrage Collectieprogramma’s worden toegekend, bedoeld voor musea met verzamelingen op het gebied van beeldende kunst en vormgeving na 1945. Liefst zeventien musea, van het Stedelijk Museum Amsterdam tot het Stedelijk Museum in Schiedam, ondersteunt het Mondriaan Fonds de komende jaren bij hun collectiebeleid, zo is vandaag bekend gemaakt.

Charlotte Schleiffert, White Dutch I, 2010, aankoop met steun van Mondriaan Fonds
Mooi is ook dat het gaat om voornemens voor de (middel)lange termijn. Zonder al allerlei specifieke aankopen te hoeven opsommen, konden de musea duidelijk maken hoe ze zich willen profileren op het terrein van hun collecties en hoe ze deze op inspirerende wijze gaan tonen aan het publiek. Juist in deze periode waarin zo veel draait om concrete korte termijnresultaten, bezoekersaantallen en eigen inkomsten is geld voor plannen met langere adem extra waardevol.

De adviseurs van het fonds die de collectieplannen beoordelen, constateerden dat het goed gaat met de profilering van musea. Zo kiest het Groninger Museum duidelijk voor figuratief, barok, exuberant en/of kleurrijk terwijl het Fries Museum inzet op thema’s als identiteit, en visies op landschap, ruimte en omgeving. Positief zijn ook de reflectie op de positie van musea in de samenleving, waarvoor met name het Van Abbemuseum en het Rijksmuseum Twenthe worden geroemd, en het afstemmen van verzamelingen – al gaat dat laatste nog traag.

Ook het bruikleenbeleid van deze zeventien musea is in grote lijnen in orde, voor zover dat is na te gaan. Ze geven in ieder geval zelf aan ruimhartig te zijn in het lenen. Om in aanmerking te komen voor een bijdrage van het fonds mogen ze geen kosten voor bruikleen in rekening brengen voor andere Nederlandse musea en moeten ze directe kosten zoals transport, verzekering en bekisting (handling fee) zo laag mogelijk houden.

Opvallend is dat in deze tijd van digitalisering de kennis van musea van elkaars collecties nog altijd minimaal is omdat de collecties vaak lastig toegankelijk zijn. Verschillende musea hanteren afwijkende systemen van digitalisering. Dit is een onderwerp dat het Mondriaan Fonds van groot belang vindt voor de komende tijd. Ook al komt er helaas geen extra geld beschikbaar voor digitalisering, er zou in ieder geval onderling meer kunnen worden afgestemd. Hier liggen mogelijkheden voor musea, ook om bijvoorbeeld een aanvraag te doen binnen de Bijdrage Samenwerking Musea.

Het Gemeentemuseum Den Haag ontving een Bijdrage Samenwerking Musea voor de tentoonstelling ‘Holland op z’n mooist’ die het museum in samenwerking met Natuurmonumenten organiseert. Afbeelding: Jan Hendrik Weissenbruch, De Trekvliet, 1870. Gemeentemuseum Den Haag
Ronduit zorgelijk is dat uit de plannen die waren ingediend blijkt dat er nauwelijks fundamenteel onderzoek naar collecties wordt gedaan. Het blijkt steeds lastiger om hiervoor geld te vinden en curatoren met kennis die het museum verlaten worden lang niet altijd opgevolgd. Daarom is het zo goed dat bijvoorbeeld het Gemeentemuseum Den Haag zich profileert als internationaal kenniscentrum over Mondriaan en dat Rijksmuseum Twenthe structureel gaat samenwerken met de TU Enschede. Dergelijke profilering en samenwerking kan andere geldstromen, bijvoorbeeld van NWO, op gang brengen.

Musea konden bij hun plannen ook aangeven dat ze een actief opdrachtenbeleid willen voeren, door beeldend kunstenaars een opdracht te verstrekken, die is gericht op de aanschaf van een of meerdere werken voor de collectie. Zo wil het Van Abbemuseum nieuwe vormen van samenwerken ontwikkelen, zoals het in een vroeg stadium bij elkaar brengen van kunstproducent, presentatie-instelling en collectievormende instelling, en heeft het Textielmuseum in Tilburg een enthousiasmerend opdrachtenbeleid voor kunstenaars die niet eerder met textiel werkten.

Allemaal goed doordachte toekomstmuziek. Waarvan wij als museumpubliek straks mogen profiteren – en na ons nog vele anderen.