Birgit Donker blogt

Waar gaat dit heen?

Wat gebeurt er met de collectie van een publiek museum als dat museum noodgedwongen de deuren sluit? De afgelopen maand zijn er twee totaal verschillende antwoorden gekomen op deze vraag. Directeur Macha Roesink van Museum De Paviljoens in Almere gaat de komende tijd werken uit haar vorige week gesloten museum verdelen onder Nederlandse musea.  Ze kijkt waar het object het best past en hoe zichtbaar het zal zijn in de nieuwe thuisbasis. De collectie is met publiek geld aangeschaft, zegt Roesink, dus het hoort in publiek bezit te blijven.

Heel anders verging het de ruim 150 typemachines van schrijver W.F. Hermans, afkomstig uit het in 2011 gesloten Museum Scryption. Eind juni werd bekend dat ze verkocht worden aan een boekhandel in Gent, voor de helft van hun waarde van 10.000 euro. De boekhandel had het beste plan ingediend volgens een jury, bestaande uit professionals en met inbreng van het publiek. Een beter plan dan bijvoorbeeld de gemeente Groningen, die aangaf op de hoogte te zijn van Hermans’ problematische tijd in Groningen, inclusief zijn ,,slechte ervaringen met een aantal collega’s”. Groningen wilde de collectie samen met de universiteitsbibliotheek tentoonstellen. Ook de Gentse boekhandel wil de verzameling, waaronder de rode IBM waarop Hermans zelf werkte, exposeren.

de rode IBM, foto Nico Bennemeer

Kamerleden reageerden verontwaardigd en vroegen minister Bussemaker of zij niet kon voorkomen dat ,,een uniek onderdeel van de nalatenschap van de Nederlandse schrijver naar België verdwijnt”. Rijkelijk laat, dit protest. De afgelopen twee jaar heeft de stichting Onterfd Goed, die de collectie beheerde, geprobeerd een nieuwe Nederlandse eigenaar te vinden. En als Onterfd Goed zich in 2011 niet over de typemachines had ontfermd, waren ze toen waarschijnlijk verkocht aan de hoogste bieder. Nu is tenminste verzekerd dat ze worden geëxposeerd, in die winkel in de Vlaamse stad.

Onterfd Goed is blij met het protest van de Kamerleden. Niet het vinden van een nieuwe eigenaar was het hoofddoel, stelt de stichting op haar website, maar een debat over verweesde collecties. Een debat dat de komende tijd alleen maar actueler zal worden. Niet alleen bij musea die noodgedwongen de deuren sluiten maar ook andere musea zullen zich moeten buigen over de prangende vraag: kan dit weg? Het hoort bij collectiebeleid dat er niet alleen wordt aangekocht, maar dat er ook wordt afgestoten. Waarbij de vraag leidend moet zijn: wat is de waarde voor dit museum? Niet de financiële waarde, maar de kunst- en cultuurhistorische waarde, de maatschappelijke- en de belevingswaarde moeten daarbij zwaar wegen.

In de sociale media wordt intussen volop gereageerd op de verkoop van de Hermans-collectie aan de Gentse boekhandel. Een ,,eenvoudige Groninger verhuizer” meldt dat hij destijds het voorrecht heeft gehad Hermans’ schrijfmachines te mogen verpakken voor hun verhuizing naar Parijs. Hij hoopt dat ,,de letterpoepers” terugkomen naar de Martinistad omdat Hermans daar Onder professoren schreef. Waarop de reactie kwam: ,,Hermans haatte Groningen… Respect voor Hermans betekent: de typemachines naar Vlaanderen te laten gaan.”