Birgit Donker blogt

Werelden overbruggen

Nederland paviljoen. Photo © Daria Scagliola

Wie weet nog dat het klinkende woord Cavezzo staat voor een lengtemaat die gelijk is aan 208 centimeter? Ik denk vrijwel niemand. En dat terwijl de Cavezzo in Venetië vroeger een gangbare maat was. Het geeft maar aan dat wat wij maar al te gemakkelijk als vanzelfsprekend beschouwen, namelijk dat het metrieke stelsel de maat neemt in een groot deel van Europa, zo vanzelfsprekend nog niet is. Dat is het eerste wat het werk Cavezzo, een houten sculptuur van stanley brouwn gebaseerd op de vergeten Venetiaanse lengtemaat bij mij oproept: neem niets voetstoots aan. Hoewel brouwn kort geleden is gestorven draagt juist zijn werk onze lichamelijke eenheid met de wereld naar voren.

De Cavezzo en enkele andere werken van brouwn staan letterlijk en figuurlijk centraal vanaf mei volgend jaar in de expositie The measurement of Presence: Body, Spirit, History, waarmee Nederland vertegenwoordigd zal zijn op de Biënnale van Venetië 2019. Om het werk van brouwn heen wordt nieuw werk getoond van Iris Kensmil en Remy Jungerman. In het werk van alle drie speelt het overbruggen van plaatsen, culturen én tijden een rol. Alle drie hebben de plaats van hun vroege jeugd verlaten. En alle drie de kunstenaars verhouden zich tot het modernisme; daarom is het niet toevallig en zeer toepasselijk dat Benno Tempel de curator is van deze tentoonstelling. Hij is immers de directeur van het Haags Gemeentemuseum met een collectie die uitblinkt in De Stijl. Zijn voorstel ontspruit aan een vruchtbare context en maakt en passant de eenheid zichtbaar van gevestigde moderne kunst en het verrassende, eigentijdse vervolg daarop.

Remy Jungerman, beeld vooraan: FODU. HOLDER, 2015; beeld achteraan: Initiands, 2015 Iris Kensmil, Rythm of Dutch spoken Words, 2015. Photo: Gert Jan van Rooij
Remy Jungerman, beeld vooraan: FODU. HOLDER, 2015; beeld achteraan: Initiands, 2015
Iris Kensmil, Rhythm of Dutch spoken Words, 2015. Foto: Gert Jan van Rooij

Elk van de drie kunstenaars komt in dit plan afzonderlijk tot zijn recht, voegt iets toe aan het werk van de andere twee én trekt het modernisme naar de actualiteit: brouwn onder andere met zijn maatsysteem op basis van het lichaam (Body), Jungerman die zich daarnaast laat voeden door wat de geesten hem vertellen (Spirit) en Kensmil die betekenis geeft aan de nog onbekende geschiedenis van een aantal zwarte vrouwen die zich als schrijver, activist of kunstenaar inzetten voor hun idealen (History). Met de expositie wordt beoogd een ander perspectief toe te voegen aan onderwerpen als identiteit en de relatie tot de ander.

Mark Manders, Room with Broken Sentence, Dutch pavilion Venice 2013         Overview Dutch Pavilion 2015. Photo: Judith Jockel
Overzichtsfoto’s Nederlands paviljoen:
Mark Manders, Room with Broken Sentence, 2013. Foto:  Jan Kempenaers
herman de vries, to be all ways to be, 2015. Foto: Judith Jockel

Na drie solo-exposities in het Nederlands paviljoen in Venetië, van respectievelijk Mark Manders, herman de vries en Wendelien van Oldenborgh, zal weer een groepsexpositie te zien zijn. Hoewel het de jury daar niet om te doen was, verhoudt deze tentoonstelling zich tot onderwerpen die ook bij Van Oldenborgh centraal stonden zoals identiteit en de relatie tot de ander. De Black Archives, het archief waar de geschiedenis van zwarte Nederlanders wordt vastgelegd, waar Iris Kensmil mee gaat samenwerken, vormde ook voor Van Oldenborgh een kennis- en inspiratiebron. Daarmee past de expositie in wat wel wordt aangeduid als de ‘choreografie’ van Nederlandse inzendingen naar de Biënnale.

Installation views from Cinema Olanda, 2017, by Wendelien van Oldenborgh. Photo © Daria Scagliola
Wendelien van Oldenborgh, Cinema Olanda, 2017. Foto: Daria Scagliola

Voor de vierde keer werd de selectie gemaakt door een deskundige internationale jury na een open call. Anders dan in vorige jaren is de shortlist niet openbaar gemaakt. Als shortlisters zelf ervoor kiezen met hun selectie naar buiten te gaan zullen we dit uiteraard niet verbieden. Het is tenslotte ook een eer om door de eerste selectie uit liefst zeventig plannen te komen. Maar er kan er uiteindelijk maar één naar Venetië. Gelukkig geldt in dit geval: al het goede komt in drieën.