Birgit Donker blogt

Verzamelen en Verbinden

Tentoonstelling The Making of Modern Art – Een verhaal over moderne kunst, Van Abbemuseum, 2017-2021. Foto: Peter Cox Tentoonstelling The Making of Modern Art – Een verhaal over moderne kunst, Van Abbemuseum, 2017-2021. Foto: Peter Cox

Een museum zonder collectie is als een zwembad zonder water of als een bos zonder bomen. En zo’n collectie in huis hebben is niet genoeg, ze heeft voortdurende zorg nodig. Zorg in de vorm van onderhoud, van selectie, afstoting en aanvulling – zodat ze actueel blijft.
Het Mondriaan Fonds draagt op verschillende manieren bij aan het collectiebeleid van musea. Zie hiervoor het platform Vitale Collectie Nederland op onze website.

Een van de belangrijkste bijdragen van het fonds is de Bijdrage Collectieprogramma’s. Deze kan een keer in de twee jaar worden aangevraagd door musea op het gebied van beeldende kunst en vormgeving na 1945. Zonder dat ze al allerlei specifieke aankopen hoeven op te sommen, kunnen de instellingen duidelijk maken hoe ze zich willen profileren op het terrein van hun collecties en hoe ze deze op inspirerende wijze gaan tonen aan hun publiek. Juist in deze tijden waarin zo veel lijkt te draaien om korte termijnresultaten, bezoekersaantallen en eigen inkomsten is geld voor plannen met langere adem extra waardevol.

Deze week werden de resultaten bekend van de ronde van dit jaar; liefst achttien musea krijgen voor de komende een of twee jaar een bedrag variërend van 25.000 tot 250.000 euro om hun collecties te versterken. De voorstellen van deze musea – van het Gemeentemuseum Den Haag tot Rijksmuseum Twenthe in Enschede – zijn om allerlei redenen blij makend.
Uit de plannen blijkt dat musea meer dan voorheen verzamelen voor de zogeheten Collectie Nederland, dat wil zeggen alle kunst- en erfgoedobjecten in publiek bezit. Het Mondriaan Fonds pleit er al jaren voor dat ze rekening houden met wat andere musea in hun collectie hebben; dat ze niet per se bijvoorbeeld een vroege Mondriaan willen aanschaffen, maar eerst kijken of een ander er al een in bezit heeft.
Alle musea beschreven nu in hun aanvragen de Collectie Nederland als een referentiekader te hanteren voor aankopen en verzamelbeleid. Voor het eerst lijkt de Collectie Nederland een vanzelfsprekendheid. In het verleden werd in een aantal aanvragen wel aangegeven dat collecties of aankopen zouden gaan overlappen. Soms werden daar consequenties aan verbonden (bijvoorbeeld in het streven naar bruiklenen in plaats van aankopen), maar niet altijd. Die laatste categorie musea verklaarden dat dan met het argument dat werken in de eigen collectie in een andere context worden getoond dan bij collega’s. Dat is waar, maar neemt niet weg dat afstemming nodig is.

Nu maken alle aanvragers melding van afstemming met andere musea en zeggen ze zelf een ruimhartig bruikleenbeleid te voeren: bruiklenen worden veelvuldig en royaal beschikbaar gesteld (inclusief halen en brengen) voor tijdelijke tentoonstellingen. Sommige musea rekenen zelfs geen kosten voor de bruiklenen.

Tentoonstelling Oog in Oog – Topstukken, Stedelijk Museum Schiedam, 2017

Tentoonstelling Oog in Oog – Topstukken, Stedelijk Museum Schiedam, 2017

Afstemmen doen ook SCHUNCK* en het Stedelijk Museum Schiedam. Zij gaan samenwerken op het gebied van hun deelcollecties moderne en hedendaagse schilderkunst. De focus op Nederlandse schilderkunst na 1950 bij SCHUNCK* en de collectie Nederlandse kunst sinds 1945 in Schiedam kennen verwantschap. De tentoonstellings- en verzamelpraktijk van deze instellingen zijn complementair en ze hebben dezelfde opvattingen over artistieke kwaliteit en relevantie. De musea zullen hun verzamelbeleid op elkaar afstemmen en gaan ook op andere gebieden samenwerken

Én voor het eerst hebben de grote musea voor moderne kunst hun collectie- en aankoopplannen gedeeld. Het Van Abbemuseum en het Gemeentemuseum Den Haag zetten hun collectieplannen zelfs voor iedereen zichtbaar online. Later deze week, op 23 september, presenteert het Van Abbe daar zijn nieuwste versie. Het onderling overleggen, afstemmen en samenwerken komt dus echt op gang.

Folkert de Jong, The Infinite Silence, the Way Things Are, and How They Became Things,2009, polyurethaan, polystyreen, installatie, aankoop 2009 met bijdrage van het Mondriaan Fonds

Folkert de Jong, The Infinite Silence, the Way Things Are, and How They Became Things,2009, polyurethaan, polystyreen, installatie, aankoop 2009 met bijdrage van het Mondriaan Fonds

Nog meer goed nieuws: Steeds meer musea hebben aandacht voor de productiekant van kunst. Het geven van opdrachten aan kunstenaars, een mogelijkheid die het fonds sinds 2013 binnen de Bijdrage Collectieprogramma’s biedt, is in bijna alle plannen terug te vinden. Het Groninger Museum liep hierin voorop: het geeft al sinds jaren stipendia aan kunstenaars en kiest uit de werken die daaruit ontstaan de beste om op te nemen in de collectie. Het Fries Museum besteedt inmiddels ook veel aandacht aan opdrachten aan kunstenaars om nieuw werk te maken, evenals het Rijksmuseum Twenthe, het Glasmuseum (dat overigens niet aanvraagt voor deze bijdrage), het Van Abbemuseum, het TextielMuseum, het Centraal Museum, het Bonnefantenmuseum en Museum Boijmans Van Beuningen. SCHUNCK* heeft zelfs al concreet uitgewerkte voorstellen voor een kunstopdracht aan Femmy Otten en aan George Korsmit. Het geven van opdrachten is inmiddels een belangrijke manier om de collectie aan te vullen.

Femmy Otten, Untitled, 2010 (Galerie Fons Welters, Amsterdam)

Femmy Otten, Untitled, 2010 (Galerie Fons Welters, Amsterdam)

Tot slot een laatste opmerkelijke ontwikkeling die te destilleren valt uit al die collectieprogramma’s die wij voorgeschoteld kregen: het Westers kunstperspectief wordt steeds meer ingewisseld voor een mondiaal perspectief. Musea willen werk aanschaffen van kunstenaars uit de hele wereld. Terwijl de één zich meer wil richten op Chinese kunstenaars, noemt de ander kunstenaars uit Afrika en Zuid-Amerika. Het Mondriaan Fonds stelt als voorwaarde voor de Bijdrage Collectieprogramma’s dat de helft van het werk die met dit geld wordt verworven komt van kunstenaars uit Nederland; zodat de bijdrage behalve een stimulans voor de Collectie Nederland ook een stimulans is voor kunstenaars uit Nederland. Dat neemt niet weg dat het urgent is dat deze kunstenaars te zien zullen zijn in een context die groter is dan het Westen. Want het openen van deuren op de wijde wereld is een van de belangrijkste taken van musea. En dat komt ons allemaal ten goede.

Zie hier het nieuwsbericht collectieprogramma’s 2018-2019.