interviews

‘Rubens geeft ons vleugels’

Conservator Friso Lammertse op de tentoonstelling Pure Rubens, foto: Aad Hoogendoorn Conservator Friso Lammertse op de tentoonstelling Pure Rubens, foto: Aad Hoogendoorn

‘Bij Rubens wervelt de wereld je tegemoet, vol verstrengelde goden, engelen en helden. Hij wil je niet kleiner maken, de mens niet in zijn nietigheid laten zien, maar altijd mee laten wervelen op dat podium van de goden. Alle beweging en sensualiteit in dit werk, Rubens’ voorliefde voor het vertellen van verhalen en zijn vrije toets van schilderen brengen hem dichtbij het hier en nu, bij de openheid van de hedendaagse kunst en het leven zelf. Daarom werken de performances in het programma met cross-overs ook zo onwaarschijnlijk goed. Elk weekend zijn er dansers of musici die een vervolg geven aan de hartstochten en dynamiek die Rubens verbeeldde in het liefdesverhaal van Venus of de heldendaden van Hercules, zoals de strijd met hellehond Cerberus. Kunstenaar Connar Schumacher neemt het publiek mee in een kruising van dans en biomechanica, improviserend op Rubens’ werk. En violiste Kristie Su geeft Rubens’ helden en goden een stem op haar viool.’

Connor Schumacher als The Fool in zijn performance bij Pure Rubens, foto: Aad Hoogendoorn

Connor Schumacher als The Fool in zijn performance bij Pure Rubens, foto: Aad Hoogendoorn

Friso Lammertse is conservator bij Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Hij stelde de tentoonstelling Pure Rubens samen: het grootste overzicht van Rubens’ olieverfschetsen sinds 65 jaar. ‘Het werk komt uit alle windstreken; het is een topselectie. Bij Rubens loert snel het gevaar dat je je zo laat meenemen door enthousiasme dat je teveel opvoert’, zegt hij. ‘Maar een tentoonstelling is in alle theatraliteit iets anders dan een boek dat je kunt wegleggen. Selectie komt de spanningsboog ten goede. Door de bijdrage van het Mondriaan Fonds, via de Projectinvestering Instellingen, konden we het werk van Rubens uit onze eigen verzameling op het hoogste internationale niveau uitbreiden. Met de bruiklenen completeren we het beeld van zijn ontwikkeling, zijn thema’s en technische virtuositeit. Het is een en al dans; een beweging die zich op zaal uitstrekt met de dans, muziek en kunst van hedendaagse geestverwanten. Zij plaatsen dit oeuvre in het heden. Ook voor de productie van hun performances was de bijdrage essentieel.’

Peter Paul Rubens, De Kruisafname, 1611-1614, olieverf op paneel, Londen, the Courtauld Gallery

‘In Nederland zijn we, als het gaat om de zeventiende eeuw, nog zo door en door op Rembrandt gericht,’ voegt Lammertse daaraan toe, ‘dat het ook de hoogste tijd werd voor een inhaalslag voor Rubens.’ Het verschil, zoals hij toelicht, zit hem hierin: ‘Door Rubens worden we verheven. Rembrandt schildert de mens als sterfelijk wezen, nietig in de tijd. Rubens geeft ons vleugels. Hij is van de generatie vóór Rembrandt en blijft als Zuid-Nederlander trouw aan de katholieke traditie. Alles is bij hem ook doordrongen van de mythische oudheid. Zelfs Christus is bij Rubens een Griekse held, ook als hij van het kruis getild wordt. De kruisafname is één van Rubens grootste olieverfschetsen, een bruikleen uit Londen en hoogtepunt op de tentoonstelling. Je ziet Rubens hier op zijn best; de schets is bijna een voltooid schilderij. Rembrandt heeft zich later sterk aan de Kruisafname van Rubens gespiegeld. Ze zijn in alles verwant, alleen laat Rembrandt het gepijnigde, armzalige lichaam van Christus zien. Hij maakt goden menselijk. Rubens schilderde mensen als goden.’

‘Door de olieverfschetsen waait de adem van Rubens zelf’

Lammertse werkte voor de tentoonstelling Pure Rubens en de catalogus die erbij verscheen nauw samen met zijn collega Alejandro Vergara van het Prado Museum in Madrid. Boijmans en het Prado bezitten allebei een belangrijke verzameling schetsen van Rubens. Dit zijn kunstwerken op zichzelf: geschilderd met olieverf op paneel, veelkleurig, soms handzaam, maar soms ook bijna levensgroot.

Lammertse: ‘Vrijwel niemand maakte indertijd schetsen met olieverf. Rubens stak er zijn collega’s en concurrenten de loef mee af. Meestal waren zijn schetsen een voorbereiding op monumentale schilderijen of wandtapijten in paleizen. Of op altaarstukken, plafond- en wandschilderingen in kathedralen. Rubens pionierde. Hij overrompelde zijn opdrachtgevers met zijn gedetailleerde schetsen. Maar aan de spetterende vaart en kleurnuances, vooral die van de menselijke huid, die hij met een paar toetsen in rare kleuren een levende zachtheid gaf, is ook te zien dat hij zich met persoonlijk plezier in deze schetsen uitleefde en alles inzette wat hij aan virtuositeit  en genie in zich had. Bij de uitwerking waren tal van assistenten betrokken, maar door de olieverfschetsen waait de adem van Rubens zelf.’

Conservator Friso Lammertse op de tentoonstelling Pure Rubens (close-up Leeuwenjacht) , foto: Aad Hoogendoorn

Conservator Friso Lammertse op de tentoonstelling Pure Rubens, foto: Aad Hoogendoorn

‘Een losse toets die door de tijd heen reikt: veel meer dan virtuoos’

Tijdgenoten beschouwden Rubens als ‘de god van de schilders’. De dichter Constantijn Huygens noemde hem ‘één van de zeven wereldwonderen’. ‘Het zijn superlatieven die tegen de Nederlandse nuchterheid indruisen, maar waar niets op af te dingen valt,’ vindt Lammertse.

‘Rubens kon alles schilderen wat hij wilde, met een temperament en brille die vervluchtigen in een uitvoering waar zijn hand aan ontbreekt, ook al had hij bekwame schilders in dienst. Je kunt heen en weer kijken op de tentoonstelling: tussen de Triomftocht van Bacchus, de god van de wijn, die door Rubens is geschetst en het schilderij dat Cornelis de Vos ervan maakte. Daarin slaat de stijfheid toe, terwijl de toets van Rubens de beschonken Bacchus tot leven wekt. Die levendigheid is in Rubens’ schetsen extreem: veel meer dan virtuoos. Zijn eigen voorgangers in Zuid-Nederland zoals Jan van Eyck en zijn persoonlijke leermeester Van Veen konden elke haar en elk knoopje tot in de finesses weergeven, maar daarin bevroor alles ook. Rubens suggereert een momentopname, iets dat onaf is, een impressie die aan het impressionisme vooraf gaat. Met zijn losse toets zet hij zijn werk in de onvoltooid tegenwoordige tijd.’

Peter Paul Rubens, De triomftocht van Bacchus, ca 1636, olieverf op paneel, 26 x 41 cm, Museum Boijmans Van Beuningen

Peter Paul Rubens, De triomftocht van Bacchus, ca 1636, olieverf op paneel, 26 x 41 cm, Museum Boijmans Van Beuningen

Pure Rubens kwam tot stand met een Projectinvestering Instellingen van het Mondriaan Fonds en is tot en met 13 januari te zien in Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam

Kijk hier voor het crossover programma met hedendaagse kunstenaars, dansers en musici die zich, veelal op zaal, door Rubens laten inspireren.