interviews

‘Achteraf klinkt het simpel, maar het was als het najagen van een droom’

Saskia van Kampen-Prein bij 'Again the Gemini are in the Orchard' van Leonora Carrington in Museum Boijmans van Beuningen Saskia van Kampen-Prein bij 'Again the Gemini are in the Orchard' van Leonora Carrington in Museum Boijmans van Beuningen

Een wit paard licht op in de droomtuin van Leonora Carrington. Met gestrekte hals stapt ze door het groen, naar een poort weg uit de binnenhof. Het paard duikt vaker op in Carringtons schilderijen; het zou heel goed haar alter ego kunnen zijn, vertelt Saskia van Kampen-Prein, conservator moderne en hedendaagse kunst bij Museum Boijmans Van Beuningen. Carrington werd geboren in Engeland, maar na haar omzwervingen en vlucht uit Europa in de Tweede Wereldoorlog maakte ze naam als kunstenaar in Mexico. Van Kampen-Prein straalt, staande naast het schilderij. Het is uniek in de Collectie Nederland. Bovendien is de nieuwe aanwinst een sleutelstuk uit 1947, een vruchtbare periode, waarin Carrington erkenning begon te krijgen in Mexico en toewerkte naar een solotentoonstelling in New York. ‘Het was nu of nooit’, zegt Van Kampen-Prein, want: ‘Carringtons werk is mikpunt van een inhaalslag, samen met dat van andere vrouwelijke surrealisten die in de kunstgeschiedenis en in publieke verzamelingen door mannelijke collega’s zijn overschaduwd.’

Menig museum zal jaloers zijn: van Londen tot New York; van Chicago tot Edinburgh wordt op haar werk geaasd. In Madrid opent volgend jaar een solotentoonstelling die zal gaan reizen. Minstens zo belangrijk is echter dat Carrington (1917-2011) in Rotterdam voorgoed het spotlicht krijgt dat haar toekomt als medespeler tussen kunstenaars als René Magritte, Salvador Dalí, Max Ernst en Giorgio de Chirico. In de verzameling surrealisme waarmee Boijmans zich op wereldniveau profileert was tot voor kort, zoals Van Kampen-Prein memoreert, slechts een handvol werken aanwezig van vrouwelijke surrealisten. Bijvoorbeeld een schilderij van Meret Oppenheim, die vooral bekend is van haar met bont beklede kop en schotel. ‘Maar er moest meer zijn. Waar en van wie?’ Dat vroeg ze zich af toen ze zich rond 2010 ging verdiepen in de kerncollectie surrealisme, die zo’n honderdvijftig werken telt van kunstenaars in de kring rond pionier André Breton.

Tovenares in een magisch landschap

Eerste resultaat: ‘Een cluster vrouwelijke surrealisten, in 2017 op het overzicht Gek van surrealisme. Eileen Agar, Dorothea Tanning en Leonora Carrington waren erbij: nooit eerder in Nederland tentoongesteld. Achteraf klinkt het misschien simpel, een rijtje namen, maar alleen al het terugvinden van Carrington was een krachttoer, als het najagen van een droom. De Scottish National Gallery of Modern Art in Edinburgh en de Hamburger Kunsthalle waren onze partners in crime, en toch konden we haar belangrijkste stuk, The Giantess, uiteindelijk alleen in Rotterdam laten zien. Boijmans was de laatste locatie: dat gaf ons extra tijd om ons vast te bijten en door te blijven zoeken. Het werk is vooral verspreid als privébezit in Mexico. Dat betekent ook: kostbare transporten.’ The Giantess, de reuzin, die net als de nieuwe aankoop uit 1947 stamt, was één van de Carringtons die Van Kampen-Prein op Gek van surrealisme kon introduceren: een goudblonde vrouw, die als tovenares tussen grote vogels staat, terwijl ze in haar verfijnde handen een ei koestert. In het landschap aan haar voeten krioelen wezentjes die doen denken aan Hieronymus Bosch, alsof ze zo uit de Tuin der Lusten gekropen zijn – het grote drieluik uit 1490, dat in het Prado Museum in Madrid hangt.

Leonora Carrington, The Giantess, circa 1947. Collectie Miguel S. Escobedo, Mexico, © Pictoright Amsterdam 2017

Leonora Carrington, The Giantess, circa 1947. Collectie Miguel S. Escobedo, Mexico, © Pictoright Amsterdam 2017

‘Zijn werk was een spiegel voor Carrington,’ aldus Van Kampen-Prein. ‘Net als voor de surrealistische collega’s. Het is mooi dat ze nu samenkomen, want Bosch is in de Boijmans-collectie ook sterk aanwezig. Hij wordt door velen gezien als één van de grote voorvaderen van het surrealisme. Carringtons eigen beeldtaal is meteen herkenbaar, met autobiografische toespelingen die sterker zijn dan bij haar mannelijke collega’s, maar die opgaan in een magische wereld. Die is duidelijk één met haar surrealistische omgeving. Op de International Surrealist Exhibition in Londen, in 1936, had ze Max Ernst leren kennen, haar grote liefde. Met hem ging ze naar Parijs, waar hij van zijn vrouw is gescheiden, en reisden ze door naar Zuid-Frankrijk. Maar in die rampzalige jaren van de Tweede Wereldoorlog zijn ze uit elkaar gedreven en is Carrington via Spanje en Portugal naar Mexico gevlucht. Max Ernst had de vogel Loblob als alter ego; Carrington het witte paard. Het blijft me eerlijk gezegd verbazen dat bij de collectievorming in het verleden zo langs haar werk heen kon worden gekeken.’

Again the Gemini are in the Orchard heet het schilderij dat Boijmans pas recent in het vizier kreeg en aan de collectie heeft kunnen toevoegen. Opnieuw zijn de tweelingen in de boomgaard: de vertellende en raadselachtige titel is in stijl met Carringtons hele oeuvre. Behalve kunstenaar, was zij ook schrijver en dichter. Haar korte verhalen verschenen vorig jaar in Nederlandse vertaling. Een zelfportret met wit paard en zwevend wit hobbelpaard siert het omslag.

Leonora Carrington, Alle verhalen, 2018. Uitgeverij: Orlando

Leonora Carrington, Alle verhalen, 2018. Uitgeverij: Orlando

Diepere lagen tevoorschijn schrapen – een typisch surrealistische techniek

Het schilderij in Museum Boijmans Van Beuningen, met olieverf op paneel, is het toneel voor een veelvoud van ragfijne figuren: een mystieke ontmoeting van planten, mensen, dieren en geesten. Carrington maakte het kort na de geboorte van haar tweede zoon, vertelt Van Kampen-Prein. Beide kinderen kregen een rol in het werk. Ze zitten aan de rand van een bloembed, zaaiend, als kleine tuiniers. Er doemen nog meer tweelingen op in het schilderij, zoals een paar spookachtige gestalten in lange gewaden, smoezend en gebarend. ‘Alles is geladen’, zegt Van Kampen-Prein, ‘zonder dat je het helemaal kunt lezen. In Engeland begreep niemand wat zij deed, maar in Mexico valt alles op zijn plaats.’ André Breton, pionier van het surrealisme, vond Mexico ‘het meest surrealistische land ter wereld.’ Van Kampen-Prein wijst op de bomen die hoog oprijzen achter de binnentuin. Hun kruinen en stammen zijn houterig van textuur, ze liggen bijna als nerven in het schilderij. ‘Het is zo mooi dat je in haar werk prachtige technieken terug ziet komen, die ze nog van Max Ernst heeft geleerd. Grattage, het wegschrapen van natte verflagen, was een typisch surrealistische techniek, waarbij het toeval een belangrijke rol speelt en waarbij afdrukken konden worden verkregen van voorwerpen die onder het schilderdoek lagen.’

Niet alleen het kunstwerk zelf, maar ook de herkomstgeschiedenis is bijzonder. Speciaal de eerste eigenaar spreekt tot de verbeelding. Het schilderij was nog maar pas voltooid, toen het al werd aangekocht door de steenrijke Brit Edward James. Hij was dichter, uitgever en kunstenaar, maar ook één van de invloedrijkste verzamelaars en opdrachtgevers van surrealisten – mannen én vrouwen, van meet af aan. In het Mexicaanse regenwoud legde hij met de lokale bevolking een surrealistische beeldentuin aan: Las Pozas. Twee figuren in Carringtons schilderij, pilaren die op mensen en op planten tegelijk lijken, zouden er zo in passen. Carrington heeft ook daadwerkelijk schetsen voor de tuin gemaakt, die echter nooit zijn uitgevoerd. Boijmans wijdde een apart hoofdstuk aan James’ rol als mecenas op de tentoonstelling Gek van surrealisme. Het museum en hij hebben een band die ver terug gaat. ‘Toen hij in de jaren 1970 tot tweemaal toe een impuls aan zijn surrealistische tuin wilde geven,’ vertelt Van Kampen-Prein, ‘en een school wilde opzetten waar allerlei ambachten geleerd konden worden, benaderde hij het museum met de vraag of het stukken van Salvador Dali en René Magritte uit zijn collectie wilde kopen. Deze topstukken zijn tot de kernverzameling surrealisme gaan behoren. Again the Gemini are in the Orchard hield James tot aan zijn overlijden in 1984 in bezit –een blijk van ware liefde. Daarna is het doorverkocht en kwam het opnieuw in privébezit.’

Leonora Carrington, Again the Gemini are in the Orchard, 1947, olieverf op paneel, 91 x 60 cm, Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam

Leonora Carrington, Again the Gemini are in the Orchard, 1947, olieverf op paneel, 91 x 60 cm, Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam

Van Kampen-Prein: ‘We zijn intussen gespitst op Carringtons werk, maar dan nog is het ontzettende mazzel dat we dit sleutelwerk hebben gevonden én het konden aankopen. Dat was ondenkbaar geweest zonder steun van een aantal particulieren met een fonds op naam en enkele grote publieke fondsen. Het Mondriaan Fonds heeft met de Bijdrage Incidentele Aankopen een voortrekkersrol gespeeld. Je kunt wel zeggen dat de aanwinst logisch volgt uit onze continue aandacht voor het surrealisme, via onderzoek, tentoonstellingen en de bestandscatalogus Een Droomcollectie uit 2017, want het is een vrucht van langdurige ontwikkeling en verdieping, maar: het bijeen brengen van fondsen is een puzzel op zichzelf. Dat het is gelukt, is een droom die werkelijkheid is geworden.’

‘Again the Gemini are in the Orchard’ van Leonora Carrington was tot en met 26 mei te zien bij Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam en zal tijdens de verbouwing de komende jaren een prominente rol krijgen in tentoonstellingen binnen en buiten Nederland.

De aankoop werd gedaan met steun van Mondriaan Fonds, Vereniging Rembrandt (mede dankzij het Desirée Lambers Fonds), BankGiro Loterij, Stichting Fonds van Rede, Stichting Museum Boijmans Van Beuningen, Prins Bernhard Cultuurfonds (mede dankzij het Breeman Talle Fonds) 2019.