interviews

Levensgrote huiden paarsgewijs aan de muur, los van de westerse maat

Hadassah Emmerich Hadassah Emmerich

‘De belofte van iets dat buiten zijn oevers treedt, een sensualiteit met exotische toespelingen, los van de Nederlandse maat waarin alles bijtijds wordt teruggesnoeid, of misschien zelfs de Westerse maat, daar wordt het voor mij interessant. Daar kan ik een spanningsveld oproepen dat net zoals de schilderkunst zelf bestaat uit verleidingen.’

Hadassah Emmerich, in 1974 geboren in Heerlen, beschouwt haar werk als een vorm van expanded painting. Haar schilderijen laten de lijst achter zich. Ze groeien uit tot veelluiken, muurschilderingen of ruimtelijke installaties. Natuur en cultuur versmelten hierin met elkaar, onder invloed van de windstreken die haar persoonlijke afkomst kenmerken: Nederlands, Indonesisch, Chinees en Duits. Ze maakt woekerende panorama’s. Lichaamsdelen, gedachtewolken, literaire citaten en abstracte motieven, soms in de stijl van batikprints, vullen elkaar aan. Ze noemt het ‘decoratie met een existentiële inslag’.

Voor het gebouw van de ambassade in Jakarta, Indonesië werkt Emmerich op dit moment in fases aan muurschilderingen die drie verdiepingen beslaan. ‘Spin off van publieke investeringen op het gouden moment’. Ze gebruikt een door haar recent ontwikkelde techniek met sjablonen.

‘Het is een vorm van dubbelspel: obscene abstractie met een schilderkunstige intimiteit’

Begin 2018 kende het Mondriaan Fonds een Projectinvestering Kunstenaar aan Emmerich toe voor onderzoek en het maken van nieuw werk. De uitkomsten waren te zien bij Park, Platform for Visual Arts in Tilburg, op de tentoonstelling Islands in the Stream. Dit was een duo-show met sculpturen van Nadia Naveau naast Emmerichs expanded paintings. Voor het eerst liet Emmerich hier de levensgrote, uit vloervinyl gesneden sjablonen zien die ze de laatste jaren als stempels gebruikt. Ze drukt ze af met olieverf op doek, papier of muur. ‘Ze lagen op zeker moment overal los in het rond in mijn atelier, als afgelegde huiden. Ik heb ze paarsgewijs opgehangen, in de nabijheid van de schilderijen, als versterking van de lichamelijke en sculpturale uitstraling.’

‘Het is een vorm van dubbelspel,’ licht ze toe. ‘De thematiek van exotisme, seksualiteit en het geijkte beeld van vrouwen uit de reclame, maar ook uit de kunst zelf, geef ik een omvorming. Ik deconstrueer en reconstructueer; ontleed en voeg samen. Opgetrokken knieën, geplooide benen, billen en de ruimte ertussen kunnen zich gaan herhalen als zelfstandige fragmenten. Het worden sjablonen zoals in reclame en Pop Art. Obscene abstractie, zei iemand een keer. Dat is mooi gevonden bij mijn werk, tenminste, met de toevoeging dat ik altijd een schilderkunstige intimiteit op het oog heb. Ik vraag me af: hoe kan een schilderkunstige ruimte fysieke nabijheid en diepte oproepen; raken aan een idee van verlangen?’

‘Projectinvestering was doorslaggevende impuls bij technisch avontuur’

De tentoonstelling bij Park liet, achteraf beschouwd, niet minder dan een momentomslag zien. Behalve een autonome installatie, was het werk dat Emmerich hier exposeerde een proefopstelling; een prelude op de monumentale wandschilderingen die ze nu in stadia uitvoert op de ambassade in Jakarta, in opdracht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Emmerich: ‘Sjablonen rechtstreeks printen op de wand, in een institutionele omgeving, is een technisch avontuur. Het gaat om drie etages van elk vijftien meter breed; een schaal die erom vraagt zonder reserves in de ring te springen. Een onmisbare impuls voor überhaupt het lef om, BAF!, dat oppervlak te lijf te gaan, was de projectsubsidie. Want je kunt zo’n ontwikkeling van techniek onmogelijk waarmaken zonder proefnemingen. Een initiatief zoals Park biedt alle ruimte om vrij, niet-commercieel te denken. Dat is wezenlijk iets anders dan samenwerken met een galerie of gevestigd instituut. Met alle risico’s vandien kon ik bij Park voor het eerst de rol van de sjablonen beproeven; de vellen afdrukken, maar ook rechtstreeks aan de muur pinnen. Dat fysieke en expansieve zijn beide verworvenheden van de projectsubsidie; twee kanten van dezelfde munt. Bijzonder is daarbij dat het nieuwe werk in Jakarta ook een vervolg geeft aan de muurschildering die ik er twaalf jaar geleden met spray paint en andere technieken heb gemaakt. Oud en nieuw werk komen op de ambassade in Jakarta samen; je ziet er de vruchten van publieke investeringen in exploraties precies op een gouden moment.’