interviews

Opgelucht ademhalen en jezelf blijven ontwikkelen

Charlotte Schleiffert in portret van Hollandse Meesters in de 21e eeuw. © Interakt Charlotte Schleiffert in portret van Hollandse Meesters in de 21e eeuw. © Interakt

Je eigen zaal in de vaste museumopstelling, dat moet een mijlpaal zijn. Charlotte Schleiffert is het gelukt. Ze kreeg een complete zaal voor haar schilderijen en tekeningen op De Collectie als Tijdmachine, waarmee Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam tot voor kort de internationale verzameling presenteerde, met grootheden als Rembrandt, Van Gogh, Dalí en Kusama. En behalve in haar eigen zaal doemde ze – met dank aan de genereuze keuze van gastconservator Carel Blotkamp – ook nog een deur verder op, tussen tijdgenoten als Erik van Lieshout. Schleiffert noemt het tof, haar optreden solo én in de mix met oude meesters, wereldsterren en generatiegenoten. Toch blijft ze er broodnuchter onder. ‘Collectiepresentaties zijn eervol, maar je kunt er niet van rondkomen. Bij kunstwerken die ooit een keer door het museum zijn aangekocht, blijft de portemonnee verder gesloten.’ De Werkbijdrage Bewezen Talent van het Mondriaan Fonds geldt voor haar als ‘superbelangrijke aanvulling’.

Ook voor kunstenaars van naam en faam, zegt Schleiffert onomwonden, kan een Werkbijdrage hét houvast zijn voor continuïteit van een carrière. ‘Een basisinkomen is teveel gezegd, want je kunt er niet van leven. Ik ben spaarzaam, maar moet het ook aanvullen. Met opdrachten, bijvoorbeeld. Voor de groepstentoonstelling Stad in Zicht die net bij het Stadsarchief Amsterdam is geopend heb ik een tekening gemaakt over de stadsdynamiek, een grote tekening vol kleinere tekeningetjes, vooral van mensen die ik in de Java- en Dapperbuurt zag, waar ze met hun scootmobiel of rollator op pad waren tussen de toeristen overal in de stad, met hun rolkoffer. Zo’n opdracht is fijn. Verder hoop je dat de galerie iets verkoopt op kunstbeurzen of tentoonstellingen thuis. En dat je een vergoeding krijgt voor musea of ergens anders. Gelukkig merk je wel dat honoraria de laatste jaren normaal beginnen te worden. Dat moet ook echt, want het zijn al die beetjes bij elkaar, opdrachten, verkopen én honoraria, die ervoor zorgen dat je kunt rondkomen. Een Werkbijdrage geeft houvast, waardoor je niet steeds in de stress hoeft te schieten. Je kunt opgelucht ademhalen en jezelf blijven ontwikkelen.’

Links: Vancouver aan het IJ, gemengde techniek op papier, 2017, Stadsarchief Amsterdam
Rechts: And it dont stop, 1999, gemengde techniek op papier, ca 320 x 150 cm, Museum Boijmans Van Beuningen

Wraakgodin naast Wilde Jongen

And it don’t stop staat in blikkerende letters op een metershoge figuur uit de Boijmans collectie, die kenmerkend is voor Schleifferts expressieve hoofdrolspelers. Ze zoeken de confrontatie met elkaar en met het publiek. Zo ook deze ridder met het hoofd van een ganstarapper; een combinatie van tekening en collage. Hij poseert als superster, rechtstreeks uit een videoclip of van de catwalk gestapt, zou je zeggen. Met zijn zwaard demonstratief voor het lichaam gekruist en op het lemmet die strijdkreet And it don’t stop, torent hij boven iedereen uit. Zijn van zilverfolie glinsterende harnas is geïnspireerd op Italiaanse sculpturen die Schleiffert zag op een reis door Italië, toen ze in 1999 de Prix de Rome voor schilderen won en renaissancekunst ging bestuderen: beeldhouwwerken van Donatello, Verrocchio en Michelangelo.

Intussen hebben haar reizen en verhuizingen over de hele wereld – Mexico, China, Indonesië – hun sporen nagelaten. Haar werk verschijnt op internationale tentoonstellingen en in de collecties van grote musea, zoals ook het Stedelijk in Amsterdam of Centraal Museum in Utrecht.  Op het overzicht Van CoBrA tot Boorolie waarmee het Stedelijk Museum Schiedam deze zomer de kunstcollectie vanaf de Tweede Wereldoorlog exposeert, hangt De Wilde Jongen (1954) van Karel Appel naast haar Indonesian Woman (2010): een vrouw in een jurk uit de pruikentijd, maar met een Balinees masker als gezicht. Fel staart ze de wereld in, de ogen rood omringd, als wraakgodin uit het koloniale verleden. ‘Ik wil een mix maken van tijden en locaties. Mijn figuren zijn niet altijd even happy met hun leven en dromen van een alternatief. Ze belichamen het verlangen naar een andere wereld.’ Aldus Schleiffert over haar strijdlustige figuren. Man en vrouw, rijk en arm, sterk en zwak, mens en dier vallen bij haar samen: roze geschoeid als Paris Hilton, vervaarlijk gebekt als een T-rex. ‘Overlevers’, noemt Schleiffert ze. Ze personifiëren een kritisch engagement.

Indonesian Woman van Charlotte Schleiffert naast De Wilde Jongen van Karel Appel, Opening Van CoBrA tot Boorolie, Stedelijk Museum Schiedam, foto Aad Hoogendoorn

Indonesian Woman van Charlotte Schleiffert naast De Wilde Jongen van Karel Appel, Opening Van CoBrA tot Boorolie, Stedelijk Museum Schiedam, foto Aad Hoogendoorn

Op de rug van een vogel

Maar sinds deze lente, vertelt Schleiffert, geeft ze alle ruimte aan de meest utopische kant van haar werk. Ze woont tijdelijk in Parijs en bezoekt alle stadsparken die ze fietsend bereiken kan. Voor het eerst sinds de kunstacademie tekent ze buiten, onder de blote hemel: ‘Er zijn drie- of vierhonderd parken hier, misschien meer, soms met hele heuvels en met vijvers als zo groot als meren, en andere met grasvelden vol bloemen, allemaal verschillende soorten, waar je met je tekenspullen tussen kunt gaan zitten. Of juist met strakke gazons waar je geen stap op mag zetten. Het is ontzettend mooi en heel anders dan wanneer je de natuur natekent met je neus in boeken of tijdschriften of op de computer, naar foto’s, wat ik ook eindeloos heb gedaan. Natuurtekeningen maken in de natuur brengt het paradijselijke dichterbij. In het Parc Floral komt zoveel samen: oeroude bomen naast bloemen naast cactussen naast botanische kassen vol tropische planten. Het enige wat er buiten aan ontbreekt zijn de naakte vrouwen die bij mij op papier wel overal rondlopen.’

Charlotte Schleiffert, Zonder Titel, 2019, gemengde techniek op papier, ca 50 x 65 cm, courtesy Galerie Akinci

Charlotte Schleiffert, Zonder Titel, 2019, gemengde techniek op papier, ca 50 x 65 cm, courtesy Galerie Akinci

De vrijheid en het opgaan in de natuur van deze vrouwen is als een droomachtig visioen. Zorgeloos, zonder schaamte. Schleifferts naakten zijn maar klein. Ze zijn in schaal verwant aan de bloemen, insecten of kikkers en padden waarmee ze ronddarren. Ze stappen zo op de rug van een vogel. Schleiffert: ‘Het ziet er speels uit, zoals het leven zou moeten zijn, misschien. Of zoals je zou willen dat het was; in een betere verstandhouding met de natuur. Ik teken een fantasiewereld, maar zie het utopische helemaal niet als tegengesteld aan het kritische. Het gaat over het vangen van idealen, over onze omgang met de natuur en de erkenning van de natuur.’

Op de groepstentoonstelling De vrouwelijke blik die deze weken bij Museum De Buitenplaats in Eelde is te zien – ‘Ze noemen het een verkooptentoonstelling, wat een goed idee is, want meestal realiseert het museumpubliek zich niet eens dat het werk op tentoonstellingen van eigentijdse kunst gekocht kan worden’ – laat Schleiffert drie grote werken zien. De kruisbestuiving met de natuur krijgt hierin een polemische toon, met titels als What kind of leader do we need? Er rijzen exotische figuren in op, die doen denken aan heiligen of sjamanen: wijzen die hun oor te luisteren leggen bij de vogels.

Links: What kind of leader do we need (2), 2014, gemengde techniek op papier, 248x150cm, 2014, courtesy Galerie Akinci
Rechts: Paris, 2012, gemengde techniek op papier, 300 x 150 cm, courtesy Galerie Akinci

Charlotte Schleiffert wordt vertegenwoordigd door Galerie Akinci in Amsterdam. Haar werk is te zien op de tentoonstellingen ‘Stad in Zicht’, tot en met 8 september in het Stadsarchief Amsterdam; ‘Van Cobra tot Boorolie’, tot en met 6 oktober in het Stedelijk Museum Schiedam en op de tentoonstelling ‘De vrouwelijke blik’, tot en met 10 juni, Museum Buitenplaats Eelde.