interviews

De Verdwijnende Trap in Utrecht: een groene loper voor mens, plant en dier

Birthe Leemeijer op haar 'Vanishing Staircase'. Foto: Lighthouse Productions | Dirk Verwoerd Birthe Leemeijer op haar 'Vanishing Staircase'. Foto: Lighthouse Productions | Dirk Verwoerd

‘Het Zocherpark is in Utrecht voor iedereen een vertrouwde oase, omdat het zich kilometers door het centrum uitstrekt. Het is een singelplantsoen. Als je door de binnenstad gaat kom je er vanzelf langs of doorheen. De Verdwijnende Trap van Birthe Leemeijer geeft extra reliëf. En wat zo mooi is: op afstand is het anders dan van dichtbij. De treden lopen uit het water naar het wandelpad en dan omhoog tot het Centraal Museum, zonder dat er echt een doorgang is, tot aan de zijgevel. Van de overkant geeft dat het idee van een bordes, met grandeur, maar dichterbij is de trap juist heel aantrekkelijk als trefpunt. Joggers rennen over het pad dat er dwars doorheen loopt en stoppen er soms; kinderen klimmen eroverheen, mensen wandelen er met hun lunchpakketje naar toe en honden gaan uit de singel te drinken. De trap verdwijnt in het water en de museummuur, maar is ook een ecologisch kunstwerk, dat uiteindelijk onder het groen verdwijnt. Tussen de voegen hebben we plantjes uitgezet, die nu beginnen op te komen: muurleeuwenbek, vetplantjes zoals tripmadam en verschillende soorten varens.’

Harmke van Dam is biologe en één van de bewoners uit de stad met een waakzaam oog voor de wisselwerking tussen water en land. In de Initiatiefgroep Vergroening Singel zet zij zich in voor gezonde oevers in Utrecht. De singel in het Zocherpark was door een vernieuwing met betonnen randen van de omgeving afgesneden geraakt, vertelt Van Dam. ‘Kleine eenden en honden konden niet meer in of uit het water komen; oeverplanten waren kansloos. De Verdwijnende Trap verbetert die verbinding. Als groene loper voor planten, dieren en mensen is het een kruising van natuur en cultuur. Dat is ook waar wij op uit waren.’

Birthe Leemeijer, Vanishing Staircase, 2018. Foto: Lighthouse Productions | Dirk Verwoerd

Birthe Leemeijer, Vanishing Staircase, 2018. Foto: Lighthouse Productions | Dirk Verwoerd

‘Het kunstwerk voegt zich als een eigentijdse folly naar het oude stadpark’

De havenmeester, waterschap, afdelingen voor erfgoed, groenbeheer, stedenbouw en monumenten – er ging tijdrovend overleg met alle mogelijke partijen vooraf aan de wording van Vanishing Staircase, zoals het kunstwerk officieel heet. Het ontstond in opdracht van de gemeente Utrecht, met een Bijdrage Opdrachtgeverschap van het Mondriaan Fonds. Ondanks alle overleg is het een rechtstreeks antwoord op een vraag van de binnenstadbewoners zelf. Van Dam: ‘Toen wij met de gemeente in gesprek raakten over de verbetering van oevers in het Zocherpark, stelden wij een kunstwerk voor. Het idee van Birthe Leemeijer werd meteen goed ontvangen. Het voegt zich naar de omgeving, heel belangrijk, want het singelplantsoen is een Rijksmonument, van landschapsarchitect Zocher. Het is een oud Nederlands stadspark, exemplarisch voor de 19e eeuw. De trap herinnert aan folly’s, wonderlijke bouwsels zoals nepruïnes, die toen populair waren in tuinen en parken. De treden zijn van travertin, een kalkhoudende natuursteen, waar de planten het goed op doen. Alles moest met de boot over de singel worden aangevoerd, travertin én bouwmachines, want je kunt niet zomaar met zwaar materieel door dit oude park banjeren. Maar de monumentencommissie gaf alle ruggensteun, omdat de trap hier past als een eigentijdse folly.’

Kunst of architectuur, een historisch decor of een actuele ingreep? Op het eerste gezicht kan het allemaal en die kameleontische wisselwerking maakt Vanishing Staircase extra bijzonder, vindt Van Dam. ‘Er zit een kanteling in het beeld, trouwens ook letterlijk: alsof de trap is omgevallen. De treden hellen naar achteren. Daardoor raakt je een beetje uit balans als je erover loopt. Dat vervreemdende karakter past bij kunst en toch is dit een folly met een functie. Het werk voegt voor iedereen iets aan het park toe en verandert met de seizoenen mee.’ Vanishing Staircase is een kunstwerk op de groei. Van Dam: ‘Met de zomer wordt het uitbundiger. Hoe de ecologie zich ontwikkelt zal nog blijken. Dat vindt Birthe als kunstenaar denk ik ook aantrekkelijk aan buitenkunst: het leeft.’

Birthe Leemeijer, Vanishing Staircase, 2018. Foto: Lighthouse Productions | Dirk Verwoerd

Birthe Leemeijer, Vanishing Staircase, 2018. Foto: Lighthouse Productions | Dirk Verwoerd

De omgevallen trap als voorbode van een nieuwe rangorde

‘Het magische aan deze plek’, zegt Birthe Leemeijer zelf over haar werk in Utrecht, ‘is dat er werelden in samenkomen. De aanleiding was al bijzonder, met de vraag naar een schakel in het ecologische proces, maar verder was de opdracht open. Ik kon vrij een locatie kiezen in het Zocherpark en een spel spelen met de ruimte. Deels werkt de trap in de geest van Zocher zelf. Er staan bomen van meer dan honderd jaar oud, uit zijn tijd, maar vreemd genoeg, zoals ik ontdekte toen ik me verdiepte in zijn erfgoed, ontbrak de relatie tussen natuur en architectuur die hij vaak opvoerde. Terwijl: het Centraal Museum staat hier. Als kunstenaar kan ik daar niet omheen. Voor mij telt de wisselwerking met het water, maar die met het museum niet minder: in hoeverre is de kunstmatige museale biotoop deel van de wereld rondom? Het museum staat met zijn rug naar het park; slechts één raam in de zijgevel geeft uitzicht op de natuur, binnen is verder overal kunstlicht. En museale klimaatbeheersing is eerder op kunstwerken dan op mensen gericht, laat staan op planten. Het raam in de zijgevel is nu de locatie waar de trap op uitkomt, de koppeling tussen kunst en natuur. Ook voor bezoekers in het museum. Zelf kijk ik heel graag door museumramen naar buiten; ik denk dat de trap hier het zicht op de buitenwereld verbijzondert.’

   

Vanishing Staircase klinkt poëtisch, maar misschien ook kritisch, op verandering gericht. Leemeijer: ‘Een museumtrap is een fenomeen. Traditiegetrouw tilt zo’n trap je naar de hoge kunsten. Die hiërarchie is in onze tijd wel gekanteld. Drempels zijn weggehaald voor de toegankelijkheid van een zo groot mogelijk publiek. Soms moet je zelfs afdalen naar de kelder voor een collectiepresentatie. De omgevallen trap verbeeldt hiërarchieën die in onze samenleving  her en der aan het verdwijnen zijn. Toen ik het Centraal Museum vertelde over mijn plannen haalden ze opgelucht adem, want bij de verbouwing die in 2016 is afgerond wilde ze een doorgang naar het park maken, wat vanwege de beveiliging uiteindelijk niet kon. Nu is tenminste het uitzicht gemarkeerd. De bijdrage van het Mondriaan Fonds heeft dat gebaar op deze schaal mogelijk gemaakt. Over hiërarchie gesproken: de bijdrage is ook een bevestiging van kunst in de openbare ruimte. Daar kleeft onterecht een status aparte aan; een achterhaald idee van tegenstelling tussen autonome en toegepaste kunst. Wanneer kunst door een museum wordt aangekocht, bepaalt het museum voortaan de context van dat werk en ook of het in het depot verdwijnt, al dan niet. Buiten het museum formuleer ik in een samenspel bij voorbaat de condities. Dat de trap ook een eigen leven leidt, is misschien een voorbode van een nieuwe rangorde tussen cultuur en natuur, gelijkwaardiger voor mensen, dieren en planten.’