interviews

‘Kunst en erfgoed zijn een handleiding voor onszelf’

Eelco van der Lingen. Foto: Hein van Liempd Eelco van der Lingen. Foto: Hein van Liempd

Waarin zit ‘m de aantrekkingskracht en het belang van deze functie, als directeur van het Mondriaan Fonds, voor jou?

‘Culturele belangen behartigen doet ertoe. Het Mondriaan Fonds is een vooruitstrevend instituut. De faciliterende, opiniërende en inspirerende rol die het vervult neem ik graag op me. Als oprichter van Nest in Den Haag en conservator moderne en hedendaagse kunst in het Fries Museum heb ik ook steeds in de voorhoede van de kunst gewerkt; de stap naar het Mondriaan Fonds zie ik in het verlengde daarvan,’ vertelt Eelco van der Lingen, die eind 2018 werd benoemd tot opvolger van Birgit Donker en op 1 maart 2019 begint.

‘Als conservator in Leeuwarden en eerder als curator en directeur in Den Haag stond ik met mijn voeten in de modder, of, met andere woorden: met alle plezier naast de kunstenaars en andere makers in het veld. Je kunt als tentoonstellingsmaker geweldige klappers tot stand brengen, maar er is ook ruimte om te falen. Het fonds vertegenwoordigt als partij boven de partijen noodzakelijkerwijze juist een uitgebalanceerde positie, zeer weloverwogen. Door mijn werk als commissielid en voorzitter van adviescommissies bij het fonds ben ik inhoudelijk verregaand vertrouwd met de belangen waar het Mondriaan Fonds als grootste publieke stimulator voor kunst en erfgoed voor staat. Ik vind het een eer die belangen samen met het team te kunnen behartigen en uitdragen, misschien zelfs er nog iets aan toe te kunnen voegen. Op basis van alle gesprekken rond de benoeming denk ik dat dit wederzijds inspirerend zal zijn, zowel voor mezelf alsook voor het fonds en dat wat het representeert op gebied van kunst, erfgoed en publiek. Gevoegd bij het vertrouwen van de organisatie waar ik mee ga samenwerken, maakt dit de sprong uitdagend en tegelijk vanzelfsprekend.’

Je bent sterk thuis in de wereld van de moderne en actuele beeldende kunst. Het Mondriaan Fonds omvat ook cultureel erfgoed. Hoe zie je deze combinatie?

‘Cultureel erfgoed en beeldende kunst zijn nauw aan elkaar verbonden. Ik beschouw ze als handleiding tot onszelf. Erfgoed laat zien waar we vandaan komen; beeldende kunst reflecteert op het heden en biedt ons mogelijke perspectieven voor de toekomst. Als publiek staan wij tussen beide in. De verbinding tussen die twee: dat zijn wij zelf.’

Je vertelde bij de bekendmaking van je benoeming dat je graag wilt realiseren dat nog meer mensen zich betrokken gaan voelen bij het fonds en bij beeldende kunst en cultureel erfgoed; dat het onderscheid tussen ‘wij’ en ‘zij’ verdwijnt. Bij het verruimen van reikwijdte is dit een belangrijk streven. Hoe wil je dit realiseren?

‘Als je kijkt naar de makers en het publiek op het gebied van kunst en erfgoed valt er zeker winst te behalen. Dat is geen kwestie van modieuze politiek correcte etikettering of een wens die voortkomt uit de beleefde gedachte dat dat zo hoort, maar een kernwaarde. Het streven recht te doen aan uiteenlopende ervaringen van kunst en cultureel erfgoed is een noodzakelijk goed. Jezelf actief verplaatsen in een ander, verschillende perspectieven opzoeken, je daarvoor openstellen en ze toelaten brengt een verrijking van culturen met zich mee.

‘Het slechten van grenzen tussen ‘wij’ en ‘zij’ ligt me na aan het hart. Zaalteksten als introductie op tentoonstellingen en bij afzonderlijke kunstwerken hanteren vaak een meervoudsvorm, maar lang niet iedereen herkent zich daarin. Als ‘wij’ over onze geschiedenis en kunstgeschiedenis spreken en het hebben over de manier waarop ‘wij’ ernaar kijken, is het goed daarbij te bedenken wie door die meervoudsvorm al dan niet worden geadresseerd of omarmd.

‘Het Mondriaan Fonds heeft eind 2016 het essay Het geëmancipeerde museum gepresenteerd van Steven ten Thije, conservator van het Van Abbemuseum in Eindhoven, vergezeld door een debat over mogelijke manieren waarop een museum een divers publiek kan bereiken. Kunstenaar Charl Landvreugd wees er bij deze gelegenheid op dat het goed is je te realiseren dat niet alleen musea gezichtsbepalend zijn voor de kunst, maar dat hun rol er één is tussen vele bronnen van inspiratie; van kringen in en om de kunst die er evenzeer toe doen. Daarbij liet hij voorbeelden zien, die, los van de geijkte instituten, bronnen van inspiratie waren voor hemzelf om zich als kunstenaar te ontwikkelen, zoals een projectie van bewegende silhouetten uit de videoclip Deep in Vogue van Malcolm McLaren. Zowel het essay dat Steven ten Thije op uitnodiging van het Mondriaan Fonds schreef als de gedachtewisseling erover dragen bij aan bewustwording; dat is een mooie manier om het onderwerp op de agenda te zetten en de aandacht ervoor te vergroten en dat verdient een concreet vervolg. Hoe? Door dit onderwerp en het belang ervan blijvend onder de aandacht brengen, kunst en erfgoed in heel hun veelheid aan perspectieven te faciliteren en het beleid daarop af te stemmen.’

Pluriformiteit is bij het fonds een vooraanstaand thema, ook als het gaat om regionale spreiding. In 2018 zijn de vier regiomakelaars herbenoemd, die in 2017 zijn aangesteld om een stimulerende rol te vervullen bij het bereiken van aanvragers, opdrachtgevers en adviseurs in het land. Regiomakelaar uit het noorden Andrea Möller schreef onlangs een blog met als titel Kom je nu hé-le-maal uit Friesland?? op de website van het fonds, over ‘de mentale kaart’ en het gevoel dat de afstand voor Randstedelingen naar elders vaak groter is dan andersom. Jij woont in Den Haag, maar werkte het afgelopen jaar in Leeuwarden. Herken je je in deze mentale kaart? Heeft je baan als conservator bij het Fries Museum je blik veranderd?

‘Hahaha, ja, de vraag is vaak onvermijdelijk als je in het Westen bij vergaderingen aanschuift: kom je nu helemaal uit het Noorden? Alsof je van zo ver kwam dat je eigenlijk in een bontjas gehuld moest gaan. Ik vond het heel leerzaam in Friesland te werken en zelf te kunnen meemaken hoe de ‘mienskip’, de gemeenschapszin die spreekwoordelijk van belang is, contouren kreeg. Wat me daarin boeide, was de rol die kunst en cultuur tussen mensen vervult. Ik kwam een keer vast te zitten in het verkeer bij Oudebildtzijl, een dorp van maar een kleine zevenhonderd inwoners, omdat er voorrang werd gegeven aan een optocht met praalwagens rond het thema Amerika, waarin kinderen verkleed gingen als Kennedy of Monroe, alles op en top uitgevoerd, ver voorbij sympathiek knutselwerk. Bij navraag in het museum hoorde ik dat veel dorpen zo’n jaarlijkse optocht kennen en dat het feesten zijn waarbij vrijwel iedereen is betrokken. Er is consequent aandacht voor volkscultuur. En zonder dat je daar eenzijdig de blik op moet richten: grenzen tussen verschillende uitingen van kunst en cultuur zijn vaak wel fluïde.

‘Om een voorbeeld uit eigen praktijk te noemen: kunstenaars laten zich in het Fries Museum inspireren door de Hindelooper Kamer, een stijlkamer die als typisch Nederlands en in het bijzonder Fries te boek staat, maar waarin oer-Hollandse meubels samenkomen met decoratief schilderwerk uit Zweden, porselein uit China, aardewerk uit Japan en textiel uit India, in een mix van kunsten en ambachten. Friese zeekapiteins hebben in de 17e eeuw spullen van over de hele wereld meegebracht van hun handelsreizen, die hier een eigen setting kregen. Minister Ingrid van Engelshoven schrijft over deze stijlkamer in haar visiebrief uit 2018 over kunst en cultuur, als voorbeeld van onze veelvoudige identiteit. In februari opent de solotentoonstelling van Éric Van Hove die een vergelijkbaar spel met identiteiten opvoert, als in een rijm op deze stijlkamer.

Éric Van Hove, D9T, 2015. Collectie Fries Museum, Leeuwarden. Verworven met steun van het Mondriaan Fonds, de BankGiroLoterij en de Vrienden van het Fries Museum. Foto: Lieven Geuns. Courtesy Eric Van Hove/Copperfield Gallery

Éric Van Hove, D9T, 2015. Collectie Fries Museum, Leeuwarden. Verworven met steun van het Mondriaan Fonds, de BankGiroLoterij en de Vrienden van het Fries Museum. Foto: Lieven Geuns. Courtesy Eric Van Hove/Copperfield Gallery

‘Van Hove is in 1975 in Algerije geboren, is opgegroeid in Kameroen en heeft in Brussel en Japan gestudeerd. Op de biënnale van Marrakesh in 2014, waar ik zijn werk heb leren kennen, brak hij internationaal door. Interessant in dit verband was ook de gedachtewereld van Abdelkader Damani, die datzelfde jaar curator was van de Biënnale van Dakar, en die het westerse concept van kunst, dat uitgaat van een aparte, veelal museale ruimte voor kunst, in de Afrikaanse context als onlogisch beschouwde, omdat in zijn ogen de kunst zich ter plekke vooral afspeelt tussen mensen, op straten, kruispunten en pleinen; plekken waar mensen zich sociaal tot elkaar verhouden. Maar ook binnen het museum kan de verbintenis verder worden opgevoerd. In Leeuwarden zal Éric van Hove kunstwerken laten zien die een relatie leggen met de Friese omgeving. De impact van wereldhandel komt daarin naar voren, evenals het belang van ambachten, met materiaal overal vandaan: glanzend hout, blinkend koper, geslepen parelmoer. Samen met internationale handwerkers heeft hij het motorblok gereproduceerd van een bulldozer, de Caterpillar D9, die voor het bouwen van infrastructuur in ontwikkelingslanden is ingezet maar ook bij het breken van opstanden en daardoor symbool is geworden van opbouw, zowel als onderdrukking. Dit werk toont een relevant perspectief op de Friese geschiedenis van wereldhandel en ambachten én is een aanvulling op de postkoloniale canon in de Collectie Nederland.’

Met haar visiebrief Cultuur in een open samenleving waar je zojuist naar verwees sprak minister Van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in 2018 haar waardering uit voor de maatschappelijke betekenis van kunst en erfgoed. Het kabinet besloot tot een extra investering van bijna 5 miljoen euro voor de periode tot en met 2020. Wat dat betreft is het tij op dit moment, nu je directeur wordt van het Mondriaan Fonds, gunstig voor erfgoed, kunst en fonds. Hoe zie je jouw rol in deze politieke en bestuurlijke context?

‘Het Mondriaan Fonds heeft de voorgaande jaren een mooie ontwikkeling doorgemaakt. Ondanks de enorme bezuinigingen heeft het de fusie van Mondriaan Stichting en Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst sterk doorstaan en heeft het met Birgit Donker als directeur en pleitbezorger een grotere zichtbaarheid en relevantie in het veld gekregen. Ik zal niet zoveel bloggen als zij. Wel zal het fonds van zich doen spreken, door het signaleren van tendensen, aandacht te vestigen op actuele ontwikkelingen en daar beleid op te maken. Je kunt zeggen dat het tij gunstig is, en zeker: economisch gaat het beter, maar een actieve maatschappelijke dialoog over het belang van kunst en cultuur blijft gewenst en hoognodig. De vernieuwingen die in het hart van de hedendaagse kunst huizen zullen bij conservatieve krachten altijd op weerstand stuiten. Dat is ook goed. Maar de balans mag nooit doorslaan ten koste van de kunst. Kunst vervult een eigen waarde in de relatie tussen makers, instituties, politiek en een publiek dat niet alleen uit professionals, maar ook uit geïnteresseerde nieuwe generaties kijkers bestaat. Bij het versterken van al die relaties, voorbij het geijkte denken over ‘wij’ en ‘zij’, zie ik een voortrekkersrol voor het Mondriaan Fonds.’