interviews

‘Portretten en wandschildering zijn één: pas in het paviljoen blijkt de impact’

Foto: Aad Hoogendoorn Foto: Aad Hoogendoorn

‘Het Rietveldpaviljoen is een mooi, uitgesproken modernistisch gebouw. Dat speelt mee in mijn nieuwe werk voor de Biënnale van Venetië. Hoe zien we dit gebouw, in de context van de landenpaviljoens: hoe presenteren we onszelf als land? En: waar is de zwarte moderniteit? Deze vragen kunnen het verleden niet corrigeren, maar zijn wel een nodige aanvulling voor de toekomst. Ik schilder portretten van zwarte feministes uit het modernisme en combineer ze op een wandschildering. Het wordt een totaalinstallatie. Op deze schaal is dat een stap in mijn ontwikkeling. Misschien is dat experiment, de tijd en ruimte om bijna een jaar geconcentreerd nieuw werk voor te bereiden, wel het spannendst. Bij de uitvoering worden het resultaat op schaal en de impact in de ruimte zichtbaar.’

‘Eigentijds model voor het samengaan van werelden’

Onder de titel The Measurement of Presence bereiden Kensmil en collega Remy Jungerman met curator Benno Tempel hun duo-tentoonstelling voor. Deze omvat, zoals Kensmil zegt, kunst die voortkomt uit een tegencultuur die zich binnen de Nederlandse cultuur ontwikkelt, aan de hand van de actuele positie die beide kunstenaars innemen. Het wordt een eigentijds model voor het samengaan van tijden en werelden.

‘Voor zwarte vrouwen impliceert het idee van de utopie ook overleven; dat geeft een andere blik op het verleden en de toekomst van de wereld en de kunst,’ aldus Kensmil. ‘Wat ik hoop is dat mijn site-specific installatie voor het publiek, bij het betreden van het paviljoen, deze belevenis overbrengt. Remy en ik werken in verschillende technieken, maar beide monumentaal; we dagen elkaar uit en vullen elkaar aan. We brengen allebei ook een hommage aan stanley brouwn. Ik refereer in een tweede installatie, naast die over het zwarte feminisme, aan brouwn en collega-kunstenaars, onder wie Charlotte Posenenske, Adrian Piper en David Hammons. Net als brouwn definiëren zij hun positie in de wereld, door hun eigen artistieke positie en die van hun werk in de kunstwereld streng te bepalen.’

In de aanloop naar de Biënnale van Venetië vond bij The Black Archives in Amsterdam een debat plaats op zaterdag 23 februari. Een internationale groep kunstenaars, schrijvers en curatoren ging in op de thematiek van transnationale kunst, de diaspora en de reis die patronen afleggen, de lacunes in onze kennis van de geschiedenis, zwart feminisme, de betekenis van het onzichtbare en de rol van het ritueel in de hedendaagse kunst.