Birgit Donker blogt

Wachten op de koning

Strak gekleed en op glimmende schoenen (‘mijn trouwschoenen’) staat Coen Vunderink op de koning te wachten. Vunderink was een van de vijfentwintig genomineerden voor de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst die op 4 oktober werd uitgereikt. Koning Willem-Alexander, die deze prijs uit 1871 voor het eerst overhandigde, maakt met alle kunstenaars een praatje bij hun werk en past telkens even de I-phone app Layar toe, om meer werk van hen te kunnen bekijken.

Om Vunderink af te leiden terwijl hij in spanning op de koninklijke ontmoeting wacht, vraag ik hem hoe het gaat met zijn werk bij de Belastingdienst. Dat hij daar werkte, vertelde hij eerder dit jaar tijdens de expositie Prospects and Concepts waar alle kunstenaars exposeerden die een Startstipendium van het Mondriaan Fonds hadden gekregen. Vunderink vertelde toen ook hoe hij dan, terwijl hij aan de telefoon zat met een beller, droedels zat te tekenen.

Maar hij werkt niet meer bij de Belastingdienst, vertelt Vunderink nu. Geen tijd. Onder andere door het televisieprogramma in de aanloop naar Prospects and Concepts is zijn bekendheid enorm gegroeid en de vraag naar zijn werk ook. Hij verkocht zo veel dat hij aan de slag moest om voldoende werk te hebben voor geplande exposities. De Belastingdienst kon en hoefde hij er niet meer bij te hebben.

Dat Vunderink het zo goed doet, is te danken aan zijn grote talent. Toch ben ik ook namens het Mondriaan Fonds stiekem een beetje trots. Het Startstipendium (vergelijkbaar met de huidige Werkbijdrage Jong Talent); Prospects and Concepts; en het aan die expositie verbonden televisieprogramma – ze hebben allemaal een beetje bijgedragen aan zijn succes.

Zo’n zetje extra geeft het fonds ook aan meer ervaren kunstenaars, in de vorm van buitenlandateliers, projectinvesteringen, beurzen praktijkverdieping of een Werkbijdrage Bewezen Talent. Die laatste werd vorige week weer toegekend aan zeventien kunstenaars, onder wie Erik Odijk en Roderick Hietbrink. Een investering in hun talent waarvan we allemaal gaan profiteren.

Terwijl ik daar naast het werk van Vunderink beetje plaatsvervangend trots sta te zijn, denkt hij nog maar aan een ding; de koning. Daar is de vorst, vriendelijk lachend en vol vragen over Vunderinks werk. De I-phone met Layar bij de hand om meer van zijn werk te zien.

Royale aandacht – wat kun je je nou nog meer wensen?