Petruskerk, Pieterburen. Foto: Arjan Bronkhorst

Paradijsschilderingen, oude orgels en marmeren beeldhouwwerken: ‘Ik ben d’r verliefd op!’

Agmar van Rijn en Marieke van Schijndel over Het Grootste Museum van Nederland

‘Prachtig, al dat houtsnijwerk!’; ‘Sprookjesachtige tuin!’; ‘Zon door de ramen en orgeltonen, weldaden voor oog en oor!’ In het hoge noorden nabij het Wad ligt de Petruskerk, middenin de botanische tuin van Pieterburen. Het gastenboek is vol lof: ‘De zoveelste verrassing in ons mooie Nederland.’ Voor sommige bezoekers staat de kerk aan het begin van een wandeling over het Pieterpad; een ander rijdt ervoor om. ‘Dit is de tweede kerk die wij bezoeken via het Grootste Museum van Nederland. Goed idee om dit in de krant te vermelden. Dit is genieten.’

De kerk van Pieterburen hoort bij het Grootste Museum van Nederland, dat zomer 2017 opende. Het is een samenwerking van elf kerken en twee synagogen verspreid door het land. In Groningen horen ook de middeleeuwse en barokke kerken van Krewerd, Middelstum en Midwolde erbij, met hun paradijsschilderingen, oude orgels en marmeren beeldhouwwerken. Op initiatief van Museum Catharijneconvent in Utrecht is een spotlicht gezet op kerkelijke architectuur, inclusief kunstwerken en geschiedenis. Het Mondriaan Fonds gaf hiervoor een bijdrage Samenwerking Musea.

‘We bereiken duidelijk andere doelgroepen dan voorheen. In Pieterburen merk je dat Wadlopers natuur en cultuur combineren, ook zij stappen nu over de drempel van de Petruskerk,’ vertelt Agmar van Rijn van de Stichting Oude Groninger Kerken. ‘Kijk maar in het gastenboek: puur goud wat mensen daarin schrijven. Ik ben d’r verliefd op!, bijvoorbeeld. En ze komen overal vandaan, ook uit Duitsland, China en Italië. Vaak verwijzen ze naar het Grootste Museum van Nederland, waardoor we weten dat dit initiatief loont. In Pieterburen rekenden ze op 4000 bezoekers per jaar; in de eerste zomermaanden kwamen er al 7500.’

‘Kerken en synagogen: stuk voor stuk schitterende musea’
‘Het Grootste Museum van Nederland is in één jaar tijd opgezet en geopend, we hebben als de wiedeweerga onze missie, het delen van religieus erfgoed, ook buitenshuis waargemaakt’, zegt Marieke van Schijndel, directeur Museum Catharijneconvent in Utrecht.

‘Nederland heeft schitterende kerkinterieurs: in verborgen dorpskerken, evenals in grootse basilieken zoals de Sint Jan in Gouda met zijn beroemde ‘Goudse Glazen’. Wij willen graag dat kerken en synagogen in religieus gebruik blijven, maar ook gezien worden als de unieke musea die dit stuk voor stuk zijn. Dank zij de bijdrage van het Mondriaan Fonds kunnen we ze ontsluiten op een hedendaagse manier, met levendige audiotours, kijkkaarten en persoonlijke rondleidingen. We leiden een heel legertje vrijwilligers op. Deze mensen delen hun kennis en leveren verhalen over aan het publiek. Nederland verdient meer oog voor deze schitterende museumzalen. Als toerist lopen we zo naar binnen bij de Nôtre Dame in Parijs, maar ook hier zijn deze Gesamtkunstwerken de reis meer dan waard.’

‘Het Grootste Museum van Nederland is een sterk merk. Het werkt als vliegwiel,’ heeft Agmar van Rijn in Groningen al ontdekt. ‘Het helpt kerkbeheerders dit erfgoed te delen. Een mooie beweging is dat, maar ook noodzaak. Gesloten kerken lopen groter risico op schade dan open kerken, zelfs op dagen zonder beheerder. Dat klinkt misschien merkwaardig, maar kerken verliezen draagvlak als mensen buitenstaanders blijven. Wie binnen mag draagt verantwoordelijkheid en neemt die ook. Ontsluiten van erfgoed opent de toekomst ervan. Daarbij telt gezond verstand: houtsnijwerk vastzetten waar mogelijk; een deur naar een kwetsbaar orgel afsluiten. Maar goede moed loont eveneens. Wij hopen dat in 2019, als de Stichting Oude Groninger Kerken 50 jaar bestaat, vijftig van de tachtig kerken in deze provincie permanent open zullen zijn.’

website

tot stand gekomen met:

gerelateerd