Rana Hamadeh ontvangt Prix de Rome uit handen van minister Van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Foto: Bas Czerwinski

‘Stemmen laten klinken en denkwerelden openen’ – Interview met Rana Hamadeh winnaar Prix de Rome Beeldende Kunst

‘Het moet nog tot me doordringen. Bij het wakker worden vroeg ik: heb ik werkelijk de Prix de Rome gewonnen? En mijn partner zei: Ik begin eraan te twijfelen, nu je het zo vaak vraagt.’ Vrijdag kreeg Rana Hamadeh (1983, Libanon) de Prix de Rome Beeldende Kunst 2017 uit handen van minister Ingrid van Engelshoven. Zondag duizelt het haar nog een beetje. ‘Het is een grote eer, meer dan dat, ik kan er zoveel over zeggen. Het raakt me dat ik een stem heb die gehoord wordt. Ik voel me erdoor omarmd. Een stem hebben is geen vanzelfsprekendheid, de meeste mensen op deze aarde zijn ervan verstoken. En het is belangrijk dat deze publieke erkenning tegelijkertijd de stemmen bevestigt waarvan ik de getuigenis en nagedachtenis opvoer in mijn werk; stemmen die eerder waren uitgewist.’

Bevestiging van vrije denkruimte, met de Prix de Rome als baken
Rana Hamadeh kwam naar Nederland voor een masteropleiding beeldende kunst, ‘in de zomer van 2006, in de nasleep van de Israëlische bombardementen op Libanon.’ Ze woont in Rotterdam. De jury roemt de overweldigende theatrale installaties waarin zij geluid, muziek, beeld en tekst combineert met technologische communicatie via apparaten als telefoons en matrix printers. Hamadeh bespeelt de fysieke aanwezigheid van het publiek, maar wakkert ook het geheugen aan; het historisch besef. Eén uitgangspunt voor haar nieuwste werk is een rechtbankverslag uit 1783, over honderden slaven die omwille van verzekeringsgeld als ‘vracht’ van het Britse slavenschip Zong werden gegooid en verdronken. De vraag rijst naar de inwisselbaarheid van waarden: de waarde van het leven zelf en die van voorwerpen; handelsartikelen.

 

‘Ik ben blij,’ zegt Hamadeh, ‘dat de Prix waardering toont voor mijn kunstenaarspraktijk met de hele gedachtewereld die daarin borrelt. Zodra je als kunstenaar in de openbaarheid treedt, krijgt je werk onherroepelijk een maatschappelijk belang dat ook politiek is. Soms lijkt het alsof onze denkruimte krimpt, als je alleen al de hardnekkige Zwarte Piet-traditie bekijkt of het verzet tegen de naamsverandering van kunstcentrum Witte de With. Ik zie de Prix de Rome als een baken; een bevestiging van vrije denkruimte. Dat blijkt ook uit de nominatie van sterke en radicale vrouwelijke kunstenaars als Katarina Zdjelar, Melanie Bonajo en Saskia Noor van Imhoff.’

Op de rand van de klif afrennen
In eerder werk trad Hamadeh op als wetenschapper, historicus of activist, die in performances haar onderzoek ontvouwde. In 2017 voerde ze het beeldende aspect verder op, in een kruising tussen opera en kunst. Bij Witte de With bouwde ze een interactieve geluidsinstallatie; haar eerste grote solotentoonstelling in Nederland. De Prix maakte het mogelijk in de Kunsthal een zevende akte toe te voegen aan deze opera, die daarnaast daadwerkelijk op toneel is uitgevoerd in de Rotterdamse Schouwburg. Afgelopen week was de première; de laatste uitvoering volgde vlak na de bekendmaking en uitreiking van de Prix de Rome. Geen wonder dat het haar duizelt.

‘Het is waar,’ zegt Ramadeh, ‘Ik heb een talent om tot het uiterste te gaan, met al mijn kracht op de rand van een klif af te rennen en de mensen die me vergezellen mee te nemen. Ik weet dat ik de sprong aankan en durf het risico te nemen, maar hoe schatten zij de landing in? Dat alle mensen met wie ik de afgelopen tijd intensief heb samengewerkt mij vertrouwden en dat dit alles gelukt is, de solo, de prix-presentatie en de opera, die alle drie in elkaars verlengde liggen maar toch elk een verschillend publiek bereiken: daar ben ik echt heel blij mee. De nominatie en het daarbij horende werkbudget van de Prix de Rome gaven mij de ruimte om in mijn werk een enorme  sprong te maken, terwijl het door de publieke prijs ook zichtbaar werd voor een groter publiek.’

‘Het samenkomen van de verschillende aktes op dit moment is geen toeval. Mijn praktijk bestaat uit een samenwerking op alle fronten, van een intellectuele studie met vele mededenkers aan het begin tot en met het kunstwerk dat ook het publiek adresseert. Mijn werk stopt niet bij beeldende kunst als beeld. Wij hebben behalve ogen ook oren, neuzen, tongen, een hart en hersenen. In het samenspel daarvan kunnen we pas echt  de werelden ontdekken die door alle conventies ondergesneeuwd raakten. Ik maak mijn werk niet om meningen te staven, maar juist om verstarring te doorbreken. Het is een uitnodiging om samen te denken.’

gerelateerd