interviews

Prikkelen en aanjagen – een kunstenaar moet iets toevoegen wat je niet verwacht

Frank Koolen, Het Monument voor Toekomstig Geluk (impressie), 2018 Frank Koolen, Het Monument voor Toekomstig Geluk (impressie), 2018

Een rode, een gele en een blauwe flat aan de oostkant van Drachten vormen het decor voor een hoge sculptuur van Frank Koolen. Deze nazomer wordt zijn kunstwerk onthuld. Het beeld in wording is een raket in de kleuren van de drie Tjaardaflats. Speels én krachtig: de raket wordt de volwassen versie van het minimodel dat zijn dochter van zes een keer uit kinderklei boetseerde toen Koolen haar uitdaagde met hem samen te werken. ‘Heel mooi, niet domweg naïef, maar wel vrij van geest’, zoals hij zegt. En dankzij de samenwerking van generaties via ouder en kind past dit raketmodel ook heel goed bij ‘de thematiek van optimisme die in drie woorden de pijlers zijn onder deze kunstopdracht: dromen, toekomst en vooruitgang.’

‘Het Monument voor Toekomstig Geluk’, heet het kunstwerk van Koolen, dat meer met zich meebrengt dan de doorsnee kant en klare, statische sculptuur. De raket met zijn primaire kleuren wordt niet alleen een herkenningsteken voor de oostkant van Drachten, zoals vroeger stadspoorten een gemeente markeerden. Het beeld zal daarnaast op een actieve manier het samenleven van jong en oud in deze omgeving prikkelen, aanjagen en vervrolijken. Met wat geluk wordt het de spil van de drie Tjaardaflats. In de voet van de raket vervullen ingebouwde zitplaatsen het verlangen naar een gedeelde plek om te hangen, kletsen of uit te rusten. Maar de echte verrassing prijkt hogerop.

‘Een kunstenaar moet als het even kan iets toevoegen wat je niet verwacht’, vindt Koolen. ‘De top van de raket verandert elke maand van kleur. Dan licht één van de huisnummers op. De gelukkige bewoner van de Tjaardaflat voor wie kleur en nummer samenvalt, wint een prijs. De winkeliers van Drachten doen mee aan dit samenspel en stellen de prijzen beschikbaar. De ene keer is dat een dinertje bij kaarslicht, de andere keer misschien een nieuwe hondenmand of een knipbeurt bij de kapper.’

‘Dit kunstwerk lanceert reuring en betrokkenheid’

‘In de ruimte tussen onze drie grote flats gaat dit kunstwerk wel wat reuring teweegbrengen,’ zegt Wim Schraa, bewoner van de rode flat. Als voorzitter van de Vereniging van Eigenaren begeleidt hij de kunstopdracht aan Frank Koolen. ‘Ik woon op de dertiende woonlaag, de hoogste, in een hoekappartement. Ik heb dus ruim zicht. Toch ken ik weinig andere bewoners. Zo vergaat het hier de meeste van ons en daar mogen we best wat aan doen. Ik vind het interessant wat er kan gebeuren met dit beeld als trefpunt. In dat samenspel zit voor ons de betekenis.

‘Het was in eerste instantie geen initiatief van ons als bewoners of VvE, maar van de gemeente Drachten, die in alle vier windrichtingen een markeringspunt voor de stad wilde ontwikkelen en ons bij dat perspectief heeft betrokken. Wat ik hoop is dat dit kunstwerk echt opvallend wordt. En ik zie ernaar uit wat er gaat gebeuren zodra het er staat, want dat is pas echt de lancering van een proces van betrokkenheid waar de bewoners in mee kunnen gaan, als zij dat willen, en waar Frank ook voor langere duur bij is betrokken. Hij geeft de interactie een gezicht.’

‘Als drie verticale dorpen, stuk voor stuk met hun eigen kleur, smaak en geur,’ zo herinnert Koolen zich zijn eerste indrukken van de Tjaardaflats. Mienskip, het voor Friesland kenmerkende ideaal van gemeenschapszin, straalde er niet direct vanaf. Om de explosieve groei van Drachten na de Tweede Wereldoorlog te stelpen ontstond deze hoogbouw indertijd aan de rand van de gemeente, als toonbeeld van vooruitgang. De architecten Van den Broek en Bakema, ook bekend van hun wederopbouwarchitectuur in Rotterdam, tekenden ervoor. De bedoeling was dat jonge stellen hier hun eerste woning vonden en er met de kinderen een levendige wijk van zouden maken, maar de praktijk was weerbarstig: het verloop hoog; de sociale samenhang laag. Via hernieuwde aandacht voor de wijk is dat gaandeweg aan het veranderen, waarbij de gelijkvloerse appartementen in de Tjaardaflats paradoxaal genoeg juist voor senioren aantrekkelijk blijken.

Koolen: ‘De rode en blauwe flats hebben koopwoningen, de gele flat bestaat uit huurwoningen. In het besef van mijn en dijn blijven dat eigen wereldjes. Wat ik hoop is dat het kunstwerk als ontmoetingspunt die afstand opheft: hier kunnen bewoners samen iets doen, iets vieren of iets gedenken. De raket symboliseert het menselijk vermogen aan zichzelf te ontstijgen: wij zijn tot meer in staat dan elkaar de kop in te slaan of te gedogen. Het ruimtevaartprogramma op macroschaal en de bouw van de flats op microschaal staan alle twee voor die hogere ambitie. En het kapitalistische idee van een loterij brengt humor in het spel. Materialisme vermengd met idealisme. Het plan is om de komende tien jaar elke paar maanden een publicatie uit te brengen, een wijkkrant of folder, waarin winnaars iets kunnen vertellen over hun prijs en zichzelf. Die uitgave maak ik samen met een plaatselijke ontwerper. Zo wordt het Monument voor Toekomstig Geluk een onderwerp van gesprek en uitnodiging tot saamhorigheid, of in elk geval: nadere kennismaking.’

‘Soms is een alien nodig om het gesprek een draai te geven’

Maar wat voor kunstwerken in de openbare ruimte wel vaker geldt, geldt ook hier, vertelt Koolen: aanvankelijk is het wennen. ‘Toen ik de mensen voor het eerst zag op een inspraakavond waar maar zeventien van de zevenhonderd genodigden op afkwamen, bleek dat ze letterlijk een stadspoort verwachtten, omdat stadspoorten voor Drachten in de vier windrichtingen aan de bron stonden van dit kunstplan. Bij de eerste beelden van dit ontwerp was er dus meteen argwaan. Er werd geroepen: het lijkt wel een grote pik! Zo zijn er nog wat schunnigheden uitgewisseld. Maar soms is er nu eenmaal een alien voor nodig die ter plekke landt, zoals een kunstenaar, om het gesprek weer fris op gang te brengen en er een nieuwe draai aan te geven.’ Rode-flat-bewoner Wim Schraa voegt daaraan toe: ‘Wat ik mooi vind, is dat Frank de betrokkenheid concreet activeert. Dat maakt het beeld enerverend. Je moet natuurlijk maar afwachten of iederéén mee wil doen: er zijn ook mensen die hechten aan anonimiteit. Die kunnen zich er uiteraard aan onttrekken, ook aan het prijzencircus. Maar zoals ik ernaar kijk is het spannend wat er dankzij dit kunstwerk gaat ontstaan. Ik zie dit zeker als een sculptuur met effect.’

Het Monument voor Toekomstig Geluk wordt deze nazomer onthuld. Intussen is in de Sluisfabriek in Drachten alvast een tentoonstelling te zien van alle vier ontwerpen voor de stadsmarkeringen in de windrichtingen van Drachten; een initiatief van de gemeente Smallingerland onder de titel Bestemming Drachten. En ook Museum Dr8888 speelt in op de plannen, met een presentatie gewijd aan het werk van Frank Koolen. Zijn speelse, soms absurdistische oeuvre sluit aan bij de geest van het internationale Dadaïsme in de museumcollectie. Dit samenspel tussen kunstenaar, museum, gemeente, VvE, flatbewoners én financiers is alvast, aldus Koolen, ‘een staaltje van de beoogde gemeenschapszin, waarbij ook het Mondriaan Fonds, dat aan Het Monument voor Toekomstig Geluk een Bijdrage Opdrachtgeverschap verleent, de rol van onmisbare partner vervult.’

‘Dromen waarmaken met publieke kunst en het Mondriaan Fonds als pleitbezorger’

Koolen: ‘De gemeente heeft een droom, waarin de stad Drachten naam maakt als prettige bestemming, verblijf- en woonplaats. En waarin ook de Tjaardaflats als bakens oprijzen in een levendige wijk. Bij het waarmaken van die droom speelt de zichtbaarheid van kunst een rol, in samenspraak met al deze partijen. Financieel was het Monument voor Toekomstig Geluk onmogelijk zonder het Mondriaan Fonds, maar het belang van het fonds zit ‘m ook in de promotie van opdrachtgeverschap in de kunst en in de publieke erkenning van kunstwerken met een sociale uitstraling of zelfs met een lichtelijk sociaal activisme. Met die promotie en erkenning neemt het fonds als pleitbezorger het voortouw, wat heel belangrijk is, zeker nu ook de kunst zelf zo veranderd is. Kunst in de openbare ruimte is allang méér dan een bewegingloze contour op een sokkel. Kijk, kwaliteit moet altijd bovenaan staan, maar een beeld dat daarnaast ook nog enthousiasme aanwakkert, waardoor mensen uit diverse groepen met elkaar gaan optrekken, vertegenwoordigt wel een ideaal om hoog te houden.’