NEMO Science Museum Amsterdam: twinkelend kennis vergaren over natuur, techniek en het menselijk brein

Tinkering: het is het speels klinkende Engelse woord voor klooien of knutselen, dat nog eens extra begint te twinkelen als het gaat om knutselen met lampjes, projecties en lichtgevende kleuren in een schemerdonkere museumzaal. NEMO Science Museum in Amsterdam vernieuwt zich sinds enige jaren met veel élan en op grote schaal. ‘Tinkering’ behoort sindsdien tot het vaste aanbod aan het publiek om spelenderwijs kennis te vergaren over wetenschap en techniek. Bezoekers staan centraal en worden uitgedaagd proeven te doen met natuurkrachten; zelf technologische instrumenten te activeren en de eigen rol als uniek individu te bezien onder de sterrenhemel.

Tinkering

Voor de ontwikkeling van het geavanceerde programma verleent het Mondriaan Fonds een Bijdrage Meerjarenprogramma’s voor Musea en andere Erfgoedinstellingen. Doel van deze bijdrage is instellingen te stimuleren kunst en erfgoed op een aanstekelijke manier aan het publiek te tonen en de relatie met de burger te versterken.

‘Spanning en opwinding; inspiratie vergaren, eigenaardigheden ontdekken over de wereld en jezelf, dat is allemaal minstens zo belangrijk als feitelijke kennisoverdracht,’ zegt Marjolein van Breemen, die zelf net in een opwindende nieuwe baan is gestapt als adjunct-directeur. Voorgaande jaren werkte ze als hoofd educatie bij NEMO Science Museum; sinds dit voorjaar vormt ze samen met directeur-bestuurder Michiel Buchel en adjunct-directeur operatie Martijn van Heemskerck van Beest de driekoppige directie. ‘Alles begint met die eerste vonk die overslaat’,  voegt de directeur toe aan de woorden van zijn nieuwe adjunct. Buchel: ‘Wij zijn geen gewoon museum voor toeschouwers, wij gaan uit van deelnemers. Met 665.000 bezoekers per jaar hebben we als cultuurmuseum de top vijf van best bezochte musea in Nederland bereikt, tussen vier grote kunstmusea in.’

Over wonderlijke fenomenen als elektriciteit: ‘Ieder huis drie stopcontacten!’

Ofschoon jong van geest en op de toekomst gericht, met een open oog voor bijvoorbeeld biotechnologische ontwikkelingen op het gebied van kweekvlees en het inzichtelijk maken van die ontwikkelingen, is NEMO met zijn 95 jaar ouder dan menigeen denkt, vertelt Buchel, tijdens een presentatie over de vernieuwingen die dit jaar nog verder hun beslag krijgen. Het voormalige ‘Museum van den Arbeid’ is in een kleine eeuw opgestuwd tot een museum vol spectaculaire en geheimzinnige onderzoekingen voor het publiek.  ‘Maar educatie stond altijd centraal. De techniekschilder Herman Heijenbrock die aan de basis van het museum stond, legde in zijn schilderijen uit hoe nieuwe industrieën werkten of een fenomeen als elektriciteit. Nog altijd is dat één van de hoofdonderwerpen in ons museum, maar indertijd was het helemaal verwonderlijk.’ Buchel citeert de slogan waarmee de Gemeente Amsterdam energie aan de man beloofde te brengen: ‘Ieder huis drie stopcontacten!’

NEMO beslaat nu in het opvallende gebouw van architect Renzo Piano nabij het Centraal Station vier verdiepingen en een zonovergoten dakterras. Het rijst op als een futuristisch schip in de stad. Alle verdiepingen zijn de één na de ander helemaal vernieuwd, variërend van Energetica op het dakterras waar je met water regenbogen kunt opwekken, tot het twee jaar geleden geopende Technium op de tweede etage, waar uitvindingen onder de loep genomen worden, en het nu nieuwe Humania dat bíjna helemaal gereed is op de vierde verdieping. Ook beeldend kunstenaars vervullen een rol in de kennisoverdracht. Op het dakterras heeft Jan Rothuizen in een verhalende panoramatekening  het grootse uitzicht over Amsterdam toegelicht. En op de nieuwe afdeling Humania krijgt de verbeelding binnenkort ruim baan – door welke kunstenaar en hoe blijft nog een verrassing.

Tekening Jan Rothuizen voor NEMO

Humania gaat in op de vragen: hoe werkt het brein; wat maakt de mens tot mens? Want, aldus directeur Buchel: ‘Wetenschap en techniek gaan niet alleen over de wereld waarin wij leven, maar ook over onszelf.’ Met zijn nieuwe adjunct kibbelt hij goedgemutst over de menselijke verwantschap met het dierenrijk.  Zegt zij: ‘Voor 98% komen wij met chimpansees overeen’.  Vraagt hij: ‘Was het niet net wat minder? 96% toch?’ En zij weer: ‘Dik 98! Ik heb dat gisteren nog nagekeken. En we zitten op vijftig procent met de fruitvlieg.’

website

tot stand gekomen met:

gerelateerd