Pablo Picasso, Grand Nu au fauteuil rouge (Groot naakt op een rode stoel), 1929, Musée National Picasso, Parijs © Succession Picasso 2017

‘Kennis omwoelen voor een nieuwe kijk op kunst en cultureel erfgoed’

Directeur Benno Tempel van het Gemeentemuseum Den Haag over de samenwerking met collega-musea in het buitenland

Een grootmeester als Picasso? Music for the millions denkt iedereen dan al snel, maar vergis je niet, zegt directeur Benno Tempel van het Gemeentemuseum Den Haag. De tentoonstelling González, Picasso en vrienden die het Gemeentemuseum Den Haag maakte met internationale partners zoals het Reina Sofia Museum uit Madrid bracht zeker veel liefhebbers en nieuwsgierige kunstkijkers op de been, maar een kaskraker was het niet. Dat, zegt Tempel, mag ook nooit het enkelvoudige oogmerk zijn. ‘Musea delen favorieten met het publiek, maar onderzoek en ontdekkingen doen is minstens zo belangrijk. Kennis omwoelen voor een nieuwe kijk op kunst en cultureel erfgoed, ook daar gaat het om. Een frisse blik maakt nieuwe verbanden zichtbaar. Ook wanneer het gaat over de allergrootste namen. Financiering van dergelijk onderzoek is lastig op eigen kracht, zeker wanneer het over grenzen reikt. De toekenning van het Mondriaan Fonds draagt bij aan actuele perspectieven.’

González, Picasso en vrienden bracht de samenwerking naar voren tussen beide kunstenaars en de kring van beeldhouwers rondom, speciaal bij het maken van metalen sculpturen. De vriendschap werd op deze tentoonstelling voor het eerst uitgelicht. Maar ook de tentoonstelling zelf was de uitkomst van intensief samenwerken. ‘Het was een bijzondere bundeling van kennis en informatie’, aldus Tempel. ‘Daarmee gaven we een vervolg aan onze eerdere samenwerking met het Reina Sofia in Madrid voor de tentoonstelling over Constant en zijn modellen voor de utopische stad Nieuw Babylon. In de continuïteit van deze internationale samenwerking schuilt een rijke oogst.  Voor de nabije toekomst verdiepen we ons in het oeuvre van kunstenaar Paul Thek en ook in dit geval is het kennisnetwerk, onder meer met het Reina Sofia dat Thek al eerder centraal heeft gesteld, ontzettend vruchtbaar. We leggen hiermee een accent op de beeldhouwkunst, deels ook als correctie. Schilderkunst is altijd dominant geweest en is dat misschien nog, als je naar publieksaantallen kijkt.’

‘Ruimte voor het vrijelijk opwerpen van vragen, uitvouwen van kennis én tentoonstellen van onderzoeksresultaten’

Tempel: ‘We merken in het Gemeentemuseum steeds weer hoezeer het loont wanneer je met internationale partners expertise bijeen kunt brengen, elkaar kunt versterken en ook stimuleren in die zin dat het verrassende inzichten oplevert. Dat gaat wezenlijk verder dan het verwerven van bruiklenen uit buitenlandse musea en die in een mooie samenhang tonen. Behalve met het Reina Sofia in Madrid waren bij dit onderzoek naar Picasso en González ook het Musée Picasso en het Centre Pompidou in Parijs betrokken, evenals het IVAM in Valencia, dat hét kenniscentrum is over Julio González. Het Gemeentemuseum Den Haag vormde als het ware neutraal gebied voor het vrijelijk opwerpen van vragen die misschien niet zo snel meer worden gesteld door instituten die gespecialiseerd zijn in afzonderlijke kunstenaars. Hier was ruimte voor het uitvouwen van het netwerk én het tentoonstellen van de onderzoeksresultaten.’

Julio González, Homme Cactus II (Cactus Man II), 1939-1964 Julio Gonzālez, Monsieur Cactus (L’Homme Cactus I), 1939. Uit de collectie van het Gemeentemuseum Den Haag.

González, die in zijn vaders werkplaats als metaalbewerker begon en in de Renaultfabriek leerde lassen, deelde zijn vaardigheden met Picasso; andersom droeg Picasso zijn experimenteerdrift op González over. Die wederkerigheid was uitgangspunt voor de tentoonstelling, waarin González de herwaardering kreeg die hem toekomt: van ambachtsman tot, aldus Tempel, één van de belangrijkste beeldhouwers van de 20ste eeuw. De metalen ‘cactusfiguren’ met opengesperde bek die González in 1939 maakte, nadat generaal Franco in Spanje de macht greep, gelden als krachtig symbool voor weerstand en autonomie. ‘Het is hoog tijd dat dit materiaal, ijzer, ophoudt een moordwapen of een eenvoudig werktuig der gemechaniseerde wetenschap te zijn.’ Aldus González. ‘Heden ten dage staat de deur wijd open zodat deze grondstof moge doordringen tot het domein der kunst en door vredelievende kunstenaarshanden gehamerd en gesmeed moge worden.’

De nieuwe perspectieven en uitkomsten van het onderzoek door experts uit Parijs, Madrid, Valencia en Den Haag naar het werk van González, Picasso en vrienden zijn geboekstaafd in de publicatie bij de tentoonstelling, met onder meer teksten van Tomás Llorens, Marilyn McCully en Laura Stamps.

website

tot stand gekomen met:

gerelateerd