Birgit Donker blogt

Vrijhaven van verbeelding

In mijn nieuwjaarstoespraak kondigde ik het al aan: het Mondriaan Fonds komt met een nieuw beleidsplan voor de periode 2017-2020. Vandaag is het zo ver. Ook verklapte ik toen al dat het in de komende periode vooral weer zou gaan over datgene waartoe wij van het fonds op aarde zijn: het stimuleren van de productie en de presentatie van relevante kunst en erfgoed.

Het toekomstige beleid van het fonds is een verdieping en versterking van het huidige, dat in 2013 is ingezet na de fusie van de Mondriaan Stichting en het fonds BKVB. Grote verschuivingen zijn er niet. Wel hebben we geleerd van de eerste drie jaar van het gefuseerde fonds en één van de lessen luidt dat we ons instrumentarium gaan vereenvoudigen en waar mogelijk regelingen voor aanvragers in elkaar schuiven.

Het fonds wil in 2017-2020 kunst en erfgoed, die onschatbaar belangrijke vrijhavens van de verbeelding verder versterken. Want publiek verdient kunst en erfgoed en erfgoed en kunst verdienen publiek. Vanuit de gedachte dat kunst en erfgoed pluriform zijn en een open democratie ondersteunen en bijdragen aan een vrije geest en een open blik. Aan die pluriformiteit wil het fonds bijdragen.

Twee accenten kent het toekomstige beleid: ontwikkeling en verbinding. Dit volgt als logische stap nadat in 2013-2016 de thema’s zichtbaarheid, samenwerking en opdrachtgeverschap centraal stonden. Immers, zichtbaarheid en samenwerking leiden tot verbinding van kunst en erfgoed met de rest van de samenleving en opdrachtgeverschap leidt tot zowel ontwikkeling als verbinding. Ontwikkeling is cruciaal voor een vitale sector van kunst en erfgoed, want ze zorgt voor de nodige dynamiek. Het kan daarbij gaan om het verkennen van nieuwe of juist het vervolgen van ingeslagen wegen – door instelling of individu.

Het beleidsplan bepaalt de hoofdlijnen van het beleid, die samenkomen in zeven ‘richtingwijzers’, te weten (1) het stimuleren van talent; (2) het stimuleren van een vitale Collectie Nederland; (3) het versterken van opdrachtgeverschap; (4) het stimuleren van inspirerende, waaronder vernieuwende, presentatie en programmering op het gebied van beeldende kunst en erfgoed; (5) het presenteren van kunst en erfgoed uit Nederland in het buitenland; (6) het stimuleren van de verkoop van beeldende kunst en tot slot (7) het bevorderen van samenwerking van musea.

4124MON9

Komende tijd gaan we die richtingwijzers verder uitwerken. In regelingen voor aanvragers, maar ook in activiteiten want het fonds ontwikkelt zich naast verstrekker van financiële bijdragen steeds meer tot ‘relatiemakelaar’. Het brengt partijen met elkaar in contact, zoals jong en bewezen talent middels mentoraat of bemiddeling van stageplekken voor curatoren in buitenlandse (erfgoed-)musea.

Het beleidsplan is tot stand gekomen op basis van een reeks gesprekken, bijeenkomsten, discussies en uitwisselingen met deskundigen, betrokkenen en geïnteresseerde partners van het fonds. Het zogeheten Beleidskader van het ministerie van OCW, dat uitkwam in oktober 2015, is in het plan verwerkt evenals de aanbevelingen van de Visitatiecommissie Cultuurfondsen 2014. Maar het zijn vooral de vele nationale en internationale aanvragers van het fonds, uit het veld dat reikt van fossiel tot video, die klankbord en inspiratiebron zijn geweest voor het nieuwe beleid.

Ook bij het uitwerken van het beleid zullen we blijven luisteren en toetsen. En tegelijkertijd hopen we op vele inspirerende aanvragen die ons verbazen en verleiden.

Zie hier het Beleidsplan 2017-2020.