interviews

Archeologische schatten zichtbaar en tastbaar maken vraagt om krachtenbundeling

Puzzelen in het ArcheoLab. Foto: Lize Kraan Puzzelen in het ArcheoLab. Foto: Lize Kraan

ArcheoHotspots zijn de vooruitgeschoven post in de wereld van de archeologie. Ze bieden een kijkje in de keuken bij archeologische musea, opleidings- en studiecentra her en der in Nederland. Iedereen kan er gratis binnenlopen, aanschuiven voor het puzzelen met scherven of het laten zien van opgravingen uit de eigen achtertuin en een archeoloog raadplegen over het verhaal achter die vondst. Dankzij het publieke enthousiasme en een uitdijend netwerk van deskundigen en vrijwilligers groeien de ArcheoHotspots in aantal. Het initiatief kwam in 2014 van het Allard Pierson Museum, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Intussen zijn er ArcheoHotspots van Eindhoven tot Nijmegen en ‘s-Hertogenbosch tot Utrecht. Tijdens de Nationale Archeologiedagen in oktober worden locatie nummer tien en elf geopend, in Castricum en Heerlen. En bij gelegenheid, zoals op de Gelderse Archeologiedag, vinden er zelfs Pop-up ArcheoHotspots plaats.

Wim Hupperetz

Wim Hupperetz

Wim Hupperetz is directeur van het Allard Pierson Museum en initiator van de ArcheoHotspots. Aanstekelijke communicatie met het publiek en professionele training van de vrijwilligers die de ArcheoHotspots begeleiden liggen aan de bron van het succes, gevoegd bij landelijk partnerschap en lokaal draagvlak, zo vertelt hij. ‘Het interessante van dit initiatief is dat het landelijk wordt aangestuurd, maar uitsluitend kan slagen wanneer het lokaal wordt gedragen en gestimuleerd door alle partijen. Krachtenbundeling is een voorwaarde bij het bereiken van ons hoofddoel: het publiekelijk zichtbaar maken van archeologisch onderzoek en erfgoed.’ Kenmerkend voor de schatten van de archeologie, aldus Hupperetz, is immers juist hun eigenzinnige geschiedenis van ónzichtbaarheid. ‘Ze zitten per definitie onder de grond.’ En anders, voegt hij eraan toe, ‘belanden ze al gauw in de depots van overheden en musea’.

‘Bouwplaatsen zijn vindplaatsen – van gouden munt tot glasscherf’

Een stenen kruik vol gouden munten kwam onlangs in Italië tevoorschijn: eeuwenlang had deze schat zich aan het oog onttrokken, tot het goud oplichtte bij de sloop van een historisch theater dat moest wijken voor nieuwbouw. Niet dat een miljoenenvondst uit de Romeinse tijd exemplarisch is voor de dagelijkse archeologie, maar de condities waaronder deze munten werden gevonden zijn dat wel. ‘Bouwplaatsen zijn vindplaatsen’, zegt Hupperetz. ‘In Nederland wordt bij nieuwbouw sinds het verdrag van Malta (1992) stelselmatig en ook op basis van wetgeving gekeken wat er in de grond zit. Daar worden archeologische bedrijven voor ingeschakeld. Nu de economie en de bouw weer aantrekken vormen deze bedrijven een belangrijke partij in de archeologie. Naast professionele erfgoedinstellingen als musea en de grote groep vrijwilligers, zijn zij de derde in het verbond. Alles wat uit de grond komt moet worden bekeken, gezeefd, gewassen, gesorteerd. In dat proces kunnen professionals en vrijwilligers elkaar aanvullen. De ArcheoHotspots maken dit werkproces zichtbaar en zorgen ervoor dat we het kunnen delen.’

Kinderen Universiteitsdag 2018. Foto: Monique Kooijmans

Kinderen Universiteitsdag 2018. Foto: Monique Kooijmans

Museumpubliek en vrijwilligers dragen ter plekke letterlijk een steentje bij aan het archeologisch onderzoek, door het ordenen van scherven, kledingfragmenten, lakzegels en andere kleine vondsten, tot druivenpitten aan toe. Vaak zijn het restanten uit een vroegere beerput, ‘materiaal dat sowieso al kapot is en waar dus weinig mee mis kan gaan’, zoals Hupperetz zegt, ‘terwijl het wel veel oplevert. Bezoekers treffen elkaar alsof ze rond de keukentafel zitten, in een informele setting, waar ze veel opsteken uit de gesprekken onderling en met de opgeleide vrijwilligers. Professionals hebben zelden tijd voor kennisoverdracht op dit niveau, die schrijven rapporten en maken tentoonstellingen; ze moeten leveren en deadlines halen. Onze getrainde vrijwilligers voeren wel dat gesprek en delen zo hun kennis en passie – dát is de sleutel van het succes.’

‘Een oefening in kijken: ons bodemarchief is rijker dan je verwacht’

ArcheoHotspots Utrecht tijdens Culturele Zondag 2016. Foto: Universiteitsmuseum Utrecht

ArcheoHotspots Utrecht tijdens Culturele Zondag 2016. Foto: Universiteitsmuseum Utrecht

‘Een oefening in kijken’, noemt Hupperetz deze ontmoetingen rond de tafel met vondsten, waarbij het publiek zelf ‘het verleden kan aanraken’. Hupperetz: ‘Als je er goed op let is ons bodemarchief veel rijker dan je verwacht. De vondsten komen overal vandaan en beslaan het hele spectrum. Over gouden munten gesproken: wij kennen een grote groep mensen die met metaaldetectoren de bodem afspeuren. Zij weten ons te vinden als vraagbaak en andersom proberen wij de koppeling te versterken tussen deze groep en de archeologische wetenschappers. Sinds enkele jaren loopt er een onderzoeksproject via de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek dat heet PAN, afkorting van Portable Antiquities of the Netherlands, dat zich speciaal richt op munten, kledingspelden of gespen en andere kleine vondsten die vaak door metaalspeurders in privébezit zijn verzameld. De ArcheoHotspots willen nog meer gaan fungeren als een loket tussen beide.’

In vier jaar tijd zijn de ArcheoHotspots een prijswinnend concept gebleken: in de Nacht van de Geschiedenis 2017 kregen Wim Hupperetz en landelijk projectleider Marjolein Woltering de Grote Archeologieprijs uitgereikt in het Rijksmuseum, voor de vertaling van archeologie naar een groot publiek.

Hupperetz: ‘Dit succes is te danken aan een proces van langere adem plus het onmisbare begrip voor die dynamiek bij belangrijke fondsen zoals het Mondriaan Fonds. De investeringen in ArcheoHotspots via het Mondriaan Fonds zijn publieke investeringen die rechtstreeks ten goede komen aan het publiek zelf, via een ‘participatieve dialoog’, zoals wij het noemen, intensieve contacten tussen alle betrokkenen, landelijk en lokaal. Achter de schermen is daarmee veel tijd en inzet gemoeid. Dankzij de bevestiging en het vertrouwen van de fondsen kunnen we investeren in groei. Zo openen binnenkort de twee nieuwe ArcheoHotspots. In Lelystad opent ArcheoHotspot Batavialand en in Heerlen opent in het Romeins Kwartier ArcheoHotspot De Vondst, een samenwerking van de gemeente, de provincie Limburg en Restauratieatelier Restaura. Het zuidelijkste deel van Nederland krijgt daarmee eindelijk ook een permanente ArcheHotspot, waar iedereen het verleden van Limburg kan bekijken, aanraken en onderzoeken.’